Franz Wenzel (AXA IM): "Hoewel een vergelijking met de aardbeving in Kobe en zijn gevolgen nuttig kan zijn, zijn er twee belangrijke verschillen die bij extrapolatie tot voorzichtigheid aanmanen:

1. De aardbeving bij Sendai en de tsunami's die erop volgden, hebben desastreuze verwoestingen aangericht aan de infrastructuur (wegen, spoorwegen, elektriciteitsnet, energiecentrales).

2. Het kernongeval in de Fukushima Daiichi-centrale kan een blijvend verlies van energiecapaciteit inhouden, afhankelijk van het functioneren van de andere kerncentrales. Sinds 2009 bestaat 29% van de Japanse energieproductie uit kernenergie.

Gezien deze twee belangrijke verschillen zullen de omvang en duur van de uitval van energiecapaciteit vermoedelijk groter zijn dan na de aardbeving in Kobe. Toch gaan wij ervan uit dat de beleidsmaatregelen uiteindelijk even groot zullen zijn. In 1995 zorgde de combinatie van omvangrijke budgettaire stimulering enerzijds en monetaire verruiming in het 2e en 3e kw (-175 bp) anderzijds vanaf de tweede helft van 1995 tot eind 1996 voor een zeer robuuste bbp-groei."

De speelruimte van de huidige regering is kleiner dan in 1995, en de wederopbouw zal voornamelijk via de uitgifte van schuldpapier worden gefinancierd. De beleidsrente bedraagt al bijna nul; wij gaan daarom uit van nieuwe liquiditeitsinjecties door de BoJ (de omvang van het inkoopprogramma is al verhoogd, met ongeveer JPY 5 triljoen).

Franz Wenzel (AXA IM): "Al bij al schatten wij dat het bbp in het 2e kw met 0,5% zou kunnen dalen en in het 3e kw mogelijk begint te herstellen, met een tempoversnelling zodra wederopbouwprojecten van start gaan. De risico's voor de economische vooruitzichten zijn overwegend negatief: a) een groter dan verwacht kernongeval met aanzienlijke straling, wat invloed heeft op alle inspanningen om het verwoeste gebied weer op te bouwen en b) een ingrijpende herziening van de elektriciteitsproductie als uitvloeisel van het huidige ongeval; de productie is dan voor langere tijd verstoord. Beide risico's kunnen een ernstige recessie veroorzaken in Japan. De opeenvolging van rampen leidt mogelijk tot een nadere herbeoordeling van het risico, ondanks het feit dat de huidige marktsituatie aanzienlijk verschilt van de blauwdruk uit 1995."

Franz Wenzel (AXA IM): "Hoewel een vergelijking met de aardbeving in Kobe en zijn gevolgen nuttig kan zijn, zijn er twee belangrijke verschillen die bij extrapolatie tot voorzichtigheid aanmanen: 1. De aardbeving bij Sendai en de tsunami's die erop volgden, hebben desastreuze verwoestingen aangericht aan de infrastructuur (wegen, spoorwegen, elektriciteitsnet, energiecentrales). 2. Het kernongeval in de Fukushima Daiichi-centrale kan een blijvend verlies van energiecapaciteit inhouden, afhankelijk van het functioneren van de andere kerncentrales. Sinds 2009 bestaat 29% van de Japanse energieproductie uit kernenergie. Gezien deze twee belangrijke verschillen zullen de omvang en duur van de uitval van energiecapaciteit vermoedelijk groter zijn dan na de aardbeving in Kobe. Toch gaan wij ervan uit dat de beleidsmaatregelen uiteindelijk even groot zullen zijn. In 1995 zorgde de combinatie van omvangrijke budgettaire stimulering enerzijds en monetaire verruiming in het 2e en 3e kw (-175 bp) anderzijds vanaf de tweede helft van 1995 tot eind 1996 voor een zeer robuuste bbp-groei." De speelruimte van de huidige regering is kleiner dan in 1995, en de wederopbouw zal voornamelijk via de uitgifte van schuldpapier worden gefinancierd. De beleidsrente bedraagt al bijna nul; wij gaan daarom uit van nieuwe liquiditeitsinjecties door de BoJ (de omvang van het inkoopprogramma is al verhoogd, met ongeveer JPY 5 triljoen). Franz Wenzel (AXA IM): "Al bij al schatten wij dat het bbp in het 2e kw met 0,5% zou kunnen dalen en in het 3e kw mogelijk begint te herstellen, met een tempoversnelling zodra wederopbouwprojecten van start gaan. De risico's voor de economische vooruitzichten zijn overwegend negatief: a) een groter dan verwacht kernongeval met aanzienlijke straling, wat invloed heeft op alle inspanningen om het verwoeste gebied weer op te bouwen en b) een ingrijpende herziening van de elektriciteitsproductie als uitvloeisel van het huidige ongeval; de productie is dan voor langere tijd verstoord. Beide risico's kunnen een ernstige recessie veroorzaken in Japan. De opeenvolging van rampen leidt mogelijk tot een nadere herbeoordeling van het risico, ondanks het feit dat de huidige marktsituatie aanzienlijk verschilt van de blauwdruk uit 1995."