Een positieve verwachting kwam volgens professor Stefan Duchateau binnengewaaid uit China. De lokale overheid werd daar al geruime tijd geconfronteerd met een economisch dilemma: de industriële bedrijven kreunden ondere de hoge rentetarieven die de overheid moet blijven hanteren om het risico op de vorming van een zeepbel in de vastgoedsector niet onnodig te verhogen.

Daarenboven bleven de belangrijkste grondstoffenprijzen in de voedingsindustrie op een schrikbarend hoog niveau. Lagere rentetarieven zouden zo eerder leiden tot de potentiële destabilisatie van de economie (en het politieke regime) dan tot een heropleving van de industriële groei.

Een perfecte patstelling, zo leek het althans, dat vooral de kans op harde landing van de Chinese economie (en de hele Aziatische regio) dramatisch liet toenemen. De favoriete investeringsregio voor veel professionele beleggers verloor zo met de dag aan aantrekkingskracht.

Tot plots, wonderwel, de industrie zichzelf uit het moeras begon te trekken en een reeks van sterke prestaties neerzette die iedere analist wist te verbazen.

Zowel bij de PMI-cijfers (de officiële en deze berekend door HSBC), de industriële output, de kleinhandelsprijzen als de exportcijfers kon een merkwaardige opwaartse tendens worden vastgesteld.

Te vroeg om te spreken van een trendbreuk maar voldoende om het gedeprimeerde beursklimaat terug op "mooi weer" te zetten. Een bevestiging van deze cijfers moet nog volgen, natuurlijk, maar intussen wentelen de meeste Zuid-Oost Aziatische landen zich in het onverwachte zonnetje.

Een positieve verwachting kwam volgens professor Stefan Duchateau binnengewaaid uit China. De lokale overheid werd daar al geruime tijd geconfronteerd met een economisch dilemma: de industriële bedrijven kreunden ondere de hoge rentetarieven die de overheid moet blijven hanteren om het risico op de vorming van een zeepbel in de vastgoedsector niet onnodig te verhogen. Daarenboven bleven de belangrijkste grondstoffenprijzen in de voedingsindustrie op een schrikbarend hoog niveau. Lagere rentetarieven zouden zo eerder leiden tot de potentiële destabilisatie van de economie (en het politieke regime) dan tot een heropleving van de industriële groei. Een perfecte patstelling, zo leek het althans, dat vooral de kans op harde landing van de Chinese economie (en de hele Aziatische regio) dramatisch liet toenemen. De favoriete investeringsregio voor veel professionele beleggers verloor zo met de dag aan aantrekkingskracht. Tot plots, wonderwel, de industrie zichzelf uit het moeras begon te trekken en een reeks van sterke prestaties neerzette die iedere analist wist te verbazen. Zowel bij de PMI-cijfers (de officiële en deze berekend door HSBC), de industriële output, de kleinhandelsprijzen als de exportcijfers kon een merkwaardige opwaartse tendens worden vastgesteld. Te vroeg om te spreken van een trendbreuk maar voldoende om het gedeprimeerde beursklimaat terug op "mooi weer" te zetten. Een bevestiging van deze cijfers moet nog volgen, natuurlijk, maar intussen wentelen de meeste Zuid-Oost Aziatische landen zich in het onverwachte zonnetje.