Frédéric Buzaré (Dexia Asset Management): "Voor Keynesiaanse economen is inflatie in de eerste plaats een stijging van de prijs van diensten en goederen. Voor de monetaristen en voor de economen van de Oostenrijkse School, die vertegenwoordigd worden door respectievelijk Milton Friedman en Ludwig Von Mises, is inflatie in de allereerste plaats een monetair verschijnsel dat voortvloeit uit een stijging van de geldmassa, vooral M3, en daarom het gevolg is van, eenvoudig gezegd, "het drukken van geld" door centrale banken. Een andere moeilijkheid is dat er vele manieren zijn om inflatie te meten. Er zijn bijvoorbeeld diverse inflatie-indicatoren in de Verenigde Staten, gaande van de consumentenprijsindex (CPI) tot de zgn. kernconsumentenprijsindex. De CPI is een indicator van de gemiddelde verandering in de tijd van de prijs die wordt betaald voor een gediversifieerde korf van goederen en diensten, terwijl de kerninflatie specifiek geen rekening houdt met de voeding- en energieprijzen. Men zou kunnen aanvoeren dat de meting van de kerninflatie minder relevant is omdat elk menselijk wezen voeding en energie nodig heeft en daarom het inflatiecijfer in de praktijk vertekent."

Vele geleerden gingen al op zoek naar het verband tussen inflatie en aandelenrendement. Terwijl het duidelijk is dat in een inflatoire omgeving obligaties het vrij slecht zullen doen, is het verband tussen inflatie en aandelenrendementen veel minder voor de hand lgigend en niet rechtlijnig. Buzaré: "De logica achter de slechte performance van obligaties met een vaste coupon is vrij duidelijk: als de inflatie stijgt, stijgt de langetermijnrente omdat de beleggers een hoger rendement vragen voor hun vastrentende beleggingen, waardoor de rendementen toenemen en de nominale waarde van de bestaande obligaties afneemt, vooral bij die met een hoge modified duration. M.a.w. naarmate de obligatievervaldag verder in de toekomst ligt, wordt de gevoeligheid voor een stijgende rente groter."

Frédéric Buzaré (Dexia Asset Management): "Voor Keynesiaanse economen is inflatie in de eerste plaats een stijging van de prijs van diensten en goederen. Voor de monetaristen en voor de economen van de Oostenrijkse School, die vertegenwoordigd worden door respectievelijk Milton Friedman en Ludwig Von Mises, is inflatie in de allereerste plaats een monetair verschijnsel dat voortvloeit uit een stijging van de geldmassa, vooral M3, en daarom het gevolg is van, eenvoudig gezegd, "het drukken van geld" door centrale banken. Een andere moeilijkheid is dat er vele manieren zijn om inflatie te meten. Er zijn bijvoorbeeld diverse inflatie-indicatoren in de Verenigde Staten, gaande van de consumentenprijsindex (CPI) tot de zgn. kernconsumentenprijsindex. De CPI is een indicator van de gemiddelde verandering in de tijd van de prijs die wordt betaald voor een gediversifieerde korf van goederen en diensten, terwijl de kerninflatie specifiek geen rekening houdt met de voeding- en energieprijzen. Men zou kunnen aanvoeren dat de meting van de kerninflatie minder relevant is omdat elk menselijk wezen voeding en energie nodig heeft en daarom het inflatiecijfer in de praktijk vertekent." Vele geleerden gingen al op zoek naar het verband tussen inflatie en aandelenrendement. Terwijl het duidelijk is dat in een inflatoire omgeving obligaties het vrij slecht zullen doen, is het verband tussen inflatie en aandelenrendementen veel minder voor de hand lgigend en niet rechtlijnig. Buzaré: "De logica achter de slechte performance van obligaties met een vaste coupon is vrij duidelijk: als de inflatie stijgt, stijgt de langetermijnrente omdat de beleggers een hoger rendement vragen voor hun vastrentende beleggingen, waardoor de rendementen toenemen en de nominale waarde van de bestaande obligaties afneemt, vooral bij die met een hoge modified duration. M.a.w. naarmate de obligatievervaldag verder in de toekomst ligt, wordt de gevoeligheid voor een stijgende rente groter."