Het politieke precedent waar Eric Chaney en Manolis Davradakis van AXA Investment Managers naar kunnen verwijzen, zijn de gezichtsreddende heronderhandelingen over het Stabiliteits- en Groeiverdrag na de onverwachte overwinning die de coalitie onder leiding van de socialisten bij de Franse vervroegde verkiezingen van 1997 behaalde.

Ze verwachten dan ook niet dat de nieuwe Franse politieke leiders voor een nieuwe 'existentiële' crisis van de euro zullen zorgen, alvast niet op korte termijn.

Kans klein dat financiële markten nieuwe Franse beleidsploeg voordeel van de twijfel gaan gunnen

De details achterhalen van de begrotingsstrategie die de nieuwe Franse regering zal volgen, is vooralsnog niet zo eenvoudig.

De begrotingsplannen van de nieuwe president blijven vaag, afgezien dan van de formele belofte die François Hollande tijdens zijn campagne deed om het begrotingstekort tegen 2013 tot 3,0% van het BBP terug te dringen en om het tegen 2017 weg te werken (uitgaande van rooskleurige groeihypothesen ).

Beleggers zullen niet alleen de begroting van 2013 aan een grondig onderzoek onderwerpen, maar ook het daarmee samenhangende driejarenplan voor de begroting dat elke EU-lidstaat aan de andere landen en de Europese Commissie moet voorleggen.

De nieuwe governanceregels in de eurozone - het zogenaamde six-pack - heeft de speelruimte van de nationale regeringen op begrotingsvlak al aanzienlijk ingeperkt voor wat het structureel begrotingsevenwicht betreft.

Het gevaar schuilt echter altijd in een klein hoekje en het is onwaarschijnlijk dat de markten de nieuwe beleidsploeg het voordeel van de twijfel zullen gunnen.

Interessant is ook dat het nieuwe kader voor de coördinatie tussen de EU-lidstaten - het zogenaamde 'Europese semester' - voorziet in 'beleidsrichtsnoeren met inbegrip van mogelijke aanbevelingen'. Deze zullen in de loop van juni door de Europese Commissie worden uitgevaardigd, kort na de vorming van de nieuwe Franse regering.

Echte toets komt eind september

Naar de mening van Eric Chaney en Manolis Davradakis komt de echte werkelijkheidstoets er bij de voorstelling van de ontwerpbegroting (d.w.z. tegen eind september), ook al kan in de loop van de zomer al wat informatie bekend worden.

Indien de markten concluderen dat de Franse begroting zou kunnen afwijken van het Duitse begrotingstraject op de middellange termijn, dan komt de Franse overheidsschuld onder druk te staan, net als de andere niet-Duitse soevereine schulden.

Indien Frankrijk op deze manier van het Duitse traject zou afwijken, zou dit de allerbelangrijkste band die de landen van de eurozone samenhoudt, in gevaar brengen en meteen de houdbaarheid van de eenheidsmunt op middellange termijn op de helling plaatsen.

In tegenstelling tot wat in 1997 gebeurde, zou de Franse nationale bank dit keer niet in staat zijn om het hoofd te bieden aan de speculatie door de kortetermijnrentevoeten tot een afschrikwekkend niveau op te trekken.

De realiteit is zo dat de markten een grotere invloed op het begrotingsbeleid in de eurozone hebben (inclusief in Frankrijk) dan ze vóór de monetaire unie hadden.

De Franse overheid zal willens nillens moeten kiezen tussen begrotingsdiscipline opbrengen of de stabiliteit van de monetaire unie een mogelijk fatale slag toebrengen.

Het politieke precedent waar Eric Chaney en Manolis Davradakis van AXA Investment Managers naar kunnen verwijzen, zijn de gezichtsreddende heronderhandelingen over het Stabiliteits- en Groeiverdrag na de onverwachte overwinning die de coalitie onder leiding van de socialisten bij de Franse vervroegde verkiezingen van 1997 behaalde. Ze verwachten dan ook niet dat de nieuwe Franse politieke leiders voor een nieuwe 'existentiële' crisis van de euro zullen zorgen, alvast niet op korte termijn. Kans klein dat financiële markten nieuwe Franse beleidsploeg voordeel van de twijfel gaan gunnen De details achterhalen van de begrotingsstrategie die de nieuwe Franse regering zal volgen, is vooralsnog niet zo eenvoudig. De begrotingsplannen van de nieuwe president blijven vaag, afgezien dan van de formele belofte die François Hollande tijdens zijn campagne deed om het begrotingstekort tegen 2013 tot 3,0% van het BBP terug te dringen en om het tegen 2017 weg te werken (uitgaande van rooskleurige groeihypothesen ). Beleggers zullen niet alleen de begroting van 2013 aan een grondig onderzoek onderwerpen, maar ook het daarmee samenhangende driejarenplan voor de begroting dat elke EU-lidstaat aan de andere landen en de Europese Commissie moet voorleggen. De nieuwe governanceregels in de eurozone - het zogenaamde six-pack - heeft de speelruimte van de nationale regeringen op begrotingsvlak al aanzienlijk ingeperkt voor wat het structureel begrotingsevenwicht betreft. Het gevaar schuilt echter altijd in een klein hoekje en het is onwaarschijnlijk dat de markten de nieuwe beleidsploeg het voordeel van de twijfel zullen gunnen. Interessant is ook dat het nieuwe kader voor de coördinatie tussen de EU-lidstaten - het zogenaamde 'Europese semester' - voorziet in 'beleidsrichtsnoeren met inbegrip van mogelijke aanbevelingen'. Deze zullen in de loop van juni door de Europese Commissie worden uitgevaardigd, kort na de vorming van de nieuwe Franse regering.Echte toets komt eind september Naar de mening van Eric Chaney en Manolis Davradakis komt de echte werkelijkheidstoets er bij de voorstelling van de ontwerpbegroting (d.w.z. tegen eind september), ook al kan in de loop van de zomer al wat informatie bekend worden. Indien de markten concluderen dat de Franse begroting zou kunnen afwijken van het Duitse begrotingstraject op de middellange termijn, dan komt de Franse overheidsschuld onder druk te staan, net als de andere niet-Duitse soevereine schulden. Indien Frankrijk op deze manier van het Duitse traject zou afwijken, zou dit de allerbelangrijkste band die de landen van de eurozone samenhoudt, in gevaar brengen en meteen de houdbaarheid van de eenheidsmunt op middellange termijn op de helling plaatsen. In tegenstelling tot wat in 1997 gebeurde, zou de Franse nationale bank dit keer niet in staat zijn om het hoofd te bieden aan de speculatie door de kortetermijnrentevoeten tot een afschrikwekkend niveau op te trekken. De realiteit is zo dat de markten een grotere invloed op het begrotingsbeleid in de eurozone hebben (inclusief in Frankrijk) dan ze vóór de monetaire unie hadden. De Franse overheid zal willens nillens moeten kiezen tussen begrotingsdiscipline opbrengen of de stabiliteit van de monetaire unie een mogelijk fatale slag toebrengen.