De voorbije maanden zagen we een zelden geziene sterke klim van de Europese beursindexen. Sommige beleggers kregen last van hoogtevrees. Dat is enigszins te begrijpen voor wie enkel naar de grafieken op zes of twaalf maanden kijkt. Wie de langetermijngrafieken erbij neemt, komt toch tot een ander inzicht.
...

De voorbije maanden zagen we een zelden geziene sterke klim van de Europese beursindexen. Sommige beleggers kregen last van hoogtevrees. Dat is enigszins te begrijpen voor wie enkel naar de grafieken op zes of twaalf maanden kijkt. Wie de langetermijngrafieken erbij neemt, komt toch tot een ander inzicht.Vandaag staat de Eurostoxx50, de index met de belangrijkste vijftig bedrijven in de eurozone, een beetje onder het niveau van de Standard&Poor's500-index, met de belangrijkste vijfhonderd Amerikaanse ondernemingen. Dat was bij de beurspiek in maart 2000 helemaal anders. Toen noteerde de Eurostoxx50 op een top op 5522 punten, tegenover 1527 punten voor de S&P500. Voor de Europese sterindex is dat nog altijd de historische piek. De Amerikaanse index heeft sindsdien honderden nieuwe toppen bereikt. Mocht de Eurostoxx50 de S&P500 de voorbije 21 jaar hebben bijgehouden, dan stond die vandaag rond 15.500 punten in plaats van in de buurt van 4000 punten. Zo groot is het Europese beursdeficit tegenover Wall Street. Het relativeert de recente forse stijging. Na de bankencrisis paste de Federal Reserve zijn monetaire beleid sneller aan. De Amerikaanse centrale bank greep meteen naar het wapen van de monetaire versoepeling, terwijl de Europese Centrale Bank er nog een aantal jaren over deed om obligaties te beginnen opkopen. Maar het belangrijkste verschil blijft toch het gewicht van de technologiebedrijven. De Europese indexen blijven vrij klassiek samengesteld, terwijl ook de S&P500 meer en meer door de techgiganten wordt gedomineerd. Tussen 2010 en 2020 liet de technologiebeurs Nasdaq in euro zelfs een return van 493 procent optekenen, of een gemiddelde opbrengst van 19,5 procent per jaar. Die gigantische kloof kreeg het voorbije jaar door de coronacrisis nog een extra climax: een prestatieverschil van iets meer dan 35 procent.Dat is verleden tijd. We blijven erbij dat er zich een rotatie voltrekt. Sinds het gunstige nieuws van de werkzaamheid van de vaccins begin november presteert de Eurostoxx50 beter dan de S&P500 en zelfs de Nasdaq. We verwachten dat dat ook het stramien voor de komende tijd wordt. Een belegger hoeft niet meer per se meer in techgiganten te beleggen om de indexen te verslaan. De techreuzen moeten de vergelijking met de uitstekende cijfers van het jaar of het kwartaal voordien doorstaan en zullen almaar meer weerstand uit politieke hoek ondervinden over minimumbelastingen en het misbruik van hun marktpositie. De klassieke bedrijven kunnen bogen op een sterk winstherstel, met dank aan het soepele begrotingsbeleid, boven op het al jaren soepele monetaire beleid.In Europa werkt het relancebeleid inspirerend, waarin de EU Green Deal een belangrijke plaats heeft. We zien in Europa ook de appetijt voor aandelen toenemen. En nu maar hopen dat Europa die gunstige situatie alweer niet verspeelt. In het najaar zijn er verkiezingen in Duitsland, zonder Angela Merkel als kandidaat. Volgend jaar moet Emmanuel Macron proberen zichzelf op te volgen. Die verkiezingen mogen niet leiden tot een politiek machtsvacuüm in de Europese Unie en de schwung uit de Europese aandelenmarkten halen.