Om een aandeel aan te raden, kan uw bankier twee methodes gebruiken. Hij kan op basis van een aantal cijfers en ratio's nagaan of een aandeel momenteel goedkoop, correct geprijsd of duur is (fundamentele waardering). Of uw bankier kan gewoon uitpakken met een koersdoel. Hij bedoelt daarmee de koers die het aandeel de volgende maanden of binnen het jaar zal bereiken.

Uw bankier zal dan aandeel X, dat nu tegen 51 euro noteert, aanraden, omdat X volgens de analist van de bank een koersdoel van 58 euro binnen zes maanden heeft. Het omgekeerde kan natuurlijk ook. Als een aandeel hoger noteert dan zijn koersdoel, is dat een teken om te verkopen.

Een beleggingsadviseur of een private banker pakt graag uit met een koersdoel, omdat het eenvoudig is en het potentieel van een aandeel in één cijfer uitdrukt. U overdonderen met een aantal ratio's om aan te tonen dat een aandeel goedkoop is, is een stuk ingewikkelder en tijdrovender voor uw bankier.

Hoe een koersdoel correct gebruiken?

Als uw bankier uitpakt met een koersdoel, vraag dan eerst of dat het koersdoel is van de analist van de bank of het gemiddelde van een verzameling van koersdoelen van analisten van verschillende banken. Het tweede cijfer is betrouwbaarder, aangezien het een bredere basis heeft. Maar vraag toch ook altijd of het aandeel goedkoop of duur gewaardeerd staat op basis van een fundamentele waardering, wat steviger en gefundeerder is.

Een koersdoel is dus interessant om in één oogopslag het potentieel van een aandeel voor te stellen, maar op zich onvoldoende betrouwbaar. Vaak leidt een koersdoel op korte termijn niet tot het voorspelde resultaat, aangezien er allerlei onverwachte spelbrekers kunnen opduiken die de vooropgestelde koers dwarsbomen, zoals de muntkoers, het algemene beursklimaat, teleurstellende kwartaalcijfers, politieke ontwikkelingen, enzovoort.