Dat blijkt uit een rapport van de Europese Rekenkamer over de eengemaakte markt voor beleggingsfondsen. "Veel van de potentiële voordelen voor Europese beleggers worden niet waargemaakt", klinkt het.
...

Dat blijkt uit een rapport van de Europese Rekenkamer over de eengemaakte markt voor beleggingsfondsen. "Veel van de potentiële voordelen voor Europese beleggers worden niet waargemaakt", klinkt het.Waarover gaat het rapport?Beleggingsfondsen zijn een belangrijk vehikel voor de Europese spaarders en beleggers. In 2020 was zowat 19.000 miljard euro belegd in fondsen. Die fondsenmarkt is enerzijds zeer geconcentreerd: 70 procent van de fondsen is geregistreerd in vier landen (Luxemburg, Ierland, Duitsland en Frankrijk). Anderzijds is er in Europa heel weinig grensoverschrijdende geldverkeer, en investeren beleggers vaak in fondsen uit eigen land. Meer dan 80 procent van de beleggingsfondsen in België is Belgisch. In Nederland is meer dan 90 procent Nederlands. Alleen de fondsenhubs Ierland en Luxemburg springen uit de band, omdat zij door hun voordelige regelgeving en belastingregimes heel veel fondsen domiciliëren. Van een eengemaakte markt is nog absoluut geen sprake, zegt de Rekenkamer.Welke nadelen heeft dat voor beleggers?Door het uitblijven van een eengemaakte fondsenmarkt zijn de beheerskosten van de beleggingsfondsen vaak nog te hoog, wegens het gebrek aan concurrentie. Die kosten verschillen sterk van lidstaat tot lidstaat, en de rapportering van die kosten is niet eenduidig en niet transparant. Er is ook nog altijd geen tool of website om Europese beleggingsfondsen met elkaar te vergelijken. De gebrekkige transparantie maakt ook dat er te veel greenwashing is, en dat nog te veel fondsen zichzelf onterecht een duurzaamheidslabel (ESG) toedichten.Door die gefragmenteerde markt hebben niet alle Europese beleggers evenveel keuze voor en toegang tot een zo breed mogelijk aanbod aan beleggingsfondsen. Daarnaast is het toezicht op de fondsen gefragmenteerd en daardoor ondermaats, wat de risico's voor beleggers verhoogt. De nationale financiële waakhonden hebben nog altijd te veel macht. De Europese marktentoezichthouder ESMA probeert er al jaren een lijn in te krijgen, maar mist de middelen en de juridische dekking. Er is geen Europees gelijk speelveld voor fondsbeheerders.Welke oplossingen schuift de Rekenkamer naar voren?Vooreerst moet de Europese Commissie het wettelijke kader voor beleggingsfondsen strikter maken, zodat de lidstaten minder flexibiliteit hebben om dat naar eigen goeddunken fondsen in te voeren. Daarnaast moet de Europese waakhond voor de financiële markten meer slagkracht krijgen, om de nationale toezichthouders op dezelfde lijn te krijgen. Tot slot moeten de beleggers een nog beter zicht krijgen op de beheerskosten van de fondsen, en moeten de toezichthouders het systemische risico van het Europese fondsenlandschap beter opvolgen.