De Bank of England heeft voor de zoveelste vergadering op rij beslist de rente onveranderd te houden op het historisch dieptepunt van 0,5 procent. De stemming was overduidelijk: acht stemmen voor 'geen wijziging' tegenover één dissident. Enkel Ian McCafferty durfde te vloeken in de kerk door een renteverhoging te bepleiten. Na zes jaar van ongewijzigd rentebeleid van de Britse centrale bank zal ook dit besluit dus niet de opener van de financiële pers worden. So, what's the point? Een eeuwig lage rente dan maar? Neen, het is voor een aantal landen tijd om aan de normalisering van de rente te beginnen.

We herinneren het ons alsof het gisteren was. In de donkere nadagen van 2008 nam Fed-voorzitter Ben Bernanke de 'historische' beslissing om de basisrente naar nul te brengen. Dat was pas even schrikken en verwonderd opkijken. Gratis geld?! Dat ging toch tegen elk financieel principe in? Bernanke verdedigde die ongeziene stap in de monetaire politiek door de wijzen op de 'uitzonderlijke' situatie na de val van Lehman Brothers en door te verzekeren dat de beslissing slechts voor een beperkte tijd zou gelden.

Bijna zeven jaar later kunnen we nog moeilijk over een 'uitzonderlijke' en 'tijdelijke' beslissing spreken. Het is intussen dusdanig de norm dat het 100 procent zeker wél wereldnieuws wordt als een belangrijke, westerse centrale bank dan toch eens de rente verhoogt.

'Geen uitstel meer voor renteverhoging'

Doug Carney, de voorzitter van Bank Of England, verwijst naar het duurdere pond en de recente verdere daling van de grondstoffenprijzen (vooral olie) en stelt dat de inflatieverwachtingen getemperd zijn. Tegelijk werd wel de groeiverwachting voor de Britse economie opgetrokken van 2,6 naar 2,8 procent, terwijl de lonen aan de overkant van het Kanaal dit jaar met 3 procent zouden toenemen.

Een economie die evolueert in de richting van 3 procent groei en waar de lonen met 3 procent toenemen, kan men bezwaarlijk nog een economie in diepe crisis noemen, die geen 'normalisering' van de rente zou aankunnen. Toch is dat de overheersende mening in het bestuurskamers van menig centrale bank. De voorbije jaren zijn de 'haviken', die voor een orthodox, klassiek monetair beleid staan, haast overal vervangen door 'duiven', die een nulrente en kwantitatieve versoepeling als haast vanzelfsprekend zijn gaan beschouwen.

Uit angst dat de consumenten, bedrijfsleiders, beleggers, enzovoort slecht zouden reageren op rentestijgingen schuiven de centrale banken de beslissing nog maar even voor zich uit. Maar hoe langer ze wachten, hoe groter het risico op afkickverschijnselen wordt bij de economische en financiële actoren.

Een ander nevenverschijnsel van de ultralage rente is dat de regeringen uit de wind worden gezet en in de hangmat gaan hangen. Ze krijgen geen enkele prikkel om gewenste structurele hervormingen door te voeren. Een geleidelijke normalisering van basisrente kan hen wel tot wat meer actie aanzetten.

Voor het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten is het moment gekomen om geleidelijk aan de rente op te trekken. Iedereen is er lang genoeg op voorbereid. Hun economieën kunnen intussen wel degelijk tegen een rentestootje. De Federal Reserve krijgt op 17 september de kans om de 'historische beslissing' nu eindelijk te nemen.