Gaan millennials anders met geld om dan babyboomers? We laten hen graag zelf aan het woord. Anneleen De Bonte was 10 jaar huisarts en is projectmanager bij Blenders, een incubator voor innovatieprojecten met een positieve maatschappelijke impact. Tussen 2016 en 2019 werkte ze bij Fairfin aan een duurzaam pensioen voor zelfstandige zorgverleners.

Herinnert u zich nog de polemiek toen het Chinese staatsbedrijf State Grid voor 830 miljoen euro aandelen van Eandis wilde kopen? De ene zag dat als een welkome kapitaalsinjectie en een louter financiële operatie, de andere steigerde bij het idee dat de Chinese Communistische Partij macht zou verwerven over zo'n cruciale basisvoorziening als ons elektriciteitsnet. Het werd al snel duidelijk dat na de instap de prijs van elektriciteit onmiddellijk zou stijgen. Daar zou de Chinese bevolking geen last van hebben, terwijl State Grid hogere rendementen zou optekenen. Steden en gemeenten en de Belgische Staatsveiligheid haalden opgelucht adem toen de deal niet doorging.

Had Europa zich anders kunnen verhouden tot Poetin als we hadden ingezet op energiecoöperaties?

In mijn ogen is het probleem niet enkel dat het om Chinezen ging. Dezelfde vergissing gebeurt aldoor met investeerders dichter bij huis. Zodra aandeelhouderschap een financieel rendement als enig doel heeft, gaat het al snel fout met de kwaliteit en de betaalbaarheid van het product. Zeker wanneer dat product verband houdt met basisvoorzieningen, wordt het kwalijk.

Neem voeding. Een producent van pastasaus die zijn aandeelhouders blij wil maken, kan de productiekosten drukken door minderwaardige ingrediënten te gebruiken, de boel aan te lengen met zetmeel en water, en dat te verdoezelen met kleur- en smaakstoffen. Zouden liefhebbers van pasta die zowel eigenaar als klant zijn van dat bedrijf zulke smurriesaus op hun eigen bord serveren?

Een ander voorbeeld is de ongerustheid over een dalende zorgkwaliteit ondanks de stijgende prijzen in het kader van de privatisering van de woon-zorgcentra. Private investeerders met een gevulde portefeuille kunnen zich permitteren daar weinig zorgen rond te hebben. Ze zijn in staat later voor zichzelf een uitstekend maar duur alternatief te financieren. Pensioenspaarders die via hun pensioenfonds in zorgvastgoed investeren, denken toch twee keer na of ze dat echt willen: pensioenrendement opstrijken met de ene hand, maar duur betalen voor zorg met de andere hand. Netto betekent dat: twee lege handen.

Veerkrachtiger

Ook energie en wonen werden duurder sinds die diensten beleggingsproducten werden. Hoe kan het dan wel, privégeld mobiliseren voor kwaliteitsvolle basisvoorzieningen voor iedereen, in een tijd waarin de overheidsbudgetten zienderogen slinken?

Het model bestaat: de coöperatie. In tijden van crisis is die meermaals veerkrachtiger gebleken dan de conventionele bedrijven. Professor Will Bartlett van de London School of Economics beschrijft hoe coöperaties tijdens de Eerste Wereldoorlog veel mensen van extreme armoede redden door te voorzien in de basisbehoeften. Vervolgens speelde de coöperatieve economie een hoofdrol in de wederopbouw in de jaren twintig. Met de opkomst van autoritaire regimes vanaf de jaren dertig verloren de coöperaties opnieuw terrein, hoewel ze hun economische leefbaarheid hadden bewezen. Ze bleken het midden te houden tussen het ongelijkheid bevorderende kapitalisme en een al te centraal gecontroleerde staatseconomie.

Anneleen De Bonte

De voorbije decennia worstelde de coöperatieve economie bij ons met haar professionaliteit. De reputatieproblemen bemoeilijkten ook het pad van de coöperaties die er wél in slaagden integere democratische principes met een verstandig financieel beheer te combineren. Zo zijn er in België meerdere succesvolle energiecoöperaties die het voor elkaar krijgen 100 procent lokale groene stroom te produceren tegen een correcte prijs en met een billijk dividend voor de aandeelhouders. De nieuwe vennootschapswet van 2019 staat garant voor een degelijk kader.

Het lijkt me niet gek ons af te vragen hoe anders Europa zich had kunnen verhouden tot Poetins imperialisme mocht de Europese Unie dat type energiecoöperatie de voorbije twintig jaar meer wind in de zeilen hebben gegeven.

Ook de wooncoöperatie is zich in België aan het heruitvinden, terwijl in sommige Zwitserse steden al 40 procent van de woningen coöperatieve eigendom zijn. Het model blijkt een effectieve remedie tegen onhoudbare prijsstijgingen door vastgoedspeculatie.

Andere volgorde

De belangrijkste reden waarom coöperaties een dam kunnen vormen tegen de uitwassen van het aandeelhouderskapitalisme, is dat de beweegredenen van investeerders in een andere volgorde komen te staan. Investeren doe je in de eerste plaats omdat je interesse hebt in het product of de dienst die de coöperatie levert. Je stelt je kapitaal ter beschikking, omdat je wilt dat groene energie wordt geproduceerd, gezond voedsel wordt geteeld, energiezuinige huizen worden gebouwd, degelijke zorg wordt georganiseerd - opdat je er vervolgens tegen redelijke tarieven gebruik van kunt maken. Uiteraard investeer je pas als je voldoende vertrouwen hebt in het businessplan. Doordat je eigenaar én gebruiker bent, kijk je anders naar dat evenwicht, want wat je meer wilt verdienen aan de ene kant, moet je meer betalen aan de andere. Pas op de derde plaats komt het dividend. Dat is volgens de ICA-principes (International Cooperative Alliance) geplafonneerd op 6 procent. Gaat het beter? Dan blijft de extra winst in de pot voor slechtere tijden of om te investeren. Die aanpak leidt tot een veel kleinere kloof tussen meer en minder gegoeden, tot een betere kwaliteit voor iedereen en tot een billijker spreiding van risico's.

Het gaat erom dat geld investeren gelijk moet staan aan betrokkenheid. Het moet verder gaan dan financiële winst. Wat we samen gefinancierd moeten krijgen in de volgende decennia (energietransitie, zorg voor een vergrijzende bevolking, verduurzaming van de landbouw) is te belangrijk om over te laten aan verre Chinezen. Ons kapitaal en ons hachje moéten op het spel staan, zodat elke investeerder mee de pineut is als de saus niet te vreten is.

Herinnert u zich nog de polemiek toen het Chinese staatsbedrijf State Grid voor 830 miljoen euro aandelen van Eandis wilde kopen? De ene zag dat als een welkome kapitaalsinjectie en een louter financiële operatie, de andere steigerde bij het idee dat de Chinese Communistische Partij macht zou verwerven over zo'n cruciale basisvoorziening als ons elektriciteitsnet. Het werd al snel duidelijk dat na de instap de prijs van elektriciteit onmiddellijk zou stijgen. Daar zou de Chinese bevolking geen last van hebben, terwijl State Grid hogere rendementen zou optekenen. Steden en gemeenten en de Belgische Staatsveiligheid haalden opgelucht adem toen de deal niet doorging. In mijn ogen is het probleem niet enkel dat het om Chinezen ging. Dezelfde vergissing gebeurt aldoor met investeerders dichter bij huis. Zodra aandeelhouderschap een financieel rendement als enig doel heeft, gaat het al snel fout met de kwaliteit en de betaalbaarheid van het product. Zeker wanneer dat product verband houdt met basisvoorzieningen, wordt het kwalijk. Neem voeding. Een producent van pastasaus die zijn aandeelhouders blij wil maken, kan de productiekosten drukken door minderwaardige ingrediënten te gebruiken, de boel aan te lengen met zetmeel en water, en dat te verdoezelen met kleur- en smaakstoffen. Zouden liefhebbers van pasta die zowel eigenaar als klant zijn van dat bedrijf zulke smurriesaus op hun eigen bord serveren? Een ander voorbeeld is de ongerustheid over een dalende zorgkwaliteit ondanks de stijgende prijzen in het kader van de privatisering van de woon-zorgcentra. Private investeerders met een gevulde portefeuille kunnen zich permitteren daar weinig zorgen rond te hebben. Ze zijn in staat later voor zichzelf een uitstekend maar duur alternatief te financieren. Pensioenspaarders die via hun pensioenfonds in zorgvastgoed investeren, denken toch twee keer na of ze dat echt willen: pensioenrendement opstrijken met de ene hand, maar duur betalen voor zorg met de andere hand. Netto betekent dat: twee lege handen. Ook energie en wonen werden duurder sinds die diensten beleggingsproducten werden. Hoe kan het dan wel, privégeld mobiliseren voor kwaliteitsvolle basisvoorzieningen voor iedereen, in een tijd waarin de overheidsbudgetten zienderogen slinken? Het model bestaat: de coöperatie. In tijden van crisis is die meermaals veerkrachtiger gebleken dan de conventionele bedrijven. Professor Will Bartlett van de London School of Economics beschrijft hoe coöperaties tijdens de Eerste Wereldoorlog veel mensen van extreme armoede redden door te voorzien in de basisbehoeften. Vervolgens speelde de coöperatieve economie een hoofdrol in de wederopbouw in de jaren twintig. Met de opkomst van autoritaire regimes vanaf de jaren dertig verloren de coöperaties opnieuw terrein, hoewel ze hun economische leefbaarheid hadden bewezen. Ze bleken het midden te houden tussen het ongelijkheid bevorderende kapitalisme en een al te centraal gecontroleerde staatseconomie. De voorbije decennia worstelde de coöperatieve economie bij ons met haar professionaliteit. De reputatieproblemen bemoeilijkten ook het pad van de coöperaties die er wél in slaagden integere democratische principes met een verstandig financieel beheer te combineren. Zo zijn er in België meerdere succesvolle energiecoöperaties die het voor elkaar krijgen 100 procent lokale groene stroom te produceren tegen een correcte prijs en met een billijk dividend voor de aandeelhouders. De nieuwe vennootschapswet van 2019 staat garant voor een degelijk kader. Het lijkt me niet gek ons af te vragen hoe anders Europa zich had kunnen verhouden tot Poetins imperialisme mocht de Europese Unie dat type energiecoöperatie de voorbije twintig jaar meer wind in de zeilen hebben gegeven. Ook de wooncoöperatie is zich in België aan het heruitvinden, terwijl in sommige Zwitserse steden al 40 procent van de woningen coöperatieve eigendom zijn. Het model blijkt een effectieve remedie tegen onhoudbare prijsstijgingen door vastgoedspeculatie. De belangrijkste reden waarom coöperaties een dam kunnen vormen tegen de uitwassen van het aandeelhouderskapitalisme, is dat de beweegredenen van investeerders in een andere volgorde komen te staan. Investeren doe je in de eerste plaats omdat je interesse hebt in het product of de dienst die de coöperatie levert. Je stelt je kapitaal ter beschikking, omdat je wilt dat groene energie wordt geproduceerd, gezond voedsel wordt geteeld, energiezuinige huizen worden gebouwd, degelijke zorg wordt georganiseerd - opdat je er vervolgens tegen redelijke tarieven gebruik van kunt maken. Uiteraard investeer je pas als je voldoende vertrouwen hebt in het businessplan. Doordat je eigenaar én gebruiker bent, kijk je anders naar dat evenwicht, want wat je meer wilt verdienen aan de ene kant, moet je meer betalen aan de andere. Pas op de derde plaats komt het dividend. Dat is volgens de ICA-principes (International Cooperative Alliance) geplafonneerd op 6 procent. Gaat het beter? Dan blijft de extra winst in de pot voor slechtere tijden of om te investeren. Die aanpak leidt tot een veel kleinere kloof tussen meer en minder gegoeden, tot een betere kwaliteit voor iedereen en tot een billijker spreiding van risico's. Het gaat erom dat geld investeren gelijk moet staan aan betrokkenheid. Het moet verder gaan dan financiële winst. Wat we samen gefinancierd moeten krijgen in de volgende decennia (energietransitie, zorg voor een vergrijzende bevolking, verduurzaming van de landbouw) is te belangrijk om over te laten aan verre Chinezen. Ons kapitaal en ons hachje moéten op het spel staan, zodat elke investeerder mee de pineut is als de saus niet te vreten is.