De financiële markten zijn bloednerveus. Rusland en het Westen staan weer lijnrecht tegenover elkaar. De oorlog in Oekraïne roept nare herinneringen op aan de Koude Oorlog. De oorlogstaal wordt steeds dreigender, vooral van de kant van de Russische president Vladimir Poetin. Dat vinden steeds meer beleggers zorgwekkend.

Bij het lossen van het eerste schot viel de reactie nog mee. Ze was klassiek, maar vrij beheerst. Dat is intussen helemaal veranderd. Na twee maanden daling op de markten, na ruim een week oorlog en met de aanhoudende stijging van de energie- en de voedselprijzen beginnen beleggers toch hun aandelen te dumpen. Een sombere kijk op de toekomst neemt de overhand en we krijgen volop paniek. Dat zagen we bijna exact twee jaar geleden ook op de financiële markten bij de start van de coronacrisis. Nu gaat het om de Oekraïnecrisis. Maar twee jaar geleden bood de crisissituatie uitzonderlijk fraaie koopkansen voor koelbloedige investeerders.

Het is uitkijken naar de reactie van de centrale banken. Die hebben het zichzelf niet gemakkelijk gemaakt door maandenlang het probleem van de inflatie te ontkennen en niet in te grijpen. Nu is er geen flexibiliteit om bijvoorbeeld de markten te kalmeren met één of meerdere renteverlagingen. Nu moet het komen van een geleidelijkere, minder agressieve verhoging van de basisrente door de Federal Reserve. Voorzitter Jerome Powell liet vorige week in het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden duidelijk uitschijnen dat een eerste renteverhoging met 50 basispunten (0,50%) van tafel is en dat de Fed zal beginnen met 25 basispunten en dat het pad daarna "heel onduidelijk" is door de oorlog in Oekraïne. Er is met andere woorden ruimte voor minder of een veel milder pad van renteverhogingen zolang de economische onzekerheid voortduurt.

Donderdag buigt de Europese Centrale Bank (ECB) zich over de 'draak met de dubbele kop': de oorlog en de inflatie. Officieel was de ECB niet van plan dit jaar al de basisrente te verhogen. Al was die discussie net voor het begin van de oorlog in Oekraïne weer opgelaaid. Donderdag gaat het over de intentie van de ECB om de obligatieaankopen versneld af te bouwen (tapering). Maar mogelijk wordt dat plan niet uitgevoerd of naar een latere datum verschoven, gezien de grote onzekerheid over de economische perspectieven.

Defensiesector grote winnaar

Het spreekwoord 'de een zijn dood is de ander zijn brood' is goed van toepassing op de Europese defensie-industrie na de Russische inval in Oekraïne. Die oorlog wordt een gamechanger voor de militaire uitgaven in Europa. Dat is een zekerheid, want het is Duitsland dat het voortouw neemt. Bondskanselier Olaf Scholz kondigde in de Bundestag aan dat zijn regering dit jaar 100 miljard euro injecteert in een fonds dat het Duitse leger moet moderniseren.

Daarnaast wil Duitsland zijn defensiebudget nu wel structureel optrekken tot 2 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Dat is al langer een streefdoel binnen de NAVO, dat slechts door weinig Europese lidstaten werd gehaald. Duitsland zat vorig jaar op zowat 1,5 procent en België amper op de helft (1,1%) van dat beoogde cijfer. Het was sinds de val van het IJzeren Gordijn in 1989 bijna een Europese sport geworden om zo weinig mogelijk aan defensie uit te geven. Het was bijna het eerste waarop beknibbeld werd bij begrotingsbesprekingen. Zo lazen we in het Duitse magazine Der Spiegel dat Duitsland in 1989 nog 5.000 aanvalstanks en 700 oorlogsvliegtuigen had. Dat aantal werd in drie decennia herleid tot respectievelijk 300 en 230.

Europa beseft nu dat dat de agressieve houding van Poetin in de hand heeft gewerkt, met als dieptepunt de invasie in Oekraïne. Als de rest van Europa het voorbeeld van Duitsland volgt en de komende jaren de structurele stap zet richting een defensiebudget van 2 procent van het bbp, moeten de uitgaven worden opgetrokken met gemiddeld 25 procent, volgens de defensieanaliste van het Amerikaanse beurshuis Jefferies. Dat gaat dan om ruim 5.000 miljard euro.

Schot in de roos

Logisch dus dat de defensieaandelen de grote winnaars zijn op de beurs sinds begin 2022, en zeker sinds Poetin het startschot gaf voor de invasie in Oekraïne. We zien vlot koersstijgingen van 30 tot 60 procent sinds Nieuwjaar, onder meer bij het Duitse RheinMetall,het Britse BAE Systems,het Italiaanse Leonardo en de Franse aandelen Dassault Aviations en Thales.Weldra zullen we een analyse brengen over die sector. Voor de Europese defensie-industrie is dit een keerpunt voor minstens de rest van het decennium. De afgelopen vijf à tien jaar deden die aandelen het doorgaans veel slechter dan de Europese beursindexen. Dat verandert nu fundamenteel.

Beleggers hebben steevast de neiging een effect op korte termijn te overschatten, maar een effect op een termijn van vijf à tien jaar te onderschatten. Wie nu nog volop op defensieaandelen springt, zal mogelijk ontgoocheld zijn over het rendement op zes tot twaalf maanden. Wel is het wellicht mogelijk een goede zaak te doen op vijf à tien jaar. Tactisch is het beter op een tussentijdse terugval te wachten om toe te slaan. Het is wel jammer dat er nog geen tracker op de Europese defensiewaarden bestaat die toegankelijk is voor particuliere beleggers.

De financiële markten zijn bloednerveus. Rusland en het Westen staan weer lijnrecht tegenover elkaar. De oorlog in Oekraïne roept nare herinneringen op aan de Koude Oorlog. De oorlogstaal wordt steeds dreigender, vooral van de kant van de Russische president Vladimir Poetin. Dat vinden steeds meer beleggers zorgwekkend.Bij het lossen van het eerste schot viel de reactie nog mee. Ze was klassiek, maar vrij beheerst. Dat is intussen helemaal veranderd. Na twee maanden daling op de markten, na ruim een week oorlog en met de aanhoudende stijging van de energie- en de voedselprijzen beginnen beleggers toch hun aandelen te dumpen. Een sombere kijk op de toekomst neemt de overhand en we krijgen volop paniek. Dat zagen we bijna exact twee jaar geleden ook op de financiële markten bij de start van de coronacrisis. Nu gaat het om de Oekraïnecrisis. Maar twee jaar geleden bood de crisissituatie uitzonderlijk fraaie koopkansen voor koelbloedige investeerders.Het is uitkijken naar de reactie van de centrale banken. Die hebben het zichzelf niet gemakkelijk gemaakt door maandenlang het probleem van de inflatie te ontkennen en niet in te grijpen. Nu is er geen flexibiliteit om bijvoorbeeld de markten te kalmeren met één of meerdere renteverlagingen. Nu moet het komen van een geleidelijkere, minder agressieve verhoging van de basisrente door de Federal Reserve. Voorzitter Jerome Powell liet vorige week in het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden duidelijk uitschijnen dat een eerste renteverhoging met 50 basispunten (0,50%) van tafel is en dat de Fed zal beginnen met 25 basispunten en dat het pad daarna "heel onduidelijk" is door de oorlog in Oekraïne. Er is met andere woorden ruimte voor minder of een veel milder pad van renteverhogingen zolang de economische onzekerheid voortduurt.Donderdag buigt de Europese Centrale Bank (ECB) zich over de 'draak met de dubbele kop': de oorlog en de inflatie. Officieel was de ECB niet van plan dit jaar al de basisrente te verhogen. Al was die discussie net voor het begin van de oorlog in Oekraïne weer opgelaaid. Donderdag gaat het over de intentie van de ECB om de obligatieaankopen versneld af te bouwen (tapering). Maar mogelijk wordt dat plan niet uitgevoerd of naar een latere datum verschoven, gezien de grote onzekerheid over de economische perspectieven. Het spreekwoord 'de een zijn dood is de ander zijn brood' is goed van toepassing op de Europese defensie-industrie na de Russische inval in Oekraïne. Die oorlog wordt een gamechanger voor de militaire uitgaven in Europa. Dat is een zekerheid, want het is Duitsland dat het voortouw neemt. Bondskanselier Olaf Scholz kondigde in de Bundestag aan dat zijn regering dit jaar 100 miljard euro injecteert in een fonds dat het Duitse leger moet moderniseren.Daarnaast wil Duitsland zijn defensiebudget nu wel structureel optrekken tot 2 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Dat is al langer een streefdoel binnen de NAVO, dat slechts door weinig Europese lidstaten werd gehaald. Duitsland zat vorig jaar op zowat 1,5 procent en België amper op de helft (1,1%) van dat beoogde cijfer. Het was sinds de val van het IJzeren Gordijn in 1989 bijna een Europese sport geworden om zo weinig mogelijk aan defensie uit te geven. Het was bijna het eerste waarop beknibbeld werd bij begrotingsbesprekingen. Zo lazen we in het Duitse magazine Der Spiegel dat Duitsland in 1989 nog 5.000 aanvalstanks en 700 oorlogsvliegtuigen had. Dat aantal werd in drie decennia herleid tot respectievelijk 300 en 230. Europa beseft nu dat dat de agressieve houding van Poetin in de hand heeft gewerkt, met als dieptepunt de invasie in Oekraïne. Als de rest van Europa het voorbeeld van Duitsland volgt en de komende jaren de structurele stap zet richting een defensiebudget van 2 procent van het bbp, moeten de uitgaven worden opgetrokken met gemiddeld 25 procent, volgens de defensieanaliste van het Amerikaanse beurshuis Jefferies. Dat gaat dan om ruim 5.000 miljard euro. Logisch dus dat de defensieaandelen de grote winnaars zijn op de beurs sinds begin 2022, en zeker sinds Poetin het startschot gaf voor de invasie in Oekraïne. We zien vlot koersstijgingen van 30 tot 60 procent sinds Nieuwjaar, onder meer bij het Duitse RheinMetall,het Britse BAE Systems,het Italiaanse Leonardo en de Franse aandelen Dassault Aviations en Thales.Weldra zullen we een analyse brengen over die sector. Voor de Europese defensie-industrie is dit een keerpunt voor minstens de rest van het decennium. De afgelopen vijf à tien jaar deden die aandelen het doorgaans veel slechter dan de Europese beursindexen. Dat verandert nu fundamenteel.Beleggers hebben steevast de neiging een effect op korte termijn te overschatten, maar een effect op een termijn van vijf à tien jaar te onderschatten. Wie nu nog volop op defensieaandelen springt, zal mogelijk ontgoocheld zijn over het rendement op zes tot twaalf maanden. Wel is het wellicht mogelijk een goede zaak te doen op vijf à tien jaar. Tactisch is het beter op een tussentijdse terugval te wachten om toe te slaan. Het is wel jammer dat er nog geen tracker op de Europese defensiewaarden bestaat die toegankelijk is voor particuliere beleggers.