Om de belangen van de houders van het instrument te beschermen, verzoekt Fortis holding de rechter gelijktijdig om FCC te bevelen een bedrag van EUR 362,5 miljoen te betalen aan de houders van het instrument op 29 juni 2009.

Op 31 maart kondigde FCC aan dat zij niet zou overgaan tot aflossing van de Klasse A1 preferente aandelen.
In plaats van ervoor te zorgen dat FBN(H) voldoende zou zijn gekapitaliseerd om de Klasse A1 preferente aandelen af te lossen, eisen de Nederlandse Staat, FBN(H) en FCC dat Fortis SA/NV en Fortis N.V. FCC EUR 362,5 miljoen verschaffen om aflossing op 29 juni 2009 mogelijk te maken.

Gelijktijdig, zoals Fortis heeft aangegeven in haar persbericht van 8 juni 2009, weigeren de Nederlandse Staat, FBN(H) en FCC om Fortis holding hiervoor enige compensatie te verschaffen.

De houding van de Nederlandse Staat, FBN(H) en FCC zou leiden tot een situatie waarin enerzijds Fortis holding een bedrag zou dienen te betalen van EUR 362,5 miljoen met betrekking tot FCC en FBN(H), die niet langer haar dochterondernemingen zijn, en die anderzijds een opbrengst zou opleveren voor FCC, FBN(H) en de Nederlandse Staat bij de aflossing van de Klasse A1 preferente aandelen.

Fortis holding weigert een situatie te aanvaarden waarbij de Nederlandse Staat, FBN(H) en FCC zich op haar kosten ten onrechte zouden verrijken.

Aangezien de Nederlandse Staat, FBN(H) en FCC, Fortis holding enig recht op compensatie ontzeggen, is Fortis holding van mening dat, op basis van het billijkheidsbeginsel, FBN(H) en FCC niet moeten verwachten dat dit aan FCC betaald wordt.

Met het oog op de bescherming van de rechten en belangen van de houders van het instrument heeft Fortis holding op haar beurt, in kort geding, een vordering ingesteld tegen FCC om een bedrag van EUR 362,5 miljoen te betalen aan de houders van het instrument op 29 juni 2009.

Om de belangen van de houders van het instrument te beschermen, verzoekt Fortis holding de rechter gelijktijdig om FCC te bevelen een bedrag van EUR 362,5 miljoen te betalen aan de houders van het instrument op 29 juni 2009.Op 31 maart kondigde FCC aan dat zij niet zou overgaan tot aflossing van de Klasse A1 preferente aandelen. In plaats van ervoor te zorgen dat FBN(H) voldoende zou zijn gekapitaliseerd om de Klasse A1 preferente aandelen af te lossen, eisen de Nederlandse Staat, FBN(H) en FCC dat Fortis SA/NV en Fortis N.V. FCC EUR 362,5 miljoen verschaffen om aflossing op 29 juni 2009 mogelijk te maken. Gelijktijdig, zoals Fortis heeft aangegeven in haar persbericht van 8 juni 2009, weigeren de Nederlandse Staat, FBN(H) en FCC om Fortis holding hiervoor enige compensatie te verschaffen.De houding van de Nederlandse Staat, FBN(H) en FCC zou leiden tot een situatie waarin enerzijds Fortis holding een bedrag zou dienen te betalen van EUR 362,5 miljoen met betrekking tot FCC en FBN(H), die niet langer haar dochterondernemingen zijn, en die anderzijds een opbrengst zou opleveren voor FCC, FBN(H) en de Nederlandse Staat bij de aflossing van de Klasse A1 preferente aandelen. Fortis holding weigert een situatie te aanvaarden waarbij de Nederlandse Staat, FBN(H) en FCC zich op haar kosten ten onrechte zouden verrijken.Aangezien de Nederlandse Staat, FBN(H) en FCC, Fortis holding enig recht op compensatie ontzeggen, is Fortis holding van mening dat, op basis van het billijkheidsbeginsel, FBN(H) en FCC niet moeten verwachten dat dit aan FCC betaald wordt.Met het oog op de bescherming van de rechten en belangen van de houders van het instrument heeft Fortis holding op haar beurt, in kort geding, een vordering ingesteld tegen FCC om een bedrag van EUR 362,5 miljoen te betalen aan de houders van het instrument op 29 juni 2009.