Doordat de banken hun kapitaalbasis moeten versterken, zouden zij onvoldoende middelen hebben om hun rol van kredietverschaffer te vervullen, zo luidt de bekommernis.

Het gevaar van een "credit crunch" werd in het najaar van 2011 aangewakkerd door de crisis rond de Europese overheidsschuld en de eis van de Europese toezichthouder op de banken (EBA) om de kapitaalbuffers versneld aan te vullen.

Het verklaart waarom de ECB ongelimiteerd en voor een uitzonderlijk lange periode van drie jaar geld aan de Europese banken uitleende. Zij wou zo voorkomen dat de banken zelf de geldkraan voor de economie zouden dichtdraaien.

Echte "credit crunch" fnuikt economische groei

Een echte "credit crunch" fnuikt de economische groei, omdat rendabele investeringsprojecten niet worden gerealiseerd bij gebrek aan financiering.

Zo'n fenomeen kan moeilijk met grote precisie worden vastgesteld. Een groeivertraging of zelfs vermindering van de kredietverlening kan immers zowel met vraag- als met aanbodfactoren te maken hebben.

Wanneer de vraagvooruitzichten versomberen, zullen bedrijven ook hun investeringsplannen terugschroeven en zal de vraag naar nieuwe kredieten afnemen.

Omgekeerd, duurt het doorgaans een drietal kwartalen vooraleer een conjunctuuropleving de kredietverlening weer doet versnellen.

Uit een vergelijking blijkt dat de daling van de kredietverlening tijdens de recessie van 2008-2009 vergelijkbaar is met

die van de voorgaande recessies, hoewel het bbp veel sterker terugviel.

Het herstel van de kredietgroei vanaf midden 2010 was bovendien relatief sterk. De nieuwe conjunctuurinzinking sinds het voorjaar van 2011 deed de kredietgroei opnieuw vertragen, maar ook die vertraging blijkt al bij al beperkt.

In de voorbije maanden is de kredietverlening aan bedrijven immers opnieuw lichtjes sterker gegroeid: het stijgingstempo liep op van 2,6% in december 2011 tot 3,9% in maart jongstleden, wat erop wijst dat er in België geen "credit crunch" bestaat.

Doordat de banken hun kapitaalbasis moeten versterken, zouden zij onvoldoende middelen hebben om hun rol van kredietverschaffer te vervullen, zo luidt de bekommernis. Het gevaar van een "credit crunch" werd in het najaar van 2011 aangewakkerd door de crisis rond de Europese overheidsschuld en de eis van de Europese toezichthouder op de banken (EBA) om de kapitaalbuffers versneld aan te vullen. Het verklaart waarom de ECB ongelimiteerd en voor een uitzonderlijk lange periode van drie jaar geld aan de Europese banken uitleende. Zij wou zo voorkomen dat de banken zelf de geldkraan voor de economie zouden dichtdraaien.Echte "credit crunch" fnuikt economische groei Een echte "credit crunch" fnuikt de economische groei, omdat rendabele investeringsprojecten niet worden gerealiseerd bij gebrek aan financiering. Zo'n fenomeen kan moeilijk met grote precisie worden vastgesteld. Een groeivertraging of zelfs vermindering van de kredietverlening kan immers zowel met vraag- als met aanbodfactoren te maken hebben. Wanneer de vraagvooruitzichten versomberen, zullen bedrijven ook hun investeringsplannen terugschroeven en zal de vraag naar nieuwe kredieten afnemen. Omgekeerd, duurt het doorgaans een drietal kwartalen vooraleer een conjunctuuropleving de kredietverlening weer doet versnellen. Uit een vergelijking blijkt dat de daling van de kredietverlening tijdens de recessie van 2008-2009 vergelijkbaar is met die van de voorgaande recessies, hoewel het bbp veel sterker terugviel. Het herstel van de kredietgroei vanaf midden 2010 was bovendien relatief sterk. De nieuwe conjunctuurinzinking sinds het voorjaar van 2011 deed de kredietgroei opnieuw vertragen, maar ook die vertraging blijkt al bij al beperkt. In de voorbije maanden is de kredietverlening aan bedrijven immers opnieuw lichtjes sterker gegroeid: het stijgingstempo liep op van 2,6% in december 2011 tot 3,9% in maart jongstleden, wat erop wijst dat er in België geen "credit crunch" bestaat.