Belangrijkste oorzaak van de tegenvaller was de stagnatie in Frankrijk en Italië en de krimp in Nederland (-1,4%) door de gedaalde gasafzet in binnen- en buitenland (vanwege de zachte winter) en het naar voren halen van auto-aankopen door fiscale veranderingen per 1 januari.

Dit kon onvoldoende worden gecompenseerd door de sterke groei in Duitsland (+0,8%). Uit Azië kwamen ook al gemengde signalen die wezen op een (lichte) verdere afzwakking van de Chinese economie en een krachtige onderliggende ontwikkeling in de Japanse economie.