Als u in aandelen belegt, haalt u op lange termijn een hoger rendement dan met obligaties en andere vastrentende beleggingen. Maar u zult tussentijds wel grote schommelingen zien. Denk maar aan de zware klap die de beurzen in maart 2020 incasseerden, toen de coronacrisis uitbrak. We hoeven zelfs zover niet terug te gaan: de Russische invasie in Oekraïne veroorzaakt vandaag ook zenuwachtigheid en volatiliteit op de beurzen. Als u onrustig wordt van zulke schommelingen, kiest u het beste niet voor een zuiver aandelenfonds.
...

Als u in aandelen belegt, haalt u op lange termijn een hoger rendement dan met obligaties en andere vastrentende beleggingen. Maar u zult tussentijds wel grote schommelingen zien. Denk maar aan de zware klap die de beurzen in maart 2020 incasseerden, toen de coronacrisis uitbrak. We hoeven zelfs zover niet terug te gaan: de Russische invasie in Oekraïne veroorzaakt vandaag ook zenuwachtigheid en volatiliteit op de beurzen. Als u onrustig wordt van zulke schommelingen, kiest u het beste niet voor een zuiver aandelenfonds. Er zijn andere opties. U kunt bijvoorbeeld opteren voor een obligatiefonds. Alleen is het rendement van obligatiefondsen nu heel mager, of zelfs negatief als u de hoge inflatie in rekening brengt. Meer nog: als de marktrente de komende maanden stijgt door de hogere inflatie, zullen de koersen van het papier in de obligatiefondsen zakken. Daardoor zal het rendement van die fondsen dalen. In tijden van grote onrust op de aandelenmarkten zijn obligatiefondsen wel een buffer, omdat beleggers dan traditioneel uit aandelen vluchten en in obligaties stappen. Als tussenoplossing kunt u opteren voor een gemengd fonds. Dat belegt in zowel aandelen, obligaties als cash. U zult er op lange termijn een lager rendement mee realiseren dan met aandelenfondsen, maar een hoger rendement dan met obligatiefondsen. Bovendien zult u tussentijds minder hinder ondervinden van de stevige schommelingen die aandelenfondsen kunnen optekenen. Er zijn ook verschillen tussen de gemengde fondsen. Sommige hebben een defensief karakter en beleggen meer in cash en obligaties. Andere zijn agressiever en beleggen meer in aandelen. Zorg ervoor dat uw risicoprofiel correspondeert met het profiel van het fonds dat u wenst te kopen. Het risicoprofiel van elk fonds vindt u in het key investor information document (KIID), in het Nederlands 'essentiële beleggersinformatie' genoemd. Elk fonds is verplicht zo'n document uit te brengen, dat de diverse kenmerken van het fonds toelicht in eenvoudige, begrijpbare taal. De fondsenpromotors zijn verplicht u dat document te overhandigen voor u in het product belegt. Het geeft het risicoprofiel van het fonds weer met een risicoscore, en het beschrijft ook andere risico's, zoals het concentratierisico. Dat laatste geeft aan of het fonds voldoende gespreid is over verschillende beleggingen. Ook de kosten van de beleggingsfondsen staan vermeld in dat document. Bij de aankoop van een of meer deelbewijzen van een fonds betaalt u zowel eenmalige als jaarlijks weerkerende kosten. De eenmalige kosten zijn de toetredings- en eventueel uittredingskosten. Financiële instellingen rekenen die kosten veelal niet aan als het gaat om beleggingsfondsen die ze zelf uitgeven. Betreft het externe fondsen van gereputeerde fondsbeheerders, zoals Fidelity, Invesco, BlackRock of andere, dan kunnen de instapkosten best pittig zijn. De weerkerende kosten zijn de kosten die u jaarlijks betaalt voor de diensten van de professionele beheerder en de administratie van het beleggingsfonds. In tegenstelling tot de toetredings- en uittredingskosten zijn die beheerskosten voor u niet zichtbaar. Dat komt omdat u ze niet rechtstreeks betaalt. Ze worden geleidelijk afgeroomd van de waarde van het deelbewijs van uw beleggingsfonds. Om welk percentage het gaat, vindt u eveneens terug in het KIID, bij de total expense ratio (TER). Die ratio zal hoger zijn bij een aandelenfonds dan bij een obligatiefonds of een gemengd fonds, omdat de selectie van aandelen een diepergaande analyse en meer onderzoek vergt. Naast de kosten die eigen zijn aan het fonds moet u ook beurstaksen afdragen. Die taksen verschillen naargelang het type fonds. Voor distributiefondsen, die hun inkomsten uitkeren, geldt geen beurstaks. U betaalt wel 30 procent roerende voorheffing op de dividenden van distributiefondsen, net zoals op de dividenden van individuele aandelen. Voor fondsen van het kapitalisatietype, die de inkomsten niet uitkeren maar optellen bij de waarde van het fonds, betaalt u wel een beurstaks bij de verkoop van het fonds. Het tarief bedraagt 1,32 procent van de totale waarde van het fonds bij de verkoop, met een maximum van 4.000 euro. Bij sommige fondsen betaalt u ook 30 procent roerende voorheffing op de meerwaarde die ze boeken. Het gaat om obligatiefondsen en gemengde fondsen die voor minstens 10 procent uit obligaties bestaan. Die 30 procent betaalt u niet op de volledige meerwaarde die u realiseert wanneer u het fonds verkoopt, maar op de meerwaarde van de vastrentende beleggingen in het fonds. De berekening van die meerwaardebelasting is complex, ook voor de fondsenpromotors zelf. U vergewist zich het best op voorhand in welke mate het fonds onderhevig is aan die belasting. Zo vermijdt u onaangename verrassingen wanneer u het fonds verkoopt. Uiteraard kiest u in de eerste plaats een belegging omdat u hoopt er een mooi rendement mee te halen. Om u te overtuigen een bepaald fonds te kiezen, zal uw bankier u een grafiek tonen met de prestaties van het fonds in de afgelopen vijf tot tien jaar. Consequent goede rendementen in het verleden kunnen u triggeren om het fonds te kopen. Onthoud dat prestaties uit het verleden nooit een garantie zijn voor de toekomst. Bovendien staan die prestaties niet op zich. De jaarlijks weerkerende kosten betaalt u niet voor niets. Ze vormen in belangrijke mate het inkomen van de beheerder, en die heeft één groot doel voor ogen: beter presteren dan de markt. Dat betekent dat u de prestatie van een beleggingsfonds altijd moet afzetten tegenover de index die het fonds wil verslaan. Wenst u een aandelenfonds te kopen dat enkel belegt in Belgische aandelen, dan moet u de prestatie toetsen aan de Bel-20-index of de bredere Bell-All Share-index. Verkiest u een aandelenfonds dat wereldwijd belegt, dan is de beste referentie de MSCI World-index. Ook obligatiefondsen en gemengde fondsen hebben een eigen referentie-index. Een correcte vergelijking vereist wel dat de prestaties van de fondsen worden afgezet tegenover een return-index, die rekening houdt met de uitgekeerde dividenden, aangezien fondsen ook dividenden opstrijken. Vraag uw bankier steeds die vergelijking te tonen. Want een fonds dat ogenschijnlijk goed presteert, kan de facto toch zijn doel voorbijschieten, als het over een lange periode consequent slechter presteert dan zijn referentie-index. U kunt die vergelijking ook zelf maken. Op de site Morningstar.be worden de prestaties van alle fondsen vergeleken met de prestaties van hun referentie-index, maar ook met de prestaties van andere fondsen met een vergelijkbare beleggingsstrategie. Ga dus niet over één nacht ijs bij de keuze van een beleggingsfonds.