Fortis is gehouden tot betaling maar start direct een bodemprocedure en krijgt een garantie of derdenbeslag voor haar compensatievordering.

De voorzieningenrechter heeft beslist dat de preferente aandeelhouders die voor conversie hebben gekozen, moeten worden betaald.

Fortis dient, uit hoofde van de in 1999 getekende overeenkomsten, op 29 juni aanstaande EUR 362 miljoen te betalen aan FCC, zodat deze op haar beurt haar preferente aandelen kan intrekken tegen betaling aan de preferente aandeelhouders.

Met deze uitspraak worden de verplichtingen die voortvloeien uit deze overeenkomsten ten opzichte van de preferente aandeelhouders nageleefd. Fortis heeft steeds benadrukt dat zij hiervoor gecompenseerd dient te worden.

Bovendien, door de splitsing van het Fortis concern in oktober 2008 zijn FCC en FBN(H) niet langer dochters van de Fortis Holdings. In feite komt de betaling van EUR 362 miljoen er op neer dat Fortis een rekening van een derde voldoet.

De rechtbank laat in haar vonnis doorklinken dat er op zich goede gronden zijn voor compensatie. De rechtbank is echter van oordeel dat niet over de compensatie kan worden beslist in een kort geding.

Een kort geding is namelijk een spoedprocedure en leent zich minder goed voor een onderzoek naar de feiten. Daarom start Fortis direct een bodemprocedure om compensatie te verkrijgen.

Deze bodemprocedure ziet Fortis met vertrouwen tegemoet.
Aangezien de uitkomst van de bodem procedure onzeker is, heeft Fortis besloten, voorzichtigheidshalve, de betaling ten laste van het resultaat over het eerste halfjaar 2009 te brengen.

De rechtbank beslist vrijdag 26 juni 2009 of er een derdenbeslag of een garantie komt als zekerheid voor de compensatievordering van Fortis.

Fortis benadrukt dat zij niet langer kan worden aangesproken voor betaling aan preferente aandeelhouders die niet voor conversie hebben gekozen.

Fortis is gehouden tot betaling maar start direct een bodemprocedure en krijgt een garantie of derdenbeslag voor haar compensatievordering.De voorzieningenrechter heeft beslist dat de preferente aandeelhouders die voor conversie hebben gekozen, moeten worden betaald. Fortis dient, uit hoofde van de in 1999 getekende overeenkomsten, op 29 juni aanstaande EUR 362 miljoen te betalen aan FCC, zodat deze op haar beurt haar preferente aandelen kan intrekken tegen betaling aan de preferente aandeelhouders. Met deze uitspraak worden de verplichtingen die voortvloeien uit deze overeenkomsten ten opzichte van de preferente aandeelhouders nageleefd. Fortis heeft steeds benadrukt dat zij hiervoor gecompenseerd dient te worden.Bovendien, door de splitsing van het Fortis concern in oktober 2008 zijn FCC en FBN(H) niet langer dochters van de Fortis Holdings. In feite komt de betaling van EUR 362 miljoen er op neer dat Fortis een rekening van een derde voldoet.De rechtbank laat in haar vonnis doorklinken dat er op zich goede gronden zijn voor compensatie. De rechtbank is echter van oordeel dat niet over de compensatie kan worden beslist in een kort geding. Een kort geding is namelijk een spoedprocedure en leent zich minder goed voor een onderzoek naar de feiten. Daarom start Fortis direct een bodemprocedure om compensatie te verkrijgen.Deze bodemprocedure ziet Fortis met vertrouwen tegemoet. Aangezien de uitkomst van de bodem procedure onzeker is, heeft Fortis besloten, voorzichtigheidshalve, de betaling ten laste van het resultaat over het eerste halfjaar 2009 te brengen.De rechtbank beslist vrijdag 26 juni 2009 of er een derdenbeslag of een garantie komt als zekerheid voor de compensatievordering van Fortis.Fortis benadrukt dat zij niet langer kan worden aangesproken voor betaling aan preferente aandeelhouders die niet voor conversie hebben gekozen.