Die verbetering is voornamelijk te wijten aan de gedeeltelijke terugneming van EUR 650 miljoen van de waardevermindering van EUR 1.092 miljoen die eind 2008 op Lafarge werd geboekt.

Zonder overdrachten, waardeverminderingen en terugnemingen, bedroeg dit nettoresultaat EUR 682 miljoen, tegen EUR 785 miljoen een jaar eerder.

Dit verschil is in het bijzonder toe te schrijven aan de lagere bijdrage van de geassocieerde ondernemingen.

De cash earnings kwamen uit op EUR 611 miljoen, tegen EUR 704 miljoen over dezelfde periode in 2008. De dividenden over de verslagperiode bleven stabiel op EUR 646 miljoen, waarbij het lagere dividend per aandeel van Lafarge, Imerys en Pernod Ricard werd gecompenseerd door de hogere ontvangsten van GDF SUEZ, Total en Suez Environnement en de inning van een bedrag van EUR 45 miljoen met betrekking tot terugbetalingen van bronheffing op dividenden.

Eind september beschikt GBL over een nettothesaurie van ongeveer EUR 400 miljoen. Deze moet worden verhoogd met de interimdividenden van GDF SUEZ en Total die in de loop van het vierde kwartaal 2009 zullen worden geïnd, maar houdt geen rekening met de verbintenissen van EUR 208 miljoen ten opzichte van de private equity. Daarenboven heeft GBL steeds toegang tot kredietlijnen voor een bedrag van EUR 1,8 miljard.

Het leeuwenaandeel van de nettodividenden van de deelnemingen zijn eind september 2009 in de gecumuleerde resultaten verwerkt, inbegrepen de interimdividenden van GDF SUEZ en Total, niettegenstaande het feit dat deze pas in het vierde kwartaal zullen worden geïnd. GBL verwacht op het einde van het jaar dus cash earnings in overeenstemming met die van 30 september 2009.

Die verbetering is voornamelijk te wijten aan de gedeeltelijke terugneming van EUR 650 miljoen van de waardevermindering van EUR 1.092 miljoen die eind 2008 op Lafarge werd geboekt. Zonder overdrachten, waardeverminderingen en terugnemingen, bedroeg dit nettoresultaat EUR 682 miljoen, tegen EUR 785 miljoen een jaar eerder. Dit verschil is in het bijzonder toe te schrijven aan de lagere bijdrage van de geassocieerde ondernemingen. De cash earnings kwamen uit op EUR 611 miljoen, tegen EUR 704 miljoen over dezelfde periode in 2008. De dividenden over de verslagperiode bleven stabiel op EUR 646 miljoen, waarbij het lagere dividend per aandeel van Lafarge, Imerys en Pernod Ricard werd gecompenseerd door de hogere ontvangsten van GDF SUEZ, Total en Suez Environnement en de inning van een bedrag van EUR 45 miljoen met betrekking tot terugbetalingen van bronheffing op dividenden. Eind september beschikt GBL over een nettothesaurie van ongeveer EUR 400 miljoen. Deze moet worden verhoogd met de interimdividenden van GDF SUEZ en Total die in de loop van het vierde kwartaal 2009 zullen worden geïnd, maar houdt geen rekening met de verbintenissen van EUR 208 miljoen ten opzichte van de private equity. Daarenboven heeft GBL steeds toegang tot kredietlijnen voor een bedrag van EUR 1,8 miljard. Het leeuwenaandeel van de nettodividenden van de deelnemingen zijn eind september 2009 in de gecumuleerde resultaten verwerkt, inbegrepen de interimdividenden van GDF SUEZ en Total, niettegenstaande het feit dat deze pas in het vierde kwartaal zullen worden geïnd. GBL verwacht op het einde van het jaar dus cash earnings in overeenstemming met die van 30 september 2009.