Het is lente op de beurs. Goed nieuws wordt gretig opgepikt en vertaalt zich onmiddellijk in hogere koersen. De Nasdaq heeft zijn hoogste peil bereikt sinds 2000, de rente daalt en het dividendrendement van de Europese aandelen is gestegen tot 5%. Het gonst van de geruchten dat (hefboom)fondsen massaal in de aandelenbeurzen stappen. Het leger van de beursstieren wordt almaar groter. De beren wijzen nog wel op de risico's - zoals de dure olie en de spanningen met Iran - maar ze vertellen er meteen bij dat ze ook in aandelen zullen stappen bij de eerstvolgende correctie.

Wat moet de kleine belegger daarvan denken? Moet hij ook in aandelen gaan beleggen? Veel alternatieve lijken er niet te zijn. De inflatie en de fiscale maatregelen van de regering-Di Rupo I leiden ertoe dat de fixed-incomebelegger dagelijks koopkracht verliest en dus verarmt.

Wie toch de stap wil wagen, doet dat het beste zo gespreid mogelijk. Om hun beleggingen te spreiden, zijn kleine beleggers veroordeeld tot beveks, bevaks en trackers. Individuele aandelen zijn voor hen veelal te hooggegrepen, want het is moeilijk het beleggingsrisico te spreiden. Door hun beperkte middelen en de hoge aankoopkosten kunnen ze slechts op enkele aandelen inzetten. Als een daarvan onderuitgaat, is de impact op hun portefeuille catastrofaal.

Beveks, bevaks en trackers centraliseren het vermogen van heel wat kleine en grote beleggers. Het kapitaal wordt vervolgens op een gespreide manier belegd. Als een van de onderliggende activa een klap krijgt, heeft dat slechts een marginaal effect op het totale resultaat. De bevek of bevak beheert het vermogen actief. De beheerders moeten goede stockpickers zijn, want het doel van het beheer is de index te verslaan. Aangezien dat hard werk is, hangt aan dat actieve beheer een prijskaartje vast in de vorm van hoge beheersvergoedingen. Het rendement dat de belegger verwacht, is minstens de index vermeerderd met de kosten.

Een tracker of ETF daarentegen wordt niet actief beheerd. Hij kopieert enkel de prestatie van een beurs, een munt of een grondstof. Trackers zijn beursgenoteerd, wat betekent dat je ze kunt kopen en verkopen. Sommige trackers kopen het onderliggende actief (physically backed ETF's), andere maken gebruik van derivaten (synthetische trackers). Doordat ze gewoon een index volgen, zijn ze goedkoper. Er hoeven geen dure stockpickers te worden betaald.

Vanuit fiscaal oogpunt kunnen zowel trackers als beveks als bevaks aantrekkelijk zijn. De keuze tussen die alternatieven is afhankelijk van de beleggingsdoelstellingen van de belegger, de kosten, de juridische eigenschappen en de fiscaliteit. Zoals altijd doet de belegger er goed aan zich goed te informeren. Eerst denken en dan doen dus.

Anton van Zantbeek, advocaat Rivus

Het is lente op de beurs. Goed nieuws wordt gretig opgepikt en vertaalt zich onmiddellijk in hogere koersen. De Nasdaq heeft zijn hoogste peil bereikt sinds 2000, de rente daalt en het dividendrendement van de Europese aandelen is gestegen tot 5%. Het gonst van de geruchten dat (hefboom)fondsen massaal in de aandelenbeurzen stappen. Het leger van de beursstieren wordt almaar groter. De beren wijzen nog wel op de risico's - zoals de dure olie en de spanningen met Iran - maar ze vertellen er meteen bij dat ze ook in aandelen zullen stappen bij de eerstvolgende correctie.Wat moet de kleine belegger daarvan denken? Moet hij ook in aandelen gaan beleggen? Veel alternatieve lijken er niet te zijn. De inflatie en de fiscale maatregelen van de regering-Di Rupo I leiden ertoe dat de fixed-incomebelegger dagelijks koopkracht verliest en dus verarmt. Wie toch de stap wil wagen, doet dat het beste zo gespreid mogelijk. Om hun beleggingen te spreiden, zijn kleine beleggers veroordeeld tot beveks, bevaks en trackers. Individuele aandelen zijn voor hen veelal te hooggegrepen, want het is moeilijk het beleggingsrisico te spreiden. Door hun beperkte middelen en de hoge aankoopkosten kunnen ze slechts op enkele aandelen inzetten. Als een daarvan onderuitgaat, is de impact op hun portefeuille catastrofaal.Beveks, bevaks en trackers centraliseren het vermogen van heel wat kleine en grote beleggers. Het kapitaal wordt vervolgens op een gespreide manier belegd. Als een van de onderliggende activa een klap krijgt, heeft dat slechts een marginaal effect op het totale resultaat. De bevek of bevak beheert het vermogen actief. De beheerders moeten goede stockpickers zijn, want het doel van het beheer is de index te verslaan. Aangezien dat hard werk is, hangt aan dat actieve beheer een prijskaartje vast in de vorm van hoge beheersvergoedingen. Het rendement dat de belegger verwacht, is minstens de index vermeerderd met de kosten.Een tracker of ETF daarentegen wordt niet actief beheerd. Hij kopieert enkel de prestatie van een beurs, een munt of een grondstof. Trackers zijn beursgenoteerd, wat betekent dat je ze kunt kopen en verkopen. Sommige trackers kopen het onderliggende actief (physically backed ETF's), andere maken gebruik van derivaten (synthetische trackers). Doordat ze gewoon een index volgen, zijn ze goedkoper. Er hoeven geen dure stockpickers te worden betaald.Vanuit fiscaal oogpunt kunnen zowel trackers als beveks als bevaks aantrekkelijk zijn. De keuze tussen die alternatieven is afhankelijk van de beleggingsdoelstellingen van de belegger, de kosten, de juridische eigenschappen en de fiscaliteit. Zoals altijd doet de belegger er goed aan zich goed te informeren. Eerst denken en dan doen dus.Anton van Zantbeek, advocaat Rivus