BlackRock, de grootste vermogensbeheerder ter wereld, lanceerde twee weken geleden zijn Green Bond Index Fund. Het belegt op een passieve manier in groene obligaties: het volgt de Bloomberg Barclays MSCI Global Green Bond-index, die de hele markt weerspiegelt. Dat ook BlackRock zo'n fonds op de markt brengt en dat er een speciale index bestaat, toont aan dat de markt van de green bonds een maturiteit heeft bereikt. Tot enkele jaren geleden heette het soms nog dat groene obligaties een modefenomeen waren. Die tijd is voorbij.

Een ander bewijs van die maturiteit is dat er sinds januari 2014 normen voor dat segment bestaan, de Green Bonds Principles (GBP), die zijn opgesteld door de International Capital Market Association (ICMA). Ze werden in 2016 nog eens bijgewerkt. "Volgens die normen kan een obligatie als groen worden beschouwd als ze projecten financiert of herfinanciert in domeinen zoals de klimaatverandering, de schaarste van natuurlijke rijkdommen, de controle op de vervuiling en het verlies van biodiversiteit", zegt Jean-Baptiste Van Ex van Degroof Petercam.

De eerste green bond werd in 2007 uitgegeven door de Europese Investeringsbank (EIB) op de beurs van Luxemburg. In februari 2016 werd op die beurs al de honderdste groene obligatie uitgebracht, eveneens van de EIB. Dat is tekenend voor de markt: de beurs van Luxemburg is de belangrijkste beurs voor groene obligaties, en overheidsinstellingen zijn veruit de belangrijkste emittenten. Andere uitgevers zijn de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (BERD), de Wereldbank en de KfW, de Duitse staatsbank die in 1948 is opgericht om het land herop te bouwen.

Vooral in 2013 beleefde de markt een doorbraak. Het uitgegeven volume steeg van 3 miljard dollar in 2012 tot 81 miljard in 2016. Vorig jaar was opnieuw een topjaar voor groene obligaties. Tegelijk is het groepje emittenten aanzienlijk uitgebreid. Er zijn ook heel wat privébedrijven gevolgd, zoals EDF, Engie en Toyota, en de banken ING en Société Générale.

Spoorwegen op kop

"Het rendement van een green bond is vergelijkbaar met dat van een klassieke obligatie"

Bij de grote uitgevers zitten ook transportbedrijven, en vooral de spoorwegsector. In november 2016 bijvoorbeeld bracht SNCF Réseau een emissie van 900 miljoen euro uit, en MTR, het spoorwegbedrijf van Hongkong, een van 600 miljoen dollar. China Railways is veruit de grootste emittent ter wereld, met 200 miljard dollar aan het einde van 2016. Maar die uitgiften voldoen niet aan de internationale GBP-normen en worden daarom niet opgenomen in de statistieken.

Een andere opmerkelijke emissie van november 2016 is die van Cofinimmo, voor 55 miljoen euro. De Belgische vastgoedvennootschap volgt daarmee het voorbeeld van het waterzuiveringsbedrijf Aquafin, dat in 2015 de eerste Belgische groene obligatie heeft uitgebracht. 40 procent van de schulden van Cofinimmo zijn bankkredieten. "Het doel was onze financieringsbronnen te diversifiëren", zegt Ellen Grauls, die bij Cofinimmo verantwoordelijk is voor investeerdersrelaties. De obligatie van Cofinimmo is een green and social bond, wat dubbel de aandacht trekt.

De vraag naar groene obligaties is aanzienlijk. Dat zou voor de emittent een reden kunnen zijn om een iets lagere rente te bieden dan die op een klassieke obligatie. Maar dat is niet het geval. "Het rendement van een green bond is vergelijkbaar met dat van een klassieke obligatie", zegt Axel Goldwasser van het beursbedrijf Goldwasser Exchange, dat de obligatiemarkt van dichtbij volgt. Obligatiebeleggers die groen willen beleggen, hoeven dus niet extra te betalen.

Net zoals converteerbare obligaties worden green bonds grotendeels gekocht door institutionele beleggers die gespecialiseerd zijn in zulke emissies. Er zijn de voorbije jaren heel wat fondsen opgericht die investeren in groene en maatschappelijk verantwoorde obligaties.

Positief label

"De vastgoedsector, die wordt geconfronteerd met stijgende energieprijzen, wordt de komende jaren zeker een belangrijke emittent van green bonds"

De bedrijven en de instellingen die een groene obligatie uitgeven, moeten aan een rist vereisten voldoen: tenzij ze volledig deel uitmaken van de groene economie - fabrikanten van windmolens bijvoorbeeld - moeten ze vooraf de projecten specificeren die ze met de lening willen financieren. Daarna moeten ze informatie verstrekken over de vorderingen van die projecten. Een certificering door een gespecialiseerd bureau zoals Vigéo en Oekom is onontbeerlijk.

Waarom kiezen bedrijven voor een green bond, als het hen extra inspanningen kost? "Groene obligaties zijn ook een communicatie-instrument op het financiële toneel", onderstreept Jean-Baptiste Van Ex. De certificering van een gespecialiseerd bureau is een positief label voor het bedrijf. Voor emittenten in de vastgoedsector is de certificering een kwaliteitslabel voor hun gebouwen. Cofinimmo financiert zo gebouwen met een minimale rating van very good op de Building Research Establishment Environmental Assessment Method-schaal (BREEAM) van het studie- en consultancybureau ibam, dat in België de kwaliteit van gebouwen certificeert.

"De vastgoedsector, die wordt geconfronteerd met stijgende energieprijzen, wordt de komende jaren zeker een belangrijke emittent van green bonds", verwacht Van Ex. En waarom zou de markt van de green bonds zich niet uitbreiden naar de overheid, die zo duurzame beleggingen kan promoten? Van Ex zou heel blij zijn als het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een mooi netwerk van fietspaden zou financieren.