Te drastische besparingen zullen aan de locale economie de zuurstof ontnemen om te recupereren. Op middellange termijn zullen deze besparingen ook de sociale vrede ondermijnen want ze leveren weinig of geen tastbaar resultaat op, hoe nuttig of nodig deze maatregelen ook zijn.

Traditioneel werden dergelijke problemen in het verleden opgevangen met zware devaluaties die het verlies aan productiviteit compenseerden en de competitiviteit tijdelijk herstelden.

De kostprijs hiervan was een hogere rente en hogere inflatie , verminderde interesse van internationale investeerders en lagere liquiditeit van overheidspapier maar men kon wel (enigszins en tijdelijk) de werkgelegenheid op peil houden, zonder al te zware besparingen.

Geen pleidooi voor een devaluatie

In de huidige opstelling lijkt het wel dat voor landen als Spanje alle nadelen behouden blijven van een devaluatie ( hogere rente, gebrek aan vertrouwen van internationale investeerders, slechtere condities voor overheidsschuld ) maar het enige voordeel weg is, met name het tijdelijke herstel van werkgelegenheid.

Vanzelfsprekend is dit geen pleidooi voor een devaluatie via de invoering van een nieuwe munteenheid in Spanje ( of Portugal) maar wel een verwittiging dat de veronderstelling van gelijklopende competitiviteit aan geen enkele realiteitstest voldoet en dringend om een vorm van bijsturing vraagt.

Zoniet implodeert de muntunie onder het gewicht van zijn foute veronderstellingen.

Het argument dat devaluaties slechts een tijdelijk soelaas bieden klinkt wellicht minder overtuigend dan bij het begin van de euroconstructie. Spanningen in de reële effectieve wisselkoersen konden initieel nog gemaskeerd blijven door de groei-impuls die uitging van de bouwsector maar ontladen zich nu - bij gebrek aan flexibiliteit op het vlak van nominale wisselkoersen- in de enige factor die wel nog flexibel is : rentevoeten.

Opletten voor de 'moral hazard'

Het is volgens Duchateau echter te simplistisch om ook deze factor te bevriezen zoals bij veelgehoorde voorstel om Eurobonds uit te geven, waardoor alle overheden die tot de Eurozone behoren een gelijkwaardige waarborg genieten en vandaar een gelijke rentevoet aangerekend krijgen op de financiële markten.

Hierdoor installeert men echter de gevreesde "moral hazard " ...

Een begrip dat verwijst naar veranderingen in het gedrag van partijen indien zij niet zelf een direct risico lopen voor hun daden.

Concreet zou dit betekenen dat Duitsland vreest dat andere landen weinig zin tot besparingen aan de dag gaan leggen , als ze toch weten dat de Eurozone garant staat voor de Overheidsschuld van de individuele lidstaten.

Te drastische besparingen zullen aan de locale economie de zuurstof ontnemen om te recupereren. Op middellange termijn zullen deze besparingen ook de sociale vrede ondermijnen want ze leveren weinig of geen tastbaar resultaat op, hoe nuttig of nodig deze maatregelen ook zijn. Traditioneel werden dergelijke problemen in het verleden opgevangen met zware devaluaties die het verlies aan productiviteit compenseerden en de competitiviteit tijdelijk herstelden. De kostprijs hiervan was een hogere rente en hogere inflatie , verminderde interesse van internationale investeerders en lagere liquiditeit van overheidspapier maar men kon wel (enigszins en tijdelijk) de werkgelegenheid op peil houden, zonder al te zware besparingen. Geen pleidooi voor een devaluatie In de huidige opstelling lijkt het wel dat voor landen als Spanje alle nadelen behouden blijven van een devaluatie ( hogere rente, gebrek aan vertrouwen van internationale investeerders, slechtere condities voor overheidsschuld ) maar het enige voordeel weg is, met name het tijdelijke herstel van werkgelegenheid. Vanzelfsprekend is dit geen pleidooi voor een devaluatie via de invoering van een nieuwe munteenheid in Spanje ( of Portugal) maar wel een verwittiging dat de veronderstelling van gelijklopende competitiviteit aan geen enkele realiteitstest voldoet en dringend om een vorm van bijsturing vraagt. Zoniet implodeert de muntunie onder het gewicht van zijn foute veronderstellingen. Het argument dat devaluaties slechts een tijdelijk soelaas bieden klinkt wellicht minder overtuigend dan bij het begin van de euroconstructie. Spanningen in de reële effectieve wisselkoersen konden initieel nog gemaskeerd blijven door de groei-impuls die uitging van de bouwsector maar ontladen zich nu - bij gebrek aan flexibiliteit op het vlak van nominale wisselkoersen- in de enige factor die wel nog flexibel is : rentevoeten. Opletten voor de 'moral hazard' Het is volgens Duchateau echter te simplistisch om ook deze factor te bevriezen zoals bij veelgehoorde voorstel om Eurobonds uit te geven, waardoor alle overheden die tot de Eurozone behoren een gelijkwaardige waarborg genieten en vandaar een gelijke rentevoet aangerekend krijgen op de financiële markten. Hierdoor installeert men echter de gevreesde "moral hazard " ... Een begrip dat verwijst naar veranderingen in het gedrag van partijen indien zij niet zelf een direct risico lopen voor hun daden. Concreet zou dit betekenen dat Duitsland vreest dat andere landen weinig zin tot besparingen aan de dag gaan leggen , als ze toch weten dat de Eurozone garant staat voor de Overheidsschuld van de individuele lidstaten.