Alleen kan ze de huidige problemen echter niet oplossen. Ze kan noch het financiële wanbeheer in Griekenland aanpakken, noch de structurele groeiproblemen in Portugal en Italië oplossen, noch de gijzeling van nationale begrotingen door hun bankensector doorbreken.

In die zin hebben de vermelde twee LTROs, die destijds absoluut noodzakelijk waren om op korte termijn een implosie van de EMU te vermijden, op langere termijn het probleem nog erger gemaakt.

De destructieve onderlinge afhankelijkheid van nationale overheden met hun banksector werd door de LTROs, die banken vooral gebruikt hebben om obligaties van hun overheid te kopen, immers fors versterkt.

Constructiefout moet worden weggewerkt

De enige duurzame oplossing voor de EMU-crisis bestaat er bijgevolg in de constructiefout bij de creatie van de EMU in 1999 weg te werken.

Toen werd een monetaire unie gevormd, maar geen werk gemaakt van de begeleidende noodzakelijke economische unie (de "E" van EMU).

De verantwoordelijke politici waren zich destijds van dit probleem bewust, maar gingen er in de Europese traditie vanuit dat het politieke momentum voor een economische unie sterk genoeg zou worden wanneer de gebreken van een geïsoleerde muntunie voldoende zichtbaar worden.

Dit zou wel eens een historische vergissing kunnen blijken. De politieke wil om bijkomende economische soevereiniteit af te staan aan het Europese niveau is immers beperkt.

Noodzaak van economische unie is nu grotendeels consensus

Onder economen is de noodzaak van een economische unie nu grotendeels consensus.

Ook de top van Europese politici is eindelijk tot dit inzicht gekomen. De Europese Raadspresident Van Rompuy stelde samen met ECB-voorzitter Draghi, EU-Commissievoorzitter Barroso en Eurogroepvoorzitter Juncker een rapport op waarin de Europese Raad wordt opgeroepen om een stappenplan naar een volwaardige EMU over tien jaar op te stellen.

De ingrediënten zijn ten eerste een bancaire unie met uniforme regelgeving en centraal toezicht, gemeenschappelijke depositogarantie en noodfondsen, ten tweede een gemeenschappelijk begrotings- en economisch beleid en ten derde een democratisering van het Europese beleidsniveau door gedeeltelijke afstand van nationale soevereiniteit aan "Europa".

Het politieke draagvlak voor dit voorstel lijken op dit ogenblik klein. Dan zou de invoering van de euro in 1999 echter een historische blunder zijn geweest.

Gegeven het feit dat de monetaire unie een realiteit is, is er uiteindelijk geen zinnig alternatief. De enige andere uitkomst zou een wanordelijk einde van de EMU en misschien ook van de EU in zijn huidige vorm zijn.

Alleen kan ze de huidige problemen echter niet oplossen. Ze kan noch het financiële wanbeheer in Griekenland aanpakken, noch de structurele groeiproblemen in Portugal en Italië oplossen, noch de gijzeling van nationale begrotingen door hun bankensector doorbreken. In die zin hebben de vermelde twee LTROs, die destijds absoluut noodzakelijk waren om op korte termijn een implosie van de EMU te vermijden, op langere termijn het probleem nog erger gemaakt. De destructieve onderlinge afhankelijkheid van nationale overheden met hun banksector werd door de LTROs, die banken vooral gebruikt hebben om obligaties van hun overheid te kopen, immers fors versterkt.Constructiefout moet worden weggewerkt De enige duurzame oplossing voor de EMU-crisis bestaat er bijgevolg in de constructiefout bij de creatie van de EMU in 1999 weg te werken. Toen werd een monetaire unie gevormd, maar geen werk gemaakt van de begeleidende noodzakelijke economische unie (de "E" van EMU). De verantwoordelijke politici waren zich destijds van dit probleem bewust, maar gingen er in de Europese traditie vanuit dat het politieke momentum voor een economische unie sterk genoeg zou worden wanneer de gebreken van een geïsoleerde muntunie voldoende zichtbaar worden. Dit zou wel eens een historische vergissing kunnen blijken. De politieke wil om bijkomende economische soevereiniteit af te staan aan het Europese niveau is immers beperkt. Noodzaak van economische unie is nu grotendeels consensus Onder economen is de noodzaak van een economische unie nu grotendeels consensus. Ook de top van Europese politici is eindelijk tot dit inzicht gekomen. De Europese Raadspresident Van Rompuy stelde samen met ECB-voorzitter Draghi, EU-Commissievoorzitter Barroso en Eurogroepvoorzitter Juncker een rapport op waarin de Europese Raad wordt opgeroepen om een stappenplan naar een volwaardige EMU over tien jaar op te stellen. De ingrediënten zijn ten eerste een bancaire unie met uniforme regelgeving en centraal toezicht, gemeenschappelijke depositogarantie en noodfondsen, ten tweede een gemeenschappelijk begrotings- en economisch beleid en ten derde een democratisering van het Europese beleidsniveau door gedeeltelijke afstand van nationale soevereiniteit aan "Europa". Het politieke draagvlak voor dit voorstel lijken op dit ogenblik klein. Dan zou de invoering van de euro in 1999 echter een historische blunder zijn geweest. Gegeven het feit dat de monetaire unie een realiteit is, is er uiteindelijk geen zinnig alternatief. De enige andere uitkomst zou een wanordelijk einde van de EMU en misschien ook van de EU in zijn huidige vorm zijn.