De vraag is of een te felle sanering de economische malaise niet dusdanig bezwaart dat ze ineffectief wordt of zelfs contraproductief werkt.

Deze theorie van 'zelfvernietigende austeriteit' werd onder meer naar voren geschoven door Holland en Portes (2012) en De Grauwe en Ji (2013). Vooral de (Zuid-Europese) probleemlanden in de EMU zijn in zo'n spiraal terechtgekomen.

Relatief forse besparingen gingen er gepaard met een sterkere terugval in de economische groei. De groeiterugval verklaart op zijn beurt waarom de begrotingssanering niet heeft geleid tot de gewenste lagere schuldgraad, integendeel.

In België was de begrotingsausteriteit sinds 2010 minder hard dan in de Europese probleemlanden. Ook de groei viel relatief

gezien mee.

Toch pleitten heel wat politici en economen ook in ons land in de aanloop naar de recente begrotingscontrole voor een trager terugdringen van het tekort.

Op die manier zouden vanuit de begroting minder remmende impulsen uitgaan, waardoor de economie sneller uit de recessie kan klimmen.

De redenering gaat uit van de stabilisatiefunctie van het begrotingsbeleid en stoelt op de multiplicatorwerking vanuit de overheidsfinanciën.

De 'begrotingsmultiplicator' meet de verandering van de economische activiteit ten gevolge van maatregelen die kaderen binnen de budgettaire politiek.

Of, toegepast op de huidige austeriteit, met hoeveel procent het reëel bbp daalt als de overheid het begrotingstekort met één procentpunt van het bbp vermindert. De kritiek op de harde besparingsaanpak veronderstelt dan een substantiële multiplicatorwerking op de korte termijn.

De vraag is of een te felle sanering de economische malaise niet dusdanig bezwaart dat ze ineffectief wordt of zelfs contraproductief werkt. Deze theorie van 'zelfvernietigende austeriteit' werd onder meer naar voren geschoven door Holland en Portes (2012) en De Grauwe en Ji (2013). Vooral de (Zuid-Europese) probleemlanden in de EMU zijn in zo'n spiraal terechtgekomen. Relatief forse besparingen gingen er gepaard met een sterkere terugval in de economische groei. De groeiterugval verklaart op zijn beurt waarom de begrotingssanering niet heeft geleid tot de gewenste lagere schuldgraad, integendeel. In België was de begrotingsausteriteit sinds 2010 minder hard dan in de Europese probleemlanden. Ook de groei viel relatief gezien mee. Toch pleitten heel wat politici en economen ook in ons land in de aanloop naar de recente begrotingscontrole voor een trager terugdringen van het tekort. Op die manier zouden vanuit de begroting minder remmende impulsen uitgaan, waardoor de economie sneller uit de recessie kan klimmen. De redenering gaat uit van de stabilisatiefunctie van het begrotingsbeleid en stoelt op de multiplicatorwerking vanuit de overheidsfinanciën. De 'begrotingsmultiplicator' meet de verandering van de economische activiteit ten gevolge van maatregelen die kaderen binnen de budgettaire politiek. Of, toegepast op de huidige austeriteit, met hoeveel procent het reëel bbp daalt als de overheid het begrotingstekort met één procentpunt van het bbp vermindert. De kritiek op de harde besparingsaanpak veronderstelt dan een substantiële multiplicatorwerking op de korte termijn.