Dat referendum vindt op zondag 5 juli plaats, zodat het Grieks probleem nog een stukje verder in de toekomst werd verschoven. Maar welke uitslag er bij dat referendum uiteindelijk ook uit de bus zal komen, vast staat in ieder geval dat de Griekse problemen nog niet achter de rug zijn. De economische malaise in het land blijft groot en daar zal niet meteen verandering in komen. Dat schrijft de financiële site, Oblis.be.

De financiële markten verkozen aanvankelijk om niet echt wakker te liggen van de Griekse problematiek, hoewel de rentevoeten in de eurozone in de loop van de maand juni geleidelijk aan weer wat aantrokken. De rente op de 10-jarige Belgische staatsobligatie liep op in de richting van 1,50 procent, de Duitse benaderde opnieuw de kaap van 1 procent. De vlucht naar veiligheid vertaalde zich in de laatste week van juni echter op de eerste plaats in een uitwijken naar bunds, de obligaties van de landen uit de Europese periferie kregen daarentegen rake klappen.

Nog niets om zich zorgen over te maken, maar het zal duidelijk zijn dat de rente op Zuid-Europese staatsobligaties niet te ver mag oplopen om de begrotingen van de betrokken landen niet te laten ontsporen. In de Verenigde Staten flirtte anderzijds de 10-jarige Treasury enkele weken met het niveau van 2,50 procent, alvorens opnieuw wat terug te vallen.

Schaduwbankieren

Niet alleen in Europa bleef het onrustig. In China verloor de Shanghai Composite Index in de laatste volle week van juni 13 procent, de grootste koersval sinds de financiële crisis van 2008. De oorzaak moet hier gezocht worden in het schaduwbankieren, waar de kraan steeds meer wordt dichtgedraaid vanwege de slabakkende economische groei. Een recessie lijkt in China voorlopig onwaarschijnlijk, maar vast staat wel dat de sterke groei uit de afgelopen jaren niet langer kan volgehouden worden.

De berichtgeving uit de Verenigde Staten is duidelijk weer wat beter geworden, in juni is het consumentenvertrouwen opnieuw aangetrokken. De index opgesteld door Thomson Reuters en de University of Michigan steeg in juni tot 96,10, ten opzichte van 90,40 de maand voordien. Er was maar gerekend op een stijging tot 94,60. Surveys of Consumers chef econoom Richard Curtin merkte op dat het vertrouwen van de consument sinds 2004 nooit zo groot was. De Amerikaanse centrale bank heeft dus nog altijd de ruimte om ergens op het einde van de zomer of in de loop van de herfst haar basisrente te verhogen.

Dollar krijgt vleugels

De verwachting van een rentestijging gaf de dollar opnieuw vleugels. De euro verzwakte ten opzichte van de dollar, waarbij moet opgemerkt worden dat de volatiliteit op de valutamarkten in de afgelopen maanden duidelijk is toegenomen. In de laatste week van juni maakte de euro overigens een paar opvallende bokkensprongen. Een andere opvallende vaststelling is dat het deflatiegevaar lijkt te zijn geweken. In de meeste landen trekt de inflatie weer wat aan, hoewel nog afgewacht moet worden of deze evolutie een blijvend karakter zal vertonen.

Het tijdstip dat de Europese Centrale Bank haar basisrente kan verhogen, ligt hoe dan ook nog een heel stuk in de toekomst. Een heet hangijzer blijft de werkloosheid in sommige delen van de eurozone. Met name in Frankrijk blijft de werkloosheidsgraad maar stijgen en dat kan president Hollande uiteindelijk zuur gaan opbreken.

Het wegebben van de inflatievrees heeft uiteraard ook te maken met een stabilisatie van de olieprijs. Die mist momenteel richting, van een verdere daling is geen sprake meer. De analisten spreken elkaar ook tegen wat hun verwachtingen voor de olieprijs betreft. Sommigen verwachten dat een vat ruwe olie snel meer dan 100 dollar zal kosten, maar anderen denken dan weer dat de olieprijs op termijn lager moet.

(Oblis.be)