De Debt-Equity clock bestaat uit vier fasen, met economische groei en de schuldratio van bedrijven als determinanten. De vier fasen zijn: Downturn (geringe groei, oplopende schuldratio), Repair (geringe groei, afnemende schuldratio), Recovery (sterke groei, afnemende schuldratio) en Expansion (sterke groei, oplopende schuldratio).

Hans Stoter (ING): "Toen de financiële crisis een abrupt einde maakte aan de hoogconjunctuur van 2005-2007, ging de economie in 2008 over in de Downturn-modus. Negatieve bbp-groei zorgde voor dalende omzetten, kasstromen en winstmarges, terwijl het schuldniveau nog hoog lag. Bedrijven met een te hoge schuldenlast om de afnemende kasstroom op te vangen overleefden dit niet, met als gevolg een sterke stijging van het aantal wanbetalers. De Downturn-fase die uiteindelijk resulteert in een recessie, is duidelijk niet aantrekkelijk voor zowel aandeelhouders als bedrijfsobligatiehouders omdat de aandelenmarkten dalen en de credit spreads toenemen."

Bedrijven reageren op de Downturn door over te schakelen naar de Repair-modus. Dit betekent snel kostenbesparingen doorvoeren door het ontslaan van personeel, bezuinigen op kapitaaluitgaven, het uitstellen van onderhoudskosten, sluiting van overtollige productiecapaciteit, en de door deze maatregelen uitgespaarde liquide middelen gebruiken om schulden af te lossen.

Vanuit beleggingsoogpunt is de focus op overleven via kostenbesparing en schuldreductie aantrekkelijk voor de bedrijfsobligatiehouder. Het kredietrisicoprofiel van de bedrijven begint immers te verbeteren terwijl de spreads op bedrijfsobligaties nog altijd hoog zijn. Voor aandeelhouders is het minder aantrekkelijk.

Hans Stoter: "Wanneer de economie uit de recessie komt en stabiele bbp-groei begint te vertonen, gaan we over naar de Recovery-fase. Vanwege alle kostenbesparingen is de operationele leverage van bedrijven zeer hoog, en elke toename van de opbrengsten leidt tot een sterke kasstroom uit bedrijfsactiviteiten en een hoge nettowinst. Omdat CFO's de recente neergaande tendens nog levendig voor ogen staat, blijft hun aandacht gericht op het verlagen van de schuldratio."

Met als gevolg een voortdurende verbetering van de financiële positie van bedrijven en afnemende default rates voor ondernemingen.

Dit is aantrekkelijk voor obligatiehouders. Maar ook aandeelhouders profiteren omdat de toegenomen winsten door het economische herstel en het vooruitzicht van aanhoudende groei steeds meer beleggers naar de aandelenmarkt zal trekken.

Hans Stoter: "Wanneer de groei robuust blijft, komen we terecht in de Expansion-fase. De aandacht van bedrijven verschuift naar het creëren van aandeelhouderswaarde door middel van autonome omzetgroei of via fusies en overnames. Omdat deze groei vaak via vreemd vermogen wordt gefinancierd, leidt dit tot een stijging van de schuldratio."

Daarnaast zullen bedrijven aandeelhoudervriendelijke transacties gaan uitvoeren, zoals hogere dividenduitkeringen en programma's voor de terugkoop van eigen aandelen.

Het bedrijf genereert nog altijd veel kasmiddelen, maar deze middelen worden aan aandeelhouders gegeven in plaats van obligatiehouders.

Hans Stoter: "Dit resulteert in een beter beleggingsrendement voor aandeelhouders dan voor bedrijfsobligatiehouders. Tijdens deze fase van de economische cyclus is het aantal wanbetalingen nog gering, maar stijgt de schuldratio. Omdat de default rate erg laag is, worden bedrijfsobligaties als een veilige assetcategorie gezien met een extra rendement ten opzichte van staatsobligaties door de credit spread. Bedrijven blijven in de Expansion-fase tot de economische zeepbel uiteenspat en de cyclus weer van voren af aan begint."

De Debt-Equity clock bestaat uit vier fasen, met economische groei en de schuldratio van bedrijven als determinanten. De vier fasen zijn: Downturn (geringe groei, oplopende schuldratio), Repair (geringe groei, afnemende schuldratio), Recovery (sterke groei, afnemende schuldratio) en Expansion (sterke groei, oplopende schuldratio). Hans Stoter (ING): "Toen de financiële crisis een abrupt einde maakte aan de hoogconjunctuur van 2005-2007, ging de economie in 2008 over in de Downturn-modus. Negatieve bbp-groei zorgde voor dalende omzetten, kasstromen en winstmarges, terwijl het schuldniveau nog hoog lag. Bedrijven met een te hoge schuldenlast om de afnemende kasstroom op te vangen overleefden dit niet, met als gevolg een sterke stijging van het aantal wanbetalers. De Downturn-fase die uiteindelijk resulteert in een recessie, is duidelijk niet aantrekkelijk voor zowel aandeelhouders als bedrijfsobligatiehouders omdat de aandelenmarkten dalen en de credit spreads toenemen." Bedrijven reageren op de Downturn door over te schakelen naar de Repair-modus. Dit betekent snel kostenbesparingen doorvoeren door het ontslaan van personeel, bezuinigen op kapitaaluitgaven, het uitstellen van onderhoudskosten, sluiting van overtollige productiecapaciteit, en de door deze maatregelen uitgespaarde liquide middelen gebruiken om schulden af te lossen. Vanuit beleggingsoogpunt is de focus op overleven via kostenbesparing en schuldreductie aantrekkelijk voor de bedrijfsobligatiehouder. Het kredietrisicoprofiel van de bedrijven begint immers te verbeteren terwijl de spreads op bedrijfsobligaties nog altijd hoog zijn. Voor aandeelhouders is het minder aantrekkelijk. Hans Stoter: "Wanneer de economie uit de recessie komt en stabiele bbp-groei begint te vertonen, gaan we over naar de Recovery-fase. Vanwege alle kostenbesparingen is de operationele leverage van bedrijven zeer hoog, en elke toename van de opbrengsten leidt tot een sterke kasstroom uit bedrijfsactiviteiten en een hoge nettowinst. Omdat CFO's de recente neergaande tendens nog levendig voor ogen staat, blijft hun aandacht gericht op het verlagen van de schuldratio." Met als gevolg een voortdurende verbetering van de financiële positie van bedrijven en afnemende default rates voor ondernemingen. Dit is aantrekkelijk voor obligatiehouders. Maar ook aandeelhouders profiteren omdat de toegenomen winsten door het economische herstel en het vooruitzicht van aanhoudende groei steeds meer beleggers naar de aandelenmarkt zal trekken. Hans Stoter: "Wanneer de groei robuust blijft, komen we terecht in de Expansion-fase. De aandacht van bedrijven verschuift naar het creëren van aandeelhouderswaarde door middel van autonome omzetgroei of via fusies en overnames. Omdat deze groei vaak via vreemd vermogen wordt gefinancierd, leidt dit tot een stijging van de schuldratio." Daarnaast zullen bedrijven aandeelhoudervriendelijke transacties gaan uitvoeren, zoals hogere dividenduitkeringen en programma's voor de terugkoop van eigen aandelen. Het bedrijf genereert nog altijd veel kasmiddelen, maar deze middelen worden aan aandeelhouders gegeven in plaats van obligatiehouders. Hans Stoter: "Dit resulteert in een beter beleggingsrendement voor aandeelhouders dan voor bedrijfsobligatiehouders. Tijdens deze fase van de economische cyclus is het aantal wanbetalingen nog gering, maar stijgt de schuldratio. Omdat de default rate erg laag is, worden bedrijfsobligaties als een veilige assetcategorie gezien met een extra rendement ten opzichte van staatsobligaties door de credit spread. Bedrijven blijven in de Expansion-fase tot de economische zeepbel uiteenspat en de cyclus weer van voren af aan begint."