Het is al in geuren en kleuren verteld dat de internationale aandelenmarkten in 2019 een fraai orgelpunt hebben geplaatst op een uitstekend decennium. De totale return (indexevolutie plus dividenden) van de Amerikaanse Standard & Poor's 500-index(S&P500) bereikte vorig jaar 30 procent. Op Wall Street wordt dan gesproken van een superjaar. Dit jaar zien we een beetje verkoopdruk door het uitbreken van een dodelijke longziekte in China. Het lijkt logisch dat na een uitstekend jaar de beurzen gas terugnemen. Maar de ...

Het is al in geuren en kleuren verteld dat de internationale aandelenmarkten in 2019 een fraai orgelpunt hebben geplaatst op een uitstekend decennium. De totale return (indexevolutie plus dividenden) van de Amerikaanse Standard & Poor's 500-index(S&P500) bereikte vorig jaar 30 procent. Op Wall Street wordt dan gesproken van een superjaar. Dit jaar zien we een beetje verkoopdruk door het uitbreken van een dodelijke longziekte in China. Het lijkt logisch dat na een uitstekend jaar de beurzen gas terugnemen. Maar de naoorlogse beursgeschiedenis spreekt dat tegen. 2019 is het dertiende jaar dat de status van superjaar kreeg sinds de Tweede Wereldoorlog. De voorbije 55 jaar was dat bijna één op de vier jaren het geval. Maar tegelijk blijkt dat beleggers het jaar nadien niet noodzakelijk met een kater hoeven te zitten. De voorbije twaalf keer dat de S&P500 sinds 1946 een return boven 30 procent heeft gehaald, is die index het jaar nadien slechts twee keer lager geëindigd: in 1981 (-4,7%) en 1990 (-3,1%). Die verliezen vallen best mee, gezien de forse winst van het jaar ervoor.Sterker nog: het daaropvolgende jaar is vaak opnieuw een prima beursjaar. In de naoorlogse periode is het wel nog maar één keer gebeurd dat het jaar nadien nóg een superjaar opleverde: in 1955 haalde de S&P500 opnieuw een return van 32,6 procent. Vijf op de twaalf keer lag de return in het jaar na een superjaar boven 20 procent. Dat gebeurde ook in 1951 (+23,7%), 1976 (+23,8%), 1996 (+22,7%) en 1998 (+28,3%). De laatste dertiger in 2013 werd gevolgd door een goed 2014, met een winst van 13,5 procent. Sinds de Tweede Wereldoorlog kregen we gemiddeld een return van 15,2 procent in de jaren na een superjaar op Wall Street. Dat is ver boven het gemiddelde gemiddelde beursprestatie van 9 procent in de voorbije eeuw.Het kan dus best dat we na het superjaar 2019 ook een goed tot uitstekend 2020 krijgen op de aandelenmarkten. Als de schade van het coronavirus binnen de perken blijft, zal de beursschade ook beperkt blijven en wint het scenario van een nieuw goed beursjaar 2020 aan kracht. Dan zijn we volop bezig aan het verlengstuk van de stijgende beurstrend en aan de verwachte laatste klim.Als de Amerikaanse president Donald Trump zich in zijn relatie met China en het Midden-Oosten ook in dit verkiezingsjaar min of meer weet te beheersen, kan het gunstige beursscenario van een matige economische groei en een ultralage rente aanhouden. Het zou wel betekenen dat de opmars van de S&P500 richting 4000 punten er veel sneller komt dan we hadden ingeschat. Mogelijk bereiken we dat punt al dit jaar.