De oplossing van deze paradox is vrij eenvoudig. Beursbewegingen zijn immers een resultante van enerzijds bewegingen in (verwachte) rentetarieven en de groei van bedrijfsresultaten en anderzijds schommelingen van de risicopremies.

De bewegingen in de eerste twee parameters heffen mekaar grotendeels op, zeker over langere periodes. Met andere woorden: hogere economische groei wordt in belangrijke geneutraliseerd door de hogere rentetarieven die (meestal) gepaard gaan met een aantrekkende economie.

In de eerder zeldzame gevallen dat toenemende groei gepaard gaat met dalende rentetarieven ( zoals in de jaren '80 , na de scherpe daling van de olieprijzen ) veroorzaakt dit een uitzonderlijke toename in de aandelenkoersen.

De oplossing van deze paradox is vrij eenvoudig. Beursbewegingen zijn immers een resultante van enerzijds bewegingen in (verwachte) rentetarieven en de groei van bedrijfsresultaten en anderzijds schommelingen van de risicopremies. De bewegingen in de eerste twee parameters heffen mekaar grotendeels op, zeker over langere periodes. Met andere woorden: hogere economische groei wordt in belangrijke geneutraliseerd door de hogere rentetarieven die (meestal) gepaard gaan met een aantrekkende economie. In de eerder zeldzame gevallen dat toenemende groei gepaard gaat met dalende rentetarieven ( zoals in de jaren '80 , na de scherpe daling van de olieprijzen ) veroorzaakt dit een uitzonderlijke toename in de aandelenkoersen.