Alan Greenspan zal zo (voor Duchateau althans) verbonden blijven aan zijn onsterfelijke "irrational exuberance ?" Merk ook het subtiele vraagteken, waarmee de illustere Fed-Gouverneur toch nog enige ruimte voor een dubbele interpretatie.

Hij deed deze uitspraak na het bezoek van twee bollebozen, Shiller en Campbell, die even bekend stonden om hun erudiete intelligentie als hun zwartgalligheid.

Hun stelling was dat de Amerikaanse aandelenmarkten zo'n 75% te hoog stonden, op basis van een vergelijking met de gebeurtenissen voor de grote depressie. Beide economisten stelden dat de Fed ook in 1999 te laks omsprong met de gelddrukmachine, net als in de jaren '20.

Greenspan liet de situatie grondig onderzoeken en zond op 6 december 1996 zijn boodschap met zijn typerende uitspraak dan maar de wereld in. De aandelenmarkten doken enkele procenten naar beneden maar herstelden nadien vlot en gingen uiteindelijk nog 75% hoger.

Uiteindelijk implodeerden de aandelenmarkten dan toch in 2000, maar om totaal andere redenen dan deze die werden aangereikt door Shiller en Campbell.

De zeepbel in de internetaandelen en de monsterlijk grote faillissementen van Enron en WorldCom bleken uiteindelijk de niet voorspelde oorzaken van de beurscorrectie.

Alan Greenspan zal zo (voor Duchateau althans) verbonden blijven aan zijn onsterfelijke "irrational exuberance ?" Merk ook het subtiele vraagteken, waarmee de illustere Fed-Gouverneur toch nog enige ruimte voor een dubbele interpretatie. Hij deed deze uitspraak na het bezoek van twee bollebozen, Shiller en Campbell, die even bekend stonden om hun erudiete intelligentie als hun zwartgalligheid. Hun stelling was dat de Amerikaanse aandelenmarkten zo'n 75% te hoog stonden, op basis van een vergelijking met de gebeurtenissen voor de grote depressie. Beide economisten stelden dat de Fed ook in 1999 te laks omsprong met de gelddrukmachine, net als in de jaren '20. Greenspan liet de situatie grondig onderzoeken en zond op 6 december 1996 zijn boodschap met zijn typerende uitspraak dan maar de wereld in. De aandelenmarkten doken enkele procenten naar beneden maar herstelden nadien vlot en gingen uiteindelijk nog 75% hoger. Uiteindelijk implodeerden de aandelenmarkten dan toch in 2000, maar om totaal andere redenen dan deze die werden aangereikt door Shiller en Campbell. De zeepbel in de internetaandelen en de monsterlijk grote faillissementen van Enron en WorldCom bleken uiteindelijk de niet voorspelde oorzaken van de beurscorrectie.