Het resultatenseizoen loopt op zijn laatste benen in België. Het is tijd om het internationale resultatenseizoen aan een kritische blik te onderwerpen. Zowat anderhalve maand geleden gaven we al aan dat de verwachtingen over de Amerikaanse en de Europese resultaten heel verschillend waren. We zagen bovendien dat de verwachtingen in amper enkele weken serieus waren teruggeschroefd onder invloed van de verzwakkende wereldeconomie en het slechte vierde kwartaal op de aandelenmarkten.

Die bijstellingen zijn belangrijk omdat we de resultaten op de eerste plaats vergelijken met de consensusverwachting van de analisten. Als we vaststellen dat nog altijd afgerond twee op de drie ondernemingen in de Verenigde Staten beter doen dan de gemiddelde analistenverwachting, dan lijkt alles dik in orde te zijn. Toch geven de cijfers een veel gemengder beeld dan voorheen. Ten eerste omdat heel wat Amerikaanse resultatenseizoenen de voorbije jaren ware zegebulletins waren. Vier op de vijf bedrijven, of zelfs meer, klopten de analistenconsensus met de vingers in de neus. Daarnaast zien we duidelijk een forsere omzetgroei dan winsttoename. Dat wijst erop dat zelfs de machtige Amerikaanse giganten margedruk voelen en een lagere winstgevendheid publiceren. Anderzijds gaven we een zestal weken geleden al aan dat de lat wellicht voldoende was verlaagd opdat het resultatenseizoen de indexen geen verdere averij zou laten oplopen.

Moeizaam Europa

Het Europese resultatenseizoen is in die zin gelijklopend. Ook hier hebben minder ondernemingen dan gewoonlijk aan de verwachtingen voldaan. Ook hier kan de omzetontwikkeling meer bekoren dan de winstevolutie. Het is van het eerste kwartaal van 2016 geleden dat er nog zo fors is gesnoeid in de verwachtingen in de twee maanden voorafgaand aan het eind van het kwartaal. Toch scoort slechts 40 procent van de Europese bedrijven beter dan verwacht in winst per aandeel. Daar tegenover staat dat 34 procent niet aan de verwachtingen voldeed. Zo heeft maar een goede 5 procent de analistenconsensus geklopt, een bijzonder laag cijfer.

Bijna een constante bij de analyse van de cijfers is dat de winst per aandeel in Europa minder sterk toenam of meer zakte dan de omzetontwikkeling. We mogen spreken van een wijdverspreide margedruk over de sectoren heen. De positieve slotbemerking is dat het zwakkere Europese resultatenseizoen al in de koersen verrekend zat. Bedrijven die de verwachtingen klopten, konden gemiddeld 2,3 procent stijgen in de vijf handelsdagen na de publicatie van de cijfers. Ondernemingen die onder de lat bleven, werden vaak de eerste handelsdag lager gezet, maar konden de schade de daaropvolgende dagen meestal weer goedmaken.