Het rendement van kwaliteitsobligaties in euro is gezakt tot ver onder 1 procent. Italië biedt meer dan 2 procent op tien jaar, maar professionele beheerders staan daar veeleer wantrouwig tegenover en laten dat papier het liefst links liggen. Een Amerikaanse obligatie in dollar over dezelfde looptijd levert ook meer dan 2 procent op. Het hoeft niet te verwonderen dat fondsen volop dollarobligaties inslaan, ook al moeten ze dan wel het wisselkoersrisico afdekken.

Maar aangezien diversificatie de moeder van de financiële wijsheid is, is het geen slecht idee alternatieven achter de hand te hebben. Het is nog altijd mogelijk hogere rendementen te vinden. Een obligatie op tien jaar in Zuid-Afrikaanse rand biedt 9 procent en een in Turkse lira meer dan 10 procent. Maar die exotische munten kunnen extreem volatiel zijn. Zo heeft de lira in de eerste twee maanden van 2016 meer dan 15 procent verloren tegenover de euro. Op vijf jaar bedraagt de terugval zelfs 45 procent.

Sterk land, wispelturige munt

Elders kunnen beleggers meer gemoedsrust vinden. Een voorbeeld is Noorwegen, dat het grootste overheidsobligatiefonds ter wereld heeft: meer dan 850 miljard euro. Niet slecht voor 5,2 miljoen inwoners. De Noorse kroon is niet zonder reden in trek bij veel beleggers. Maar ook in die munt is de rente sterk gedaald. Sinds begin juni schommelt het rendement van een overheidsobligatie op tien jaar rond 1,5 procent - ver onder de inflatie, net zoals bij ons.

Ondanks het grote vertrouwen dat Noorwegen uitstraalt - en waarvan de kroon automatisch profiteert - is het geen baken van stabiliteit. Dat heeft alles te maken met de bokkensprongen van de belangrijkste grondstof van het land, olie. De koersschommelingen hebben een spectaculaire impact op de munt. Zo heeft de Noorse munt tussen zijn top in het tweede kwartaal van 2012 op 0,135 euro en zijn huidige niveau van 0,1050 euro bijna een vierde van zijn waarde verloren voor de Belgische belegger.

De koers schommelt ook sterk over korte periodes. In nauwelijks drieënhalve maand is de Noorse kroon met 7 procent teruggevallen tegenover de euro. 'Uiteindelijk hangt het rendement van een obligatie in Noorse kroon voor het grootste deel af van het moment van aankoop', zegt Alex Goldwasser, beherend vennoot van het beursbedrijf Goldwasser en specialist in obligaties.

De staat beslist

Ook de Chinese yuan, of renminbi, heeft een groot minpunt in de ogen van professionele financiële spelers: China is een communistisch land waar de staat alle touwtjes in handen heeft, inclusief de pariteit van de munt. Om de concurrentiekracht van de industrie een boost te geven kan Peking de yuan in theorie van vandaag op morgen met de helft devalueren. Dat beleid voerde de Chinese overheid in de jaren tachtig: de Chinese munt zakte tussen 1981 en 1993 met 80 procent tegenover de dollar. Daarna volgden twaalf jaar van stabiliteit. In de afgelopen twaalf maanden zagen we de omgekeerde beweging: onder druk van Washington hebben de Chinese autoriteiten de yuan in kleine stappen gerevalueerd. Uiteindelijk bedroeg de stijging 30 procent.

Tegenover de euro is de balans positief over de afgelopen tien jaar. De yuan heeft zich met 30 procent versterkt. Zo is de koers gestegen van afgerond 0,10 naar afgerond 0,13 euro. Begin 2015 flirtte die nog met de grens van 0,15 euro. De minwaarde voor beleggers die toen hebben gekocht, is niet gering.

De Chinese autoriteiten zetten duidelijk in op de stabiliteit van de yuan, weliswaar nog altijd tegenover de dollar. 'Toen het agentschap Moody's de rating van China eind mei verlaagde (van Aa3 naar A1, nvdr), heeft Peking zijn munt onmiddellijk ondersteund', zegt Alex Goldwasser. 'De stabiliteit van de munt contrasteert met de volatiliteit van de beurs.'

Dat de koers van de yuan volledig afhangt van de goede wil van de Chinese autoriteiten, is daarom in theorie gevaarlijker dan in de praktijk. Het lijkt ondenkbaar dat Peking zijn munt sterk devalueert, aangezien het gevaar bestaat dat zijn commerciële partners tegenmaatregelen nemen. Bovendien is China duidelijk van plan van de yuan een geloofwaardige munt te maken. Maar een monetair duwtje in de rug van de lokale economie valt nooit uit te sluiten, zoals in 2015 en 2016 het geval was, met een koersdaling van 13 procent tot gevolg.

Meer dan 4 procent

Obligaties in yuan trekken de aandacht omdat ze een mooi rendement bieden. Maar daarbij kijken we niet zozeer naar de rendementen van 9 à 10 procent in het highyieldsegment. Het is lang niet zonder risico blind te vertrouwen op de emittenten, die vastgoedontwikkelaars zijn. Onze aandacht gaat veeleer uit naar vooraanstaande westerse groepen die rendementen van meer dan 5 procent bieden: Crédit Agricole, Daimler, Morgan Stanley en Veolia Environnement (zie tabel). Ook de meeste publieke instellingen bieden vlot meer dan 4 procent, waaronder de China Construction Bank Asia, die een A2-rating heeft bij Moody's.