Het is voor de zoveelste keer kommer en kwel op de financiële markten. Na een korte manische periode zijn we alweer in een depressieve fase aanbeland. In die omstandigheden moet een belegger stalen zenuwen hebben. En als er dan één ding is dat hij kan missen als kiespijn, dan is het wel fiscale en juridische onzekerheid. Maar zelfs dat is hem niet gegund. Integendeel zelfs: de laatste maanden is de fiscaliteit op beleggingen niet uit de actualiteit weg te slaan.

Bijna elke dag zijn er verrassingen. Zo bleek vorige week dat de invoering van de miljonairsbelasting van 4 procent op roerende inkomsten boven 20.020 euro alweer vertraging heeft opgelopen. De belasting had er al op 1 januari moeten zijn. Later werd de invoering uitgesteld tot mei, en nu is er sprake van augustus. Over de verhoging van de beurstaksen kan hetzelfde verhaal worden verteld. Ook over de antimisbruikbepaling heerst veel onzekerheid.

Te midden van het gekakel schijnt toch één lichtpuntje. Paul Huybrechts, de voorzitter van de Vlaamse Federatie van Beleggers (VFB), heeft een constructief en slim fiscaal idee gelanceerd. Hij stelt voor een algemene roerende voorheffing van 25 procent in te voeren. Die zou bevrijdend moeten zijn. Verder moet de kous daarmee af zijn. Gedaan dus met het centrale meldpunt en dies meer.

Het voorstel komt neer op een terugkeer naar de situatie van vóór 1 januari 2012, maar dan tegen een uniform tarief. Tot en met 2011 leidde de roerende fiscaliteit een ietwat verborgen bestaan. Niemand stond er echt bij stil. De roerende voorheffing werd ingehouden en doorgestort aan de staat. Ze deed wat een belasting hoort te doen: geld in het laatje brengen, zonder de gemoedsrust van de spaarders nodeloos te verstoren.

Natuurlijk valt er te discussiëren over het tarief en de vraag of er maar één tarief moet zijn. Zo vind ik dat dividenden lager moeten worden belast dan interesten. Interesten zijn voor de schuldenaar vaak aftrekbare kosten, terwijl dividenden dat niet zijn. In een brutodividend is de vennootschapsbelasting al verrekend. Dat is niet geval bij interesten. Daarnaast is een tarief van 25 procent ook misschien wat veel. Vaak wordt uit het oog verloren dat de roerende inkomsten vrijwel bruto worden belast. Dat betekent dat je geen kosten mag aftrekken.

Maar dat zijn eigenlijk secundaire discussies. Wat echt belangrijk is, zijn de fundamenten van een belasting. Die moeten goed zitten. Als dat niet het geval is, heeft dat een weerslag op de inning van de belasting, waardoor de opbrengst daalt en er veel collateral damage is. En dat is precies wat nu gebeurt naar aanleiding van de fiscale maatregelen van de regering-Di Rupo I.

De vraag is of de politici dat kunnen inzien en bereid zijn op hun stappen terug te keren. Dat vergt moed. Maar meestal is een korte pijn beter dan een langgerekte calvarietocht van amenderen, repareren en herzien. Vergissen is nu eenmaal menselijk.

Volg de discussie mee via Twitter @anton_rivus.

Anton van Zantbeek

Advocaat Rivus

Het is voor de zoveelste keer kommer en kwel op de financiële markten. Na een korte manische periode zijn we alweer in een depressieve fase aanbeland. In die omstandigheden moet een belegger stalen zenuwen hebben. En als er dan één ding is dat hij kan missen als kiespijn, dan is het wel fiscale en juridische onzekerheid. Maar zelfs dat is hem niet gegund. Integendeel zelfs: de laatste maanden is de fiscaliteit op beleggingen niet uit de actualiteit weg te slaan.Bijna elke dag zijn er verrassingen. Zo bleek vorige week dat de invoering van de miljonairsbelasting van 4 procent op roerende inkomsten boven 20.020 euro alweer vertraging heeft opgelopen. De belasting had er al op 1 januari moeten zijn. Later werd de invoering uitgesteld tot mei, en nu is er sprake van augustus. Over de verhoging van de beurstaksen kan hetzelfde verhaal worden verteld. Ook over de antimisbruikbepaling heerst veel onzekerheid.Te midden van het gekakel schijnt toch één lichtpuntje. Paul Huybrechts, de voorzitter van de Vlaamse Federatie van Beleggers (VFB), heeft een constructief en slim fiscaal idee gelanceerd. Hij stelt voor een algemene roerende voorheffing van 25 procent in te voeren. Die zou bevrijdend moeten zijn. Verder moet de kous daarmee af zijn. Gedaan dus met het centrale meldpunt en dies meer.Het voorstel komt neer op een terugkeer naar de situatie van vóór 1 januari 2012, maar dan tegen een uniform tarief. Tot en met 2011 leidde de roerende fiscaliteit een ietwat verborgen bestaan. Niemand stond er echt bij stil. De roerende voorheffing werd ingehouden en doorgestort aan de staat. Ze deed wat een belasting hoort te doen: geld in het laatje brengen, zonder de gemoedsrust van de spaarders nodeloos te verstoren.Natuurlijk valt er te discussiëren over het tarief en de vraag of er maar één tarief moet zijn. Zo vind ik dat dividenden lager moeten worden belast dan interesten. Interesten zijn voor de schuldenaar vaak aftrekbare kosten, terwijl dividenden dat niet zijn. In een brutodividend is de vennootschapsbelasting al verrekend. Dat is niet geval bij interesten. Daarnaast is een tarief van 25 procent ook misschien wat veel. Vaak wordt uit het oog verloren dat de roerende inkomsten vrijwel bruto worden belast. Dat betekent dat je geen kosten mag aftrekken. Maar dat zijn eigenlijk secundaire discussies. Wat echt belangrijk is, zijn de fundamenten van een belasting. Die moeten goed zitten. Als dat niet het geval is, heeft dat een weerslag op de inning van de belasting, waardoor de opbrengst daalt en er veel collateral damage is. En dat is precies wat nu gebeurt naar aanleiding van de fiscale maatregelen van de regering-Di Rupo I. De vraag is of de politici dat kunnen inzien en bereid zijn op hun stappen terug te keren. Dat vergt moed. Maar meestal is een korte pijn beter dan een langgerekte calvarietocht van amenderen, repareren en herzien. Vergissen is nu eenmaal menselijk.Volg de discussie mee via Twitter @anton_rivus.Anton van ZantbeekAdvocaat Rivus