Fréderic Buzaré (Dexia AM): Bovendien bleef één sleutelvraag onbeantwoord. Iedereen is het erover eens dat een grotere fiscale en politieke integratie de enige juiste weg is om vooruitgang te boeken. Dat houdt ook in dat de Europese verdragen dringend aan een grondige herziening toe zijn. Als beleidsmakers het thema echt tot in de details uitspitten, botsen ze onvermijdelijk op de muur van het gebrek aan politieke wil. Zijn de belangrijke wijzigingen die nodig zijn in het broze evenwicht tussen de soevereiniteit van de lidstaten en de verdere Europese integratie, echt wel mogelijk in een periode met forse economische tegenwind en een volatiele sociale omgeving? En zo ja, wie zal dan bepalen hoe ver daarin kan worden gegaan? De politici zullen hier in ieder geval forse inspanningen moeten leveren om de publieke opinie te overtuigen."

Ook in verband met de begrotingsdiscipline rijzen vragen rond de toepassing en de details. Wie moet hierover de leiding nemen? Is dat een opdracht voor een supranationale instelling zoals de Europese Commissie? Of veeleer voor een intergouvernementele instelling zoals de Europese Raad?

Buzaré: "Bij het versterken van het toezicht op de begrotingen is marktdiscipline alleszins te verkiezen boven een procedure waarbij andere landen meekijken, want intussen is al duidelijk geworden dat zelfs strikte begrotingsregels niet het verhoopte effect sorteren. Op nationaal vlak worden deze regels immers voortdurend overtreden en ook op Europees vlak zagen we dat het groei- en stabiliteitspact heel snel werd ondermijnd. Als we willen dat de privémarkten de financiering van de onevenwichten binnen de eurozone voor hun rekening nemen, moeten de nationale regeringen in ieder geval een geloofwaardige beleidsagenda opstellen rond groei en concurrentiekracht. Privéfinanciering vereist immers een vloeiende en duidelijke relatie tussen debiteuren en crediteuren."

Fréderic Buzaré (Dexia AM): Bovendien bleef één sleutelvraag onbeantwoord. Iedereen is het erover eens dat een grotere fiscale en politieke integratie de enige juiste weg is om vooruitgang te boeken. Dat houdt ook in dat de Europese verdragen dringend aan een grondige herziening toe zijn. Als beleidsmakers het thema echt tot in de details uitspitten, botsen ze onvermijdelijk op de muur van het gebrek aan politieke wil. Zijn de belangrijke wijzigingen die nodig zijn in het broze evenwicht tussen de soevereiniteit van de lidstaten en de verdere Europese integratie, echt wel mogelijk in een periode met forse economische tegenwind en een volatiele sociale omgeving? En zo ja, wie zal dan bepalen hoe ver daarin kan worden gegaan? De politici zullen hier in ieder geval forse inspanningen moeten leveren om de publieke opinie te overtuigen." Ook in verband met de begrotingsdiscipline rijzen vragen rond de toepassing en de details. Wie moet hierover de leiding nemen? Is dat een opdracht voor een supranationale instelling zoals de Europese Commissie? Of veeleer voor een intergouvernementele instelling zoals de Europese Raad? Buzaré: "Bij het versterken van het toezicht op de begrotingen is marktdiscipline alleszins te verkiezen boven een procedure waarbij andere landen meekijken, want intussen is al duidelijk geworden dat zelfs strikte begrotingsregels niet het verhoopte effect sorteren. Op nationaal vlak worden deze regels immers voortdurend overtreden en ook op Europees vlak zagen we dat het groei- en stabiliteitspact heel snel werd ondermijnd. Als we willen dat de privémarkten de financiering van de onevenwichten binnen de eurozone voor hun rekening nemen, moeten de nationale regeringen in ieder geval een geloofwaardige beleidsagenda opstellen rond groei en concurrentiekracht. Privéfinanciering vereist immers een vloeiende en duidelijke relatie tussen debiteuren en crediteuren."