Beleggen in de biotechsector is het summum van beleggen. Nergens is er zoveel plaats voor euforie en drama. In die sector leert elke aandelenbelegger hoe goed hij kan omgaan met zijn emoties. Want zo goed als elk biotechbedrijf krijgt vroeg of laat te maken met tegenvallend of ronduit slecht nieuws. Dat geldt dus ook voor elke aandeelhouder die in biotechaandelen is belegd.

Het verhaal van een potentieel medicijn is binair. Het komt op de markt of het komt niet op de markt. Het grote probleem is dat de meeste kandidaat-medicijnen de markt uiteindelijk niet halen. Anderzijds kan een bedrijf in de biotechsector, net zoals in de technologiesector, in minder dan vijf jaar een enorme sprong maken: van enkele honderden miljoenen naar vele miljarden. Kijk naar het Belgische argen-x. Een vijftal jaar geleden was het bedrijf 300 à 400 miljoen euro waard, vandaag heeft het al een beurskapitalisatie van bijna 10 miljard euro.

En zo zitten we weer bij de basis van beleggen: bij een hoger risico hoort een hogere return. Wie wil beleggen in de biotechsector, moet dat gespreid doen (over minstens vijf bedrijven) en met een langetermijnhorizon (minimaal vijf jaar). Het duurt gemiddeld tien tot vijftien jaar om een geneesmiddel te ontwikkelen en naar de markt te brengen. Bovendien mag men niet bij het eerste het beste goede nieuws winst nemen en bij een tegenvallend bericht ook niet direct verkopen. Alleen dan kan beleggen in biotech succesvol zijn.

Grote kaspositie

De aanleiding voor deze beschouwingen is het slechte nieuws voor Galapagos. Het biotechbedrijf mag zijn eerste potentiële sterproduct, het reumageneesmiddel filgotinib, tot nader order niet verkopen op de grootste en belangrijkste markt, de Verenigde Staten. Dat is een serieuze tegenvaller. Maar anderzijds moeten we dat ook niet dramatiseren. De markt heeft soms de neiging te overreageren op onverwacht slecht nieuws.

Dit is niet de eerste keer dat de koers van Galapagos fors onderuit gaat. Deze keer krijgt het extra veel aandacht omdat er zoveel beurswaarde verloren gaat en omdat veel meer mensen belegd zijn in het aandeel dan de vorige keren. Zo was het tegenvallende nieuws dat AbbVie destijds besliste filgotinib niet te licentiëren, veel bedreigender voor het bedrijf dan deze tegenvaller.

Ondertussen is Galapagos veel meer geworden dan enkel filgotinib. Er zitten nog meer kandidaat-geneesmiddelen met een flink verkooppotentieel in de pijplijn, zoals het Toledo-programma en een middel tegen longfibrose. Het belang van die resultaten is wel groter geworden. Bovendien gebeurt het zelden dan een biotechbedrijf zonder geneesmiddel op de markt zo'n grote kaspositie heeft: meer dan 5 miljard euro. De kaspositie biedt niet alleen een stootkussen onder de koers (ongeveer 70% van de huidige beurswaarde is de kaspositie), maar ook mogelijkheden om gerichte overnames te doen of beloftevolle klinische programma's te licentiëren, die de pijplijn kunnen versterken en verbreden. Na ruim twintig jaar krijgt men Galapagos niet zomaar klein.

Beleggen in de biotechsector is het summum van beleggen. Nergens is er zoveel plaats voor euforie en drama. In die sector leert elke aandelenbelegger hoe goed hij kan omgaan met zijn emoties. Want zo goed als elk biotechbedrijf krijgt vroeg of laat te maken met tegenvallend of ronduit slecht nieuws. Dat geldt dus ook voor elke aandeelhouder die in biotechaandelen is belegd.Het verhaal van een potentieel medicijn is binair. Het komt op de markt of het komt niet op de markt. Het grote probleem is dat de meeste kandidaat-medicijnen de markt uiteindelijk niet halen. Anderzijds kan een bedrijf in de biotechsector, net zoals in de technologiesector, in minder dan vijf jaar een enorme sprong maken: van enkele honderden miljoenen naar vele miljarden. Kijk naar het Belgische argen-x. Een vijftal jaar geleden was het bedrijf 300 à 400 miljoen euro waard, vandaag heeft het al een beurskapitalisatie van bijna 10 miljard euro.En zo zitten we weer bij de basis van beleggen: bij een hoger risico hoort een hogere return. Wie wil beleggen in de biotechsector, moet dat gespreid doen (over minstens vijf bedrijven) en met een langetermijnhorizon (minimaal vijf jaar). Het duurt gemiddeld tien tot vijftien jaar om een geneesmiddel te ontwikkelen en naar de markt te brengen. Bovendien mag men niet bij het eerste het beste goede nieuws winst nemen en bij een tegenvallend bericht ook niet direct verkopen. Alleen dan kan beleggen in biotech succesvol zijn.De aanleiding voor deze beschouwingen is het slechte nieuws voor Galapagos. Het biotechbedrijf mag zijn eerste potentiële sterproduct, het reumageneesmiddel filgotinib, tot nader order niet verkopen op de grootste en belangrijkste markt, de Verenigde Staten. Dat is een serieuze tegenvaller. Maar anderzijds moeten we dat ook niet dramatiseren. De markt heeft soms de neiging te overreageren op onverwacht slecht nieuws.Dit is niet de eerste keer dat de koers van Galapagos fors onderuit gaat. Deze keer krijgt het extra veel aandacht omdat er zoveel beurswaarde verloren gaat en omdat veel meer mensen belegd zijn in het aandeel dan de vorige keren. Zo was het tegenvallende nieuws dat AbbVie destijds besliste filgotinib niet te licentiëren, veel bedreigender voor het bedrijf dan deze tegenvaller.Ondertussen is Galapagos veel meer geworden dan enkel filgotinib. Er zitten nog meer kandidaat-geneesmiddelen met een flink verkooppotentieel in de pijplijn, zoals het Toledo-programma en een middel tegen longfibrose. Het belang van die resultaten is wel groter geworden. Bovendien gebeurt het zelden dan een biotechbedrijf zonder geneesmiddel op de markt zo'n grote kaspositie heeft: meer dan 5 miljard euro. De kaspositie biedt niet alleen een stootkussen onder de koers (ongeveer 70% van de huidige beurswaarde is de kaspositie), maar ook mogelijkheden om gerichte overnames te doen of beloftevolle klinische programma's te licentiëren, die de pijplijn kunnen versterken en verbreden. Na ruim twintig jaar krijgt men Galapagos niet zomaar klein.