De keuze van de Belgische belegger is niet langer beperkt tot aandelen, obligaties of fondsen, hij kan ook opteren voor risicovolle opties, turbo's, futures of de handel in buitenlandse valuta (forex). Dat kan grote gevaren inhouden voor onervaren beleggers. De hefbomen op sommige producten lopen hoog op en kunnen posities in één dag tijd wegvegen.

Een hefboom van 5 houdt in dat als het onderliggende actief - bijvoorbeeld een beursindex - met 1 procent stijgt, de waarde van het product omhooggaat met 5 procent. Dat mechanisme werkt ook omgekeerd: als het actief met 1 procent daalt, zakt de waarde met 5 procent. De verliezen kunnen daardoor snel oplopen. Daarnaast kunnen de klanten geld lenen om ermee te beleggen (de effectenhandel op krediet). Wie met geleend geld een hefboom gebruikt, kan grote winsten binnenhalen, maar ook zeer zware verliezen lijden.

De vele keuzemogelijkheden kunnen beleggers er ook toe verleiden om gokjes te wagen via vele kleine posities. Zo'n positie, die vaak beperkt blijft tot 1000 euro, is op zich te klein om een totale beleggingsportefeuille in een bepaalde richting te sturen. Een grote winst op een positie wordt vaak tenietgedaan door de vele kleine verliezen op de andere posities. De enige die daar beter van wordt, is de tussenpersoon. De vele transacties doen de kosten zeer snel oplopen (zie tabel met prijsvergelijkingen). Uit een Amerikaanse studie van 2001, waarin de prestaties van 35.000 beleggingsportefeuilles tussen 1991 en 1997 werd gevolgd, is al gebleken dat het veelvuldig verhandelen van aandelen leidt tot een vermindering van de jaarlijkse prestatie van een beleggingsportefeuille met 2,65 procentpunten. Boven op de transactie- en de bewaarkosten komt nog de beurstaks, die beleggen weer een stukje duurder heeft gemaakt.

Mathias Nuttin

De keuze van de Belgische belegger is niet langer beperkt tot aandelen, obligaties of fondsen, hij kan ook opteren voor risicovolle opties, turbo's, futures of de handel in buitenlandse valuta (forex). Dat kan grote gevaren inhouden voor onervaren beleggers. De hefbomen op sommige producten lopen hoog op en kunnen posities in één dag tijd wegvegen.Een hefboom van 5 houdt in dat als het onderliggende actief - bijvoorbeeld een beursindex - met 1 procent stijgt, de waarde van het product omhooggaat met 5 procent. Dat mechanisme werkt ook omgekeerd: als het actief met 1 procent daalt, zakt de waarde met 5 procent. De verliezen kunnen daardoor snel oplopen. Daarnaast kunnen de klanten geld lenen om ermee te beleggen (de effectenhandel op krediet). Wie met geleend geld een hefboom gebruikt, kan grote winsten binnenhalen, maar ook zeer zware verliezen lijden.De vele keuzemogelijkheden kunnen beleggers er ook toe verleiden om gokjes te wagen via vele kleine posities. Zo'n positie, die vaak beperkt blijft tot 1000 euro, is op zich te klein om een totale beleggingsportefeuille in een bepaalde richting te sturen. Een grote winst op een positie wordt vaak tenietgedaan door de vele kleine verliezen op de andere posities. De enige die daar beter van wordt, is de tussenpersoon. De vele transacties doen de kosten zeer snel oplopen (zie tabel met prijsvergelijkingen). Uit een Amerikaanse studie van 2001, waarin de prestaties van 35.000 beleggingsportefeuilles tussen 1991 en 1997 werd gevolgd, is al gebleken dat het veelvuldig verhandelen van aandelen leidt tot een vermindering van de jaarlijkse prestatie van een beleggingsportefeuille met 2,65 procentpunten. Boven op de transactie- en de bewaarkosten komt nog de beurstaks, die beleggen weer een stukje duurder heeft gemaakt.Mathias Nuttin