M&G Optimal Income probeert nog altijd op de klassieke manier rendement voor zijn klanten te genereren: met obligaties. Het fonds uit de stal van de Britse vermogensbeheerder M&G Investments bestaat voor 85 procent uit obligaties, in de eerste plaats Amerikaanse Treasuries, en voor 6 procent uit aandelen. Overheidsobligaties maken slechts een kwart van de portefeuille uit, bedrijfsobligaties zijn goed voor 60 procent. De beheerders gebruiken ook afgeleide producten om de portefeuille te beschermen of de prestaties van de onderliggende activa een boost te geven.

Daarnaast zijn er fondsen die het rendement in compleet andere - soms verrassende domeinen - gaan zoeken. Het Multi Asset Income Fund van de Britse vermogensbeheerder Aberdeen is er zo een. De klassieke activa hebben een bescheiden gewicht. Aandelen maken minder dan een vijfde van de portefeuille uit, amper meer dan infrastructuur. Er zit geen enkele Europese obligatie in de portefeuille, maar obligaties uit de groeilanden nemen een kwart van de activa in beslag. Dat is misschien niet zo verrassend in de wetenschap dat obligaties uit India een rendement van 7 procent opbrengen.

'De belegger wil een interessant rendement krijgen, ondanks de historisch lage rente. Gemengde flexibele fondsen geven daarop het beste antwoord' - Knut Huys, Deutsche Bank

10 procent van de portefeuille van het fonds van Aberdeen bestaat uit asset backed securities of obligaties met een onderpand. Die activa hebben een slechte naam gekregen ten tijde van de financiële crisis door de povere kwaliteit van sommige activa en de ongelukken die ermee zijn gebeurd. Maar in principe hebben die investeringsvehikels door het onderpand meer veiligheid voor ogen. De meest rendabele investeringen van Aberdeen waren een soort voorschotten aan advocatenkantoren om dossiers samen te stellen. Als de advocaten de rechtszaak winnen en een schadevergoeding voor hun cliënten uit de brand redden, is een deel daarvan voor het fonds. Dat leverde tot 15 procent rendement op.

Andere rendabele investeringen deed Aberdeen in vliegtuigleasing en sociale huisvesting, die 8 tot 12 procent rendement kunnen opbrengen. Ook de leningen aan biotechnologiebedrijven met een rente van 8 of 9 procent leverden wat op. De biotechnologiebedrijven betalen die leningen terug met een deel van hun mijlpaalbetalingen, als ze die bereiken.

Twee extremen

Tussen de twee extremen van M&G Optimal Income en het Multi Asset Income Fund zit een scala van beleggingsfondsen met een focus op rendement. J.P. Morgan Global Income is zo'n fonds, met een grote regionale spreiding. De Verenigde Staten hebben een gewicht van 60 procent in de portefeuille, Europa iets minder dan 25 procent en de groeilanden 10 procent. Het fonds beheert 25 miljard euro en is verkrijgbaar bij verschillende Belgische banken.

De portefeuille van J.P. Morgan Global Income bevat 40 procent aandelen, waaronder Pfizer, Novartis, Coca-Cola en Roche, en 29 procent hoogrentende obligaties. Daarnaast zit er 5,8 procent vastgoed in en 8 procent Amerikaans hypothecair papier. Het fonds betaalt elk kwartaal een brutodividend van 1,63 à 1,7 euro.

'Als Belgische overheidsobligaties minder dan 1 procent opbrengen, kun je nooit een rendement van 3 procent halen zonder enig risico te nemen' - Knut Huys, Deutsche Bank

Bij BNP Paribas Fortis raden de adviseurs niet langer L1 Multi-Asset Income aan voor de klanten die op zoek zijn naar regelmatige inkomsten. Het fonds heeft tot doel 4 procent brutodividend te halen. De bank raadt de klanten die deelbewijzen van het fonds hebben zelfs aan over te stappen naar een ander product. De reden is de ondermaatse prestatie van de voorbije jaren. In 2014 scoorde het fonds nog goed, daarna ging het bergaf. "Het rendement van 4 procent werd wel gehaald, maar de totale prestatie is niet op de afspraak door de posities in Europese aandelen en in de groeilanden", zegt Bart Vanden Bogaert, die verantwoordelijk is voor Group Networks bij BNP Paribas Asset Management.

BNP Paribas L1 Sustainable Active Allocation is een ander fonds dat de bank promoot in plaats van L1 Multi-Asset Income. Het wordt actief beheerd, maar het is niet specifiek gericht op het uitkeren van dividenden. Het is mogelijk het risiconiveau van het fonds te doseren met drie compartimenten: defensief, neutraal en dynamisch. Het is een fund of funds, een koepel van fondsen. De grootste positie is een fonds van obligaties met een korte looptijd, die door

middel van gestructureerde producten een negatieve duration kan krijgen. Dat wil zeggen dat het fonds profiteert van een rentestijging, in plaats van te lijden onder een rentestijging.

Bij Belfius klinkt ongeveer hetzelfde verhaal. De bank zet Candriam L Multi-Asset Income & Growth niet langer in de etalage. Belfius zegt dat de liefhebbers van rendement hun geluk kunnen beproeven met obligaties in Noorse kronen of Amerikaanse dollar. Beleggers kunnen ook de kaart trekken van obligaties uit de groeilanden met Candriam Bonds Emerging Debt Local Currencies. Er is geen indekking tegen wisselkoersschommelingen. "Beleggen in obligaties uit de groeilanden is even risicovol als beleggen in aandelen", waarschuwt strateeg Els Vander Straeten.

Niet enkel het dividend

"De belegger is bezorgd om twee dingen: zijn geld meer doen opbrengen dan een spaarboekje, wat veronderstelt dat hij een beetje meer risico moet nemen, en tegelijk zo veel mogelijk zijn kapitaal vrijwaren", zegt Knut Huys, de fondsenspecialist van Deutsche Bank. "De belegger wil een interessant rendement krijgen, ondanks de historisch lage rente. Gemengde flexibele fondsen geven daarop het beste antwoord. Gemengd, want ze investeren evengoed in aandelen als in obligaties. Flexibel, want ze kunnen de portefeuille helemaal veranderen, naargelang de marktomstandigheden of de overtuigingen van de beheerder. Er is geen mirakeloplossing: als Belgische overheidsobligaties minder dan 1 procent opbrengen, kun je nooit een rendement van 3 procent halen zonder enig risico te nemen."

Deutsche Bank daarentegen schuift enkele rendementsfondsen van internationale vedetten naar voren: Fidelity, Invesco en J.P. Morgan Asset Management (zie tabel Acht fondsen voor 2019). Van die drie scoorde het Invesco Pan European High Income fonds minder goed in 2018, omdat het exclusief in Europa investeert. De producten van Invesco en J.P. Morgan Asset investeren vooral in de Verenigde Staten. Het is wel mogelijk een euroversie van die fondsen te kopen die ingedekt is tegen wisselkoersverschillen.

Er zitten behoorlijk veel aandelen, maar ook obligaties in die fondsen. Zullen er geen minwaarden zijn op de obligatieportefeuille als de rentevoeten stijgen? Volgens Knut Huys kopen ze vooral bedrijfsobligaties van hoge kwaliteit, met korte looptijden. De rentegevoeligheid is minder groot bij bedrijfs- dan bij overheidsobligaties, ook al omdat ze meer rendement bieden. "Om de kwaliteit van zulke fondsen te beoordelen, moet je je niet laten leiden door de inkomsten, maar ook kijken naar de volledige return", raadt Huys aan. "Het is gemakkelijk de inkomsten te doen groeien door meer risico te nemen. Een goede beheerder zal dat niet ten koste van de totale prestatie van het fonds doen."