De rentebeslissing van de ECB was zoals verwacht, zodat de beleggers zich volop focussen op de BBP-cijfers in de VS.

Het Amerikaanse ISM-cijfers was volgens professor Stefan Duchateau zo slecht dat de negatieve repercussies even leken door te gaan wegen op de positieve gevolgen van deze indicator.

Met een daling van 50,7 tot 49 gaven de Amerikaanse aankoopdirecteuren de verbazende indicatie dat de industriële sector in de komende zelfs een lichte contractie moet gaan doorworstelen. Vandaar ook initieel een schrikreactie op de aandelenbeurzen.

Dit herstelde echter geleidelijk naarmate de interpretatie over dit verrassende cijfer geleidelijk verschoof: Enerzijds onderbouwt een dergelijk cijfer immers de stelling dat het nog veel te vroeg is om op de monetaire rem te gaan staan, anderzijds lijkt dit cijfer te zijn vertekend door een te negatieve interpretatie van de internationale omgeving.

Alleszins moet men een dergelijk cijfer ook in zijn statistische context zien. Op dergelijke indicatoren zit een foutenmarge van ongeveer 2 punten (tussen 49 en 51 is er m.a.w. geen verschil), zodat ook geen overdreven conclusies moeten worden getrokken.

De rentebeslissing van de ECB was zoals verwacht, zodat de beleggers zich volop focussen op de BBP-cijfers in de VS. Het Amerikaanse ISM-cijfers was volgens professor Stefan Duchateau zo slecht dat de negatieve repercussies even leken door te gaan wegen op de positieve gevolgen van deze indicator. Met een daling van 50,7 tot 49 gaven de Amerikaanse aankoopdirecteuren de verbazende indicatie dat de industriële sector in de komende zelfs een lichte contractie moet gaan doorworstelen. Vandaar ook initieel een schrikreactie op de aandelenbeurzen. Dit herstelde echter geleidelijk naarmate de interpretatie over dit verrassende cijfer geleidelijk verschoof: Enerzijds onderbouwt een dergelijk cijfer immers de stelling dat het nog veel te vroeg is om op de monetaire rem te gaan staan, anderzijds lijkt dit cijfer te zijn vertekend door een te negatieve interpretatie van de internationale omgeving. Alleszins moet men een dergelijk cijfer ook in zijn statistische context zien. Op dergelijke indicatoren zit een foutenmarge van ongeveer 2 punten (tussen 49 en 51 is er m.a.w. geen verschil), zodat ook geen overdreven conclusies moeten worden getrokken.