De Japanse eerste minister, Shinzo Abe, probeert zijn land al sinds zijn aantreden eind 2012 af te helpen van zijn chronische depressies en structurele deflatie. Maar steeds meer economen beginnen te spreken over de mislukking van de zogenaamde Abenomics.
...

De Japanse eerste minister, Shinzo Abe, probeert zijn land al sinds zijn aantreden eind 2012 af te helpen van zijn chronische depressies en structurele deflatie. Maar steeds meer economen beginnen te spreken over de mislukking van de zogenaamde Abenomics.Abenomics verwijst naar de politiek om de inflatie weer naar 2 procent te krijgen. Abe probeert dat onder meer te bereiken met meer publieke uitgaven en structurele hervormingen. Een van die hervormingen was de verhoging van de verbruikersbelasting, zeg maar de btw. Die stond bij zijn aantreden op 5 procent en werd begin 2014 verhoogd naar 8 procent. De bevolking reageerde heel negatief. Bovendien belandde de economie na een periode van beterschap weer in een recessie en verdween de inflatie opnieuw. Vandaag raakte bekend dat voor de tweede maand op rij sprake is van dalende prijzen (-0,3% in april). Japan kampt dus weer met deflatie. Dus denkt Abe eraan een tweede, in april 2017 geplande verhoging van de verbruiksbelasting, van 8 naar 10 procent, uit te stellen.Een ander onderdeel van Abenomics was een kwantitatieve versoepeling (QE) in het monetaire beleid. De Bank of Japan (BOJ) bracht een bazooka in stelling, die in termen van bbp zowat dubbel zo groot was als wat de Federal Reserve in de Verenigde Staten heeft gedaan. Bovendien veroorzaakte die enorme bazooka een vrije val van de Japanse yen. Eerder dit jaar verraste BOJ-voorzitter Haruhiko Kuroda nog met de invoering van een negatieve rente (-0,1%) op een deel van de reserves van de commerciële banken bij de centrale bank. Maar dat pakte tot nog toe verkeerd uit. De yen steeg. Vandaar dat de BOJ voorlopig op de rem staat. Maar nu opnieuw sprake is van deflatie staat ze onder druk om meer te doen.Japan kampt bovendien met een vergrijzende en krimpende bevolking. Tegen 2050 zou het aantal inwoners dalen van 125 naar 95 miljoen, en zou 40 procent ouder zijn dan 65 jaar. Het land torst ook een torenhoge overheidsschuld van meer dan 230 procent ten opzichte van het bbp.Het is misschien aan velen voorbijgegaan, maar tussen eind 2012 en de zomer van 2015 is de bekendste graadmeter met betrekking tot de Japanse beurs, de Nikkei-index, van afgerond 8000 naar 21.000 punten geklommen. Dat is een spectaculaire stijging (+160%). In langetermijnperspectief is die evenwel relatief: in 1989 bereikte diezelfde Nikkei-index een historische piek op 39.000 punten. Sinds midden vorig jaar ondergaat de Japanse beurs een gevoelige correctie. Dat is niet onlogisch na die opmars. In februari volgde na de piek op 21.000 punten een duik richting 15.000 punten. Toch denken flink wat analisten dat de Japanse beurs in de komende maanden de bodem ziet op 14.000 tot 16.000 punten.Bij verdere signalen van bodemvorming zouden we ons wel weer durven te wagen aan Japanse aandelen. Een Japan-tracker als iShares MSCI Japan EUR hedged ETF (38,5 euro, genoteerd in Amsterdam, ticker IJPE NA; ISIN-code IE00B42Z5J44), waar het wisselkoersrisico (EUR/JPY) wordt afgedekt, lijkt ons weldra kansrijk.