Stijgende rentevoeten, druk op de kosten, strengere regels om de consument te beschermen: de vermogensbeheerders staan voor gigantische uitdagingen. We praten erover met twee rotten in het vak: Jan Longeval, ex-Degroof Petercam, en Jan De Bondt, ex-Société Générale. Longeval werkte bijna zijn hele loopbaan aan de buy side, ten dienste van grote beleggers zoals pensioenfondsen. De Bondt bouwde een carrière uit aan de sell side als obligatiehandelaar. Vandaag geven ze allebei les over vermogensbeheer aan Vlerick Business School.
...

Stijgende rentevoeten, druk op de kosten, strengere regels om de consument te beschermen: de vermogensbeheerders staan voor gigantische uitdagingen. We praten erover met twee rotten in het vak: Jan Longeval, ex-Degroof Petercam, en Jan De Bondt, ex-Société Générale. Longeval werkte bijna zijn hele loopbaan aan de buy side, ten dienste van grote beleggers zoals pensioenfondsen. De Bondt bouwde een carrière uit aan de sell side als obligatiehandelaar. Vandaag geven ze allebei les over vermogensbeheer aan Vlerick Business School. JAN LONGEVAL: "Als de rente stijgt, gaat dat een aantal zaken op scherp zetten." JAN DE BONDT: "Er is heel veel geld naar obligaties gestroomd. Een rentestijging kan een schok teweegbrengen bij beleggers die dachten dat ze een veilige belegging gedaan hadden. Het zou kunnen dat beleggers in zo'n scenario massaal hun geld terugtrekken. Niet iedereen is daarop voorbereid." LONGEVAL: "We moeten het gevaar van die stijgende rente toch nuanceren. In de Verenigde Staten is de tienjaarsrente gestegen tot 3 procent, maar in Europa zal het zo'n vaart niet lopen. Voor vermogensbeheerders is een stijgende rente overigens iets dubbels. Veel beleggers dromen van een hogere rente en van zogenaamd normale rendementen op hun obligatieportefeuille. Alleen kan de weg naar die hogere rente wel wat pijn doen."LONGEVAL: "Gemiddeld betalen beleggers 0,7 procent kosten voor een obligatiefonds. Als je ervan uitgaat dat een fondsbeheerder nog een rendement van 1,5 procent haalt met obligaties in euro, dan weet je dat er na aftrek van kosten en de roerende voorheffing nog amper 0,5 procent overschiet. We zien dus de gekke situatie dat de vermogensbeheerder meer verdient aan een obligatiefonds dan de klant. Het is duidelijk dat de kosten niet zijn aangepast aan de lagere rente. Met de kostentransparantie die de Europese MiFID II-regels vanaf dit jaar opleggen, verwacht ik dat er toch een aantal pittige discussies worden gevoerd tussen klant en beheerder.DE BONDT: "We zijn van een risk free return op overheidsobligaties geëvolueerd naar een return free risk. En als de rente langzaam oploopt, zullen beleggers om de drie maanden een overzicht van hun portefeuille krijgen, waarin staat dat de waarde van hun obligatiefonds is gedaald." DE BONDT: "Er staat nog 260 miljard euro op spaarboekjes. De Belgen hebben nog wel wat reserves die ze kunnen beleggen." LONGEVAL: "De beste bescherming tegen een stijgende rente zijn aandelen. Ik ben een aandelenfanaat. Europese aandelen noteren vandaag tegen ongeveer 13 keer de winst. Dat is goed voor een verwacht rendement van 6 à 7 procent." LONGEVAL: "Vroeger kon je bij wijze van spreken je geld parkeren in Europees overheidspapier. Vandaag moet je als beheerder wereldwijd op zoek gaan naar kansen op de obligatiemarkten." DE BONDT: "Er zijn maar een paar zaken die je kunt doen als obligatiebelegger, en het betekent altijd meer risico nemen. Ofwel neem je meer kredietrisico, door obligaties te kopen van emittenten waarvan je minder zeker bent dat ze hun schulden kunnen terugbetalen. Ofwel neem je meer muntrisico, door obligaties in een andere munt te kopen. Ofwel ga je voor een langere looptijd, met het risico dat het uiteindelijke rendement over de looptijd de inflatie niet zal dekken. De mogelijkheden zijn niet oneindig." DE BONDT: "Bij de Europese verzekeraars is het gewicht van bedrijfsobligaties met een aanvaardbare kredietscore van BBB gestegen van 6 naar 22 procent tussen 2006 en 2016. In het verleden was die portefeuille geparkeerd in overheidspapier: Duitse bunds en Belgische OLO's. Die verzekeraars zijn sterk opgeschoven richting meer risicovolle obligaties." LONGEVAL: "Je moet het rendement in alle uithoeken van de financiële markten gaan zoeken. Vandaar dat het risicobeheer zo belangrijk is geworden, zeker aan de kant van de obligaties en alternatieve beleggingen. Ik maak mij niet zo veel zorgen over de professionals die een goede omkadering hebben. Maar ook de particuliere belegger is op de trein van de hoogrentende obligaties gesprongen via ETF's (exchange trade funds of trackers, nvdr). Dat is een heel ander verhaal. De begrippen 'hoogrentende obligaties' of 'highyieldobligaties' zijn marketingtermen. In de context van vandaag worden ze beter bij hun oorspronkelijke naam genoemd: rommelobligaties. Het risico bestaat dat die beleggers hun trackers dumpen bij het eerste signaal dat het misloopt, waardoor er een liquiditeitscrisis ontstaat, met grote verliezen tot gevolg." LONGEVAL: "Een van de neveneffecten van de strengere regulering is dat de banken hun activiteiten als marktmaker hebben afgebouwd. Er is op de markt minder liquiditeit van bijvoorbeeld bedrijfsobligaties om schokken op te vangen en er zit tegelijk meer naïef geld in de markt via trackers." LONGEVAL: "Eigenlijk wel. Als er een schok komt, gaan die factoren de schokgolf versterken. Dat zal problemen geven."LONGEVAL: "De kosten voor sommige ETF's gaan richting 0 procent. Ik denk dat beleggers met een deel van hun vermogen bij hun private bankier gaan blijven, omdat ze ook behoefte hebben aan vermogensplanning, fiscaal advies, successieplanning, hulp bij de aanleg van een kunstcollectie en persoonlijk contact. Maar daarnaast zullen ze ook een stuk van hun vermogen onderbrengen bij een roboadviseur of het zelf beheren met ETF's. Die zijn toch het nieuwe ijkpunt voor de tarieven. Als vermogensbeheerder zul je goed moeten kunnen uitleggen welke toegevoegde waarde je hogere tarieven rechtvaardigen." LONGEVAL: "Adviserend beheer is volgens mij geen mooie toekomst beschoren onder Mifid II. De procedures zijn zwaar. Het kan best zijn dat sommige beleggers daardoor afhaken en hun eigen ding doen via een onlinemakelaar. Adviserend beheer wordt bemoeilijkt, misschien wel met nobele bedoelingen, maar de klant kan het weleens beu worden telkens weer door die administratieve mallemolen te moeten." LONGEVAL: "Elke vermogensbeheerder is tegenwoordig op de een of andere manier bezig met ESG-principes (milieu, maatschappij en goed bestuur, nvdr). Het is een containerbegrip geworden, want er bestaan wel duizenden manieren om die ESG-principes toe te passen op een portefeuille." DE BONDT: "Sommige spelers gaan daar heel ver in. In Nederland zijn ze daar al veel meer mee bezig. Vooral grote institutionele investeerders, maar we zien dat particuliere beleggers volgen." DE BONDT: "Bedrijven krijgen scores voor duurzaamheid. Als het bedrijf niet meer voldoet aan alle criteria, worden de obligaties gewoon verkocht. Je kunt als obligatiehouder natuurlijk niet meestemmen op de algemene vergadering." LONGEVAL: "ESG is heel relevant voor obligatiebeleggers. Als je heel pragmatisch naar ESG kijkt, dan gaat dat vooral over het beperken van risico's. Een onderneming met een slecht bestuur is een risico, een bedrijf dat slecht omspringt met milieu eveneens. Een bedrijf dat in Bangladesh kleren laten maken in erbarmelijke omstandigheden riskeert zware reputatieschade. Je kunt allerlei bedenkingen hebben bij ESG, maar het is op zijn minst een instrument om risico's beter naar boven te brengen."LONGEVAL: "Je moet niet rond de hete brij heen fietsen. Vermogensbeheer moet er zijn voor iedereen, private banking niet. Tegenover de diensten van private banking staan bepaalde kosten en er is een bepaald vermogen nodig om die kosten te rechtvaardigen. Het is natuurlijk wel een fantastische evolutie. Vandaag kun je als particulier wereldwijd gespreid beleggen via ETF's, die je op elk moment kun kopen of verkopen voor een habbekrats. Het blijft niettemin moeilijk mensen de weg naar de beurs te doen vinden. De helft van de Belgische gezinnen heeft een beperkt beschikbaar financieel vermogen van ongeveer 20.000 euro. Dan is het natuurlijk moeilijk ze te overtuigen daarmee naar de beurs te gaan."DE BONDT: "Het is logisch dat het moeilijker is als je jong bent en je een huis aan het afbetalen bent, met kinderen. Maar nu kun je dus 100 euro per maand in een fonds steken. Je kan dus gediversifieerd beleggen met kleine bedragen."