De fiscaliteit van de bevek's en bevak's is een waar kluwen. Afhankelijk van het type beleggingsvennootschap en de vraag hoe het rendement gerealiseerd wordt, is het rendement belastingvrij, belast aan 15% of belast aan 25%.

Het is dus belangrijk ook fiscaal de juiste keuze te maken. Maar de regering Di Rupo I maakt het beleggers niet gemakkelijk. Zeker inzake kapitalistiebeveks is de fiscaliteit hoogst volatiel. Met het nieuwe begrotingsakkoord, deelt de kapitalisatiebevek alweer in de klappen.

Aanpassingen 2012

Met de rijkentaks, afschaffing van de bevrijdende roerende voorheffing, etcetera joeg de regeling Di Rupo I menig belegger de stuipen op het lijf. Het gevolg hiervan was dat beleggers op zoek gingen naar fiscale anonimiteit. Die vonden zij gedeeltelijk in de kapitalisatiebevek.

Maar van zodra de overheid ziet dat grote hoeveelheden vermogen in een bepaalde richting gaat, zijn bijkomende belastingen aan de orde. Op die manier rinkelt de kassa van de staat maximaal. Dat draaiboek is gevolgd met de kapitalisatiebeveks. In 2012 verhoogde de beurstaks tot tweemaal toe. Een eerste keer van 0,50% naar 0,65% en een tweede keer van 0,65% naar 1%. Daarnaast werd de drempel van belastbaarheid ook serieus verlaagd. Zo was vroeger maar belasting aan de orde indien de bevek voor meer dan 40 % in rentedragende stukken belegde. Dit percentage is eind 2012 verlaagd naar 25%. Tot slot werd in 2012 ook besloten om een meerwaardebelasting op aandelen in te voeren. Indien een belegger zijn aandelen in een bevek verkoopt aan een derde, wordt meerwaardebelasting aan 25% geheven.

Nieuwste belastingverhoging
Je zou zo verwachten dat de beleggers in kapitaslisatie beveks nu wat fiscale gemoedsrust is gegund. Maar wie dat dacht, komt bedrogen uit. De beleggers worden ook nu weer genadeloos aangepakt.

Daar waar een dividend sedert 1 januari 2013 altijd belast is aan 25% roerende voorheffing, is dat niet altijd het geval voor een inkoopboni. Een inkoopboni is het positieve verschil tussen het bedrag dat men bij inkoop krijgt en het bedrag dat men oorspronkelijk gestort heeft. In mensentaal is dat gewoon het rendement of de winst. Dit rendement kan vrijgesteld zijn. Deze vrijstelling volgt uit de letterlijke lezing van artikel 21, 2° Wetboek Inkomstenbelastigen. Goed nieuws dus.

Maar er zijn belangrijke uitzonderingen op de vrijstelling van inkoopboni. Deze zijn ook wettelijk geregeld. Het betreft in zeer algemene bewoordingen de beleggingsvennootschappen met een gegarandeerd rendement (artikel 19, §1, 4° WIB) en beleggingsvennootschappen die voor meer dan 25% beleggen in schuldvorderingen zoals obligaties, zero bonds, kasbons, etc. (artikel 19bis WIB). Het is deze laatste belastbaarheid die aanzienlijk wordt verbreed. Voor EER beveks gold de vereiste dat die tevens over een EU paspoort moest beschikken. Dit was veelal niet het geval, waardoor vele kapitalisatiebeveks buiten schot bleven. Dat zal dus niet langer het geval zijn.

De fiscaliteit van beleggingsvennootschapppen is en blijft ongemeen complex. Er zijn nog vrijstellingen beschikbaar maar mazen van het net worden almaar dunner. De vraag blijft wie gebaat is bij een dergelijke complexe en volatiele wetgeving. Volg de discussie mee op Twitter via @Anton_Rivus.

Anton van Zantbeek

Advocaat Rivus

De fiscaliteit van de bevek's en bevak's is een waar kluwen. Afhankelijk van het type beleggingsvennootschap en de vraag hoe het rendement gerealiseerd wordt, is het rendement belastingvrij, belast aan 15% of belast aan 25%.Het is dus belangrijk ook fiscaal de juiste keuze te maken. Maar de regering Di Rupo I maakt het beleggers niet gemakkelijk. Zeker inzake kapitalistiebeveks is de fiscaliteit hoogst volatiel. Met het nieuwe begrotingsakkoord, deelt de kapitalisatiebevek alweer in de klappen. Aanpassingen 2012 Met de rijkentaks, afschaffing van de bevrijdende roerende voorheffing, etcetera joeg de regeling Di Rupo I menig belegger de stuipen op het lijf. Het gevolg hiervan was dat beleggers op zoek gingen naar fiscale anonimiteit. Die vonden zij gedeeltelijk in de kapitalisatiebevek. Maar van zodra de overheid ziet dat grote hoeveelheden vermogen in een bepaalde richting gaat, zijn bijkomende belastingen aan de orde. Op die manier rinkelt de kassa van de staat maximaal. Dat draaiboek is gevolgd met de kapitalisatiebeveks. In 2012 verhoogde de beurstaks tot tweemaal toe. Een eerste keer van 0,50% naar 0,65% en een tweede keer van 0,65% naar 1%. Daarnaast werd de drempel van belastbaarheid ook serieus verlaagd. Zo was vroeger maar belasting aan de orde indien de bevek voor meer dan 40 % in rentedragende stukken belegde. Dit percentage is eind 2012 verlaagd naar 25%. Tot slot werd in 2012 ook besloten om een meerwaardebelasting op aandelen in te voeren. Indien een belegger zijn aandelen in een bevek verkoopt aan een derde, wordt meerwaardebelasting aan 25% geheven. Nieuwste belastingverhoging Je zou zo verwachten dat de beleggers in kapitaslisatie beveks nu wat fiscale gemoedsrust is gegund. Maar wie dat dacht, komt bedrogen uit. De beleggers worden ook nu weer genadeloos aangepakt. Daar waar een dividend sedert 1 januari 2013 altijd belast is aan 25% roerende voorheffing, is dat niet altijd het geval voor een inkoopboni. Een inkoopboni is het positieve verschil tussen het bedrag dat men bij inkoop krijgt en het bedrag dat men oorspronkelijk gestort heeft. In mensentaal is dat gewoon het rendement of de winst. Dit rendement kan vrijgesteld zijn. Deze vrijstelling volgt uit de letterlijke lezing van artikel 21, 2° Wetboek Inkomstenbelastigen. Goed nieuws dus. Maar er zijn belangrijke uitzonderingen op de vrijstelling van inkoopboni. Deze zijn ook wettelijk geregeld. Het betreft in zeer algemene bewoordingen de beleggingsvennootschappen met een gegarandeerd rendement (artikel 19, §1, 4° WIB) en beleggingsvennootschappen die voor meer dan 25% beleggen in schuldvorderingen zoals obligaties, zero bonds, kasbons, etc. (artikel 19bis WIB). Het is deze laatste belastbaarheid die aanzienlijk wordt verbreed. Voor EER beveks gold de vereiste dat die tevens over een EU paspoort moest beschikken. Dit was veelal niet het geval, waardoor vele kapitalisatiebeveks buiten schot bleven. Dat zal dus niet langer het geval zijn. De fiscaliteit van beleggingsvennootschapppen is en blijft ongemeen complex. Er zijn nog vrijstellingen beschikbaar maar mazen van het net worden almaar dunner. De vraag blijft wie gebaat is bij een dergelijke complexe en volatiele wetgeving. Volg de discussie mee op Twitter via @Anton_Rivus.Anton van ZantbeekAdvocaat Rivus