Obligaties worden doorgaans uitgegeven zonder bijzondere voorwaarden. De obligatiehouder heeft dezelfde rechten als een gewone schuldeiser van de onderneming die de effecten uitgeeft. Als die onderneming om één of andere reden in vereffening gaat (ze gaat bijvoorbeeld failliet), dan worden de obligatiehouders terugbetaald nadat de bevoorrechte schuldeisers vergoed zijn. Bevoorrecht zijn onder meer de leukste schuldeisers zoals de deurwaarder, de fiscus, het RIZIV, de RSZ.

Een obligatiehouder kan in uitzonderlijke gevallen ook behoren tot dat selectieve clubje van bevoorrechte schuldeisers. Dat is het geval als overeengekomen is dat de schuld gewaarborgd wordt door bepaalde activa van de onderneming. In dat geval wordt de obligatiehouder prioritair behandeld. Maar zulke obligaties zijn uitzonderlijk.

Het gebeurt vaker dat de obligatie achtergesteld is. En dat is vaak een gevaarlijke situatie. De terugbetaling kan immers een probleem vormen als de debiteur in moeilijkheden komt omdat de bevoorrechte én de gewone schuldeisers voor de obligatiehouder komen. Die staat bij een achtergestelde obligatie op de voorlaatste plaats. Alleen de aandeelhouders komen er nog achter. Doorgaans bieden dergelijke obligaties een hoger rendement. Zoals vrijwel altijd bij beleggingen, gaan een hoger rendement en meer risico hand in hand. Of, zo zou het moeten zijn. Een hoog risico en een laag rendement bestaat ook. Dat is pas een echte nachtmerrie voor een belegger die zich daaraan laat vangen.

TIP: Een belegging in obligaties wordt vaak voorgesteld als risicoloos. Een belegging voor mensen die graag op hun twee oren slapen. Dat is niet altijd het geval. Er bestaan obligaties die veel risico inhouden, bestemd voor speculatief ingestelde beleggers. Wees daarvan bewust als u niet graag ongewenste verrassingen beleeft.

Vermijd valkuilen

Er bestaan nog andere gevaren voor de brave obligatieliefhebber. De klassieke obligatie is vastrentend. Bij de uitgifte wordt de rente vastgelegd. Ze blijft onveranderd gedurende de gehele looptijd. Periodiek heeft de obligatiehouder recht op zijn rente.

Maar er bestaan ook obligaties met variabele rente, de zogenoemde 'floating rate notes'. De uitgever van de obligaties legt het renterisico volledig bij de obligatiehouder. Hij betaalt om de drie of zes maanden rente uit en kan het tarief op dat moment herzien in functie van de rente op de internationale geldmarkten zoals de LIBOR (London Interbank Offered Rate). De obligatiehouder weet dus nooit vooraf hoeveel rente hij zal ontvangen. Dergelijke constructies zijn alleen interessant voor wie weet, of meent te weten, hoe de rente zal evolueren. Madame Soleil kan helpen.

En er schuilen nog addertjes onder het obligatiegras. Obligaties worden normaliter terugbetaald op de vervaldag. Dat kan al na een jaar zijn. Dat kan na dertig jaar zijn, afhankelijk van wat overeengekomen is. Maar, eigenaardig misschien, er bestaan ook eeuwigdurende of perpetuele obligaties. Die obligaties worden op hetzelfde risiconiveau geplaatst als aandelen. Ze zijn doorgaans achtergesteld. Met dat voordeel dat een eeuwigdurende lening een coupon betaalt die meestal hoger ligt dan het dividend van het aandeel. Kortom, wie een 'perpetual' gekocht heeft, moet weten dat hij in feite een soort aandeel bezit, doorgaans met gelijkaardige risico's op vlak van koersevolutie en terugbetalingsvoorwaarden.

TIP: Beleggers met enige technische kennis van de kapitaalmarkten kunnen opteren voor een eeuwigdurende obligatie. Die heeft dezelfde basiskenmerken als een aandeel, maar het rendement is vaak hoger dan het dividend van hetzelfde aandeel.

Calloptie en putoptie

Wie denkt dat een obligatie altijd terugbetaald wordt op de vervaldag, denkt verkeerd. De perpetual loopt in principe eeuwig. Dat is lang. Niemand weet precies hoe lang. En dat is ook zo, maar dan anders, voor obligaties met zeer lange looptijd. Die zijn immers vaak vervroegd terugbetaalbaar in schijven. Dat kan zelfs op verschillende manieren. Ja, de obligatiemarkt is veel boeiender dan velen denken.

Een regelmatig gebruikte methode is de uitloting of trekking. De debiteur betaalt elk jaar een zeker bedrag terug. Lottrekking bepaalt welke nummers van de obligatie terugbetaald worden. De koper van de obligatie weet dus hoegenaamd niet wanneer hij zijn geld zal terugkrijgen. Om verrassingen te vermijden is het daarom raadzaam uw bank of beursvennootschap jaarlijks te consulteren omtrent een mogelijke uitloting.

Bij sommige obligaties is de emittent verplicht om op regelmatige tijdstippen terugbetalingen te doen via uitloting. Maar andere emittenten zijn slimmer. Zij leggen zichzelf niet de plicht op om vervroegd terug te betalen. Neen, ze behouden zich het recht voor om terug te betalen.

Een belegging in obligaties wordt vaak voorgesteld als risicoloos. Dat is niet altijd het geval.

Bij zulke effecten, obligaties met een 'calloptie', is de obligatiehouder vrijwel altijd de klos. Want wanneer zal de emittent terugbetalen? Juist, als het hem het best past. En wanneer past het hem het best? Als de rente zakt, want dan kan hij de oude obligaties terugbetalen en eventueel vervangen door nieuwe met een lagere rente.

De obligatiebezitter verliest in dat geval een hoog renderende obligatie en moet zich, als hij in obligaties wil blijven beleggen, tevreden stellen met stukken die minder opbrengen. Dat kan tot ontevreden obligatiehouders leiden, maar in feite doen de debiteuren niets verkeerd. Als de vervroegde terugbetaling via een calloptie tot de mogelijkheden behoort, dan moest dat altijd duidelijk vermeld staan bij de uitgifte van de effecten. Maar ja, wie leest alle kleine lettertjes? Of wie onthoudt zulke zaken die de bankier ongetwijfeld jaren geleden heeft verteld bij het onderschrijven van de stukken?

Wie calloptie zegt, moet ook put-optie zeggen. We gaan later, in het hoofdstuk over afgeleide producten, nader in op de wondere wereld van de optiebeurs. Hier, op de obligatiebeurs, bestaan ook putopties. Het zijn obligaties waarbij de obligatiebezitter de vervroegde terugbetaling mag vragen. Uiteraard gaat het hier doorgaans niet om gewone obligaties. Dat zou al te gemakkelijk zijn.

Vaak zijn het converteerbare obligaties waaraan zo'n put verbonden is. Dat zijn obligaties die onder welbepaalde omstandigheden geruild kunnen worden tegen aandelen van een bepaalde onderneming. Ook niet echt een instrument voor de 'beginnende belegger'.

TIP: De koper van obligaties met een 'calloptie' moet goed beseffen dat de emittent meer dan waarschijnlijk de obligaties vervroegd zal terugbetalen als de rente daalt. Stijgt de rente daarentegen, dan blijft de obligatiebezitter zitten met de lagere rente. De koers van zijn obligaties zal dan ook dalen.

Belegging voor de goede huisvader

Het bovenstaande kan misschien verkeerdelijk de indruk wekken dat heel de obligatiemarkt bezaaid is met voetangels en klemmen. Niets is minder waar. Gewone obligaties zijn en blijven prima beleggingen voor de 'goede huisvader'.

Anders is het gesteld met obligaties waar allerlei speciale constructies mee gepaard gaan. Dat zijn ook niet noodzakelijk allemaal 'sjoemelobligaties'. Maar naïeve beleggers, waartoe uiteraard geen enkele lezer van dit boek behoort, zouden kunnen in de verleiding komen zulke obligaties te kopen omdat ze een rendement bieden dat wat hoger is dan het marktgemiddelde. De addertjes onder het gras worden dan soms niet opgemerkt.

TIP: Indien een bepaalde obligatie een beduidend hoger rendement biedt dan het marktgemiddelde, kijk dan goed uit. Doorgaans bevat die extra clausules die de lening een speculatief trekje geven voor de obligatiebezitter.

Ratings en kredietwaardigheid

Hoe weten kopers van obligaties dat ze hun geïnvesteerde geld ooit terugzien? Dat is een vraag waar vrijwel elke belegger graag een antwoord op heeft.

Daarom zijn een aantal financiële instellingen zich gaan specialiseren in het onderzoek naar de kredietwaardigheid van grote debiteuren. De bekendste zijn Moody's en Standard & Poor's. Zij kennen, na grondig onderzoek, aan de geïnteresseerde ondernemingen (die daarvoor relatief veel betalen) een rating toe. Die ratings bieden een zeker houvast aan beleggers over de betrouwbaarheid van de emittenten, maar ze gelden uiteraard niet als een absolute waarheid.

Beleggers met enige technische kennis van de kapitaalmarkten kunnen opteren voor een eeuwigdurende obligatie

Een rating is gebaseerd op indicatoren zoals het rendement op het eigen vermogen, het aantal keren dat de opbrengsten de te betalen intresten dekken, de schuldgraad, enz.

Een paar voorbeelden: AAA-debiteuren hebben een gemiddelde langetermijnschuld van 15 procent, terwijl dit voor single A-debiteuren oploopt tot ruim 30 procent. Het rendement op eigen vermogen ligt bij een AA-debiteur op gemiddeld 23 procent terwijl dit voor een BBB-debiteur slechts 14 procent bedraagt. Bij een AA-debiteur dekt de bedrijfswinst meer dan 10-maal de intresten op de schulden. Dit is 60 procent hoger dan bij een single A-debiteur.

Volgens Moody's en Standard & Poor's zijn de ratings van AAA tot Baa3/BBB- 'investeringswaardig'. Bedrijven met die rating kennen, normaal gezien, geen problemen om de leningen terug te betalen. De ratings Ba1/BB+ tot D zijn 'speculatief' en dus in principe niet geschikt voor particuliere beleggers. Een belangrijke bedenking daarbij: een rating is geen statisch, maar wel een dynamisch gegeven. Dat betekent dat hij aangepast kan worden tijdens de looptijd van de obligatie.

TIP: Aangezien een rating geen statisch, maar wel een dynamisch gegeven is, kan hij aangepast worden tijdens de looptijd van de obligatie. Wil u niet verrast worden, kijk dan de rating van uw debiteuren jaarlijks na en aarzel niet obligaties van debiteuren met een ernstige ratingverlaging van de hand te doen.

Risicovolle debiteuren

Ondernemingen met een lage rating zullen, willen hun emissies afnemers vinden, een hoger rendement moeten bieden dan ondernemingen met een hoge rating. 'Veilige' ondernemingen zullen, met andere woorden, goedkoper geld kunnen lenen dan minder veilige.

Typische voorbeelden van risicovolle debiteuren zijn de meeste ontwikkelingslanden. Daartegenover staan de uitstekende debiteuren, die dus een lagere rente bieden omdat ze veiliger zijn. Een paar voorbeelden: EIB (Europese InvesteringsBank), KFW (Kreditanstalt Für Wiederaufbau), EFSF (European Financial Stability Facility) en CFF (Crédit Foncier de France).

TIP: Naast de primaire markt, bestaat ook de zogenaamde secundaire markt. Dat is de markt van de tweedehands effecten. Niet alle beleggers houden hun obligaties immers tot de vervaldag. Op die secundaire markt zijn soms koopjes te doen. Raadpleeg hiervoor regelmatig de website van de financiële instellingen.

© .

Danny Reweghs en Luc Van den Borre, Haal alles uit uw geld. 101 tips over sparen, beleggen, belastingen en successie, 312 blz., 19,99 euro.