Hier en daar worden grenzen gesloten. Gelukkig nog niet met de 'dodendraad' die destijds dwars door de tuin van het geboortehuis van mijn vader in een grensdorp liep. Wel met zand op de Zwindijk in Knokke-Heist, of containers in Hoogstraten. Het luchtverkeer ligt nagenoeg stil. Telewerk is de norm geworden, ook voor mensen die normaal voor hun beroep de grens oversteken of veel reizen. En dat kan een zware impact hebben.

Daarom heeft de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) op 3 april aanbevelingen uitgevaardigd over hoe landen moeten omgaan met covid-19 in een grensoverschrijdende context. Het zijn richtlijnen over vaste inrichtingen, het wijzigen van de fiscale zetel van onderneming en grensoverschrijdende tewerkstelling. De gevolgen zijn niet min.

Laten we een voorbeeld geven. Een IT-consultant woont in Antwerpen, maar werkt in Breda voor een Nederlandse onderneming. Het inkomen uit zijn Nederlandse activiteiten wordt normaal in Nederland belast. De werknemer moet dat inkomen wel aangeven in België, maar hij betaalt daar alleen de gemeentebelasting op. Het dubbelbelastingverdrag tussen België en Nederland koppelt de belasting aan het land waar de activiteiten fysiek worden uitgeoefend, en dat is normaal Nederland. Maar omdat de consultant nu via telewerk op Belgisch grondgebied werkt, moet de belasting in België worden betaald en niet langer in Nederland. Door de verschillende belastingtarieven kan dat een slok op de borrel schelen, soms in de plus voor de belastingplichtige, maar eerder in de min.

Er zit een schier eindeloze lijst van boeiende discussies en interessante rechtspraak aan te komen.

De Nederlandse werkgever zal nog altijd Nederlandse loonbelasting inhouden, terwijl er belasting verschuldigd is in België. Dat betekent dat de werknemer in 2021 of 2022 een belastingfactuur in België zal ontvangen en een teruggave in Nederland. Het tarief spoort niet en het betalingsmoment zal verschillen. Nogal wat werknemers zullen worden verrast. Covid-19 brengt dus niet enkel voor de ondernemers een cashflowzorg, ook voor de werknemers. Wie over de grens werkt, zal waarschijnlijk ook bijkomende formaliteiten moeten vervullen. De OESO roept de landen op om samen te werken en de administratieve rompslomp voor werkgevers en werkgevers tot een minimum te beperken.

Het is opmerkelijk dat de OESO met geen woord rept over de financiële gevolgen. Misschien wil ze ook niet te veel onheilsboodschappen de wereld insturen, we zijn er misschien nog niet rijp voor. Dat verbaast me niet. De OESO kan zich niet mengen in de fiscale autonomie van een land, want dat kan de doos van Pandora openen. Zo zal grensarbeid voor de Belgische overheid waarschijnlijk vaker een meer- dan een minderopbrengst betekenen. Voor de werknemer en voor Nederland daarentegen wordt het vaker een financieel verlies dan een winst. Ziet u België op verzoek van de OESO die meeropbrengst al spontaan afstaan aan Nederland of zijn onderdanen compenseren? Ik niet.

Wat met het vervangingsinkomen dat de werknemer zou ontvangen? Daarover zeggen de administratieve commentaren al lang dat ze worden belast in het land waar het werk normaal zou zijn uitgeoefend. In ons voorbeeld dus Nederland. Maar stel dat die consultant drie dagen in Nederland werkt en twee dagen in België, en technisch werkloos wordt. Dan wordt de werkloosheidsvergoeding die België betaalt voor 60 procent in Nederland belast en voor 40 procent in België. De bedrijfsvoorheffing van 27 procent die maandelijks op 100 procent wordt ingehouden, zal veel meer zijn dat wat in België op jaarbasis moeten worden betaald op de 40 procent. In Nederland is daar slechts een kleine belasting op verschuldigd.

Dat zijn maar twee problemen. We hebben het nog niet gehad over de buitenlandse kaderleden, de belastbaarheid van pensioenbijdragen, aandelenopties of ontslagvergoedingen. Er zit de volgende tien jaar een schier eindeloze lijst van boeiende discussies en interessante rechtspraak aan te komen.

Hier en daar worden grenzen gesloten. Gelukkig nog niet met de 'dodendraad' die destijds dwars door de tuin van het geboortehuis van mijn vader in een grensdorp liep. Wel met zand op de Zwindijk in Knokke-Heist, of containers in Hoogstraten. Het luchtverkeer ligt nagenoeg stil. Telewerk is de norm geworden, ook voor mensen die normaal voor hun beroep de grens oversteken of veel reizen. En dat kan een zware impact hebben.Daarom heeft de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) op 3 april aanbevelingen uitgevaardigd over hoe landen moeten omgaan met covid-19 in een grensoverschrijdende context. Het zijn richtlijnen over vaste inrichtingen, het wijzigen van de fiscale zetel van onderneming en grensoverschrijdende tewerkstelling. De gevolgen zijn niet min. Laten we een voorbeeld geven. Een IT-consultant woont in Antwerpen, maar werkt in Breda voor een Nederlandse onderneming. Het inkomen uit zijn Nederlandse activiteiten wordt normaal in Nederland belast. De werknemer moet dat inkomen wel aangeven in België, maar hij betaalt daar alleen de gemeentebelasting op. Het dubbelbelastingverdrag tussen België en Nederland koppelt de belasting aan het land waar de activiteiten fysiek worden uitgeoefend, en dat is normaal Nederland. Maar omdat de consultant nu via telewerk op Belgisch grondgebied werkt, moet de belasting in België worden betaald en niet langer in Nederland. Door de verschillende belastingtarieven kan dat een slok op de borrel schelen, soms in de plus voor de belastingplichtige, maar eerder in de min. De Nederlandse werkgever zal nog altijd Nederlandse loonbelasting inhouden, terwijl er belasting verschuldigd is in België. Dat betekent dat de werknemer in 2021 of 2022 een belastingfactuur in België zal ontvangen en een teruggave in Nederland. Het tarief spoort niet en het betalingsmoment zal verschillen. Nogal wat werknemers zullen worden verrast. Covid-19 brengt dus niet enkel voor de ondernemers een cashflowzorg, ook voor de werknemers. Wie over de grens werkt, zal waarschijnlijk ook bijkomende formaliteiten moeten vervullen. De OESO roept de landen op om samen te werken en de administratieve rompslomp voor werkgevers en werkgevers tot een minimum te beperken. Het is opmerkelijk dat de OESO met geen woord rept over de financiële gevolgen. Misschien wil ze ook niet te veel onheilsboodschappen de wereld insturen, we zijn er misschien nog niet rijp voor. Dat verbaast me niet. De OESO kan zich niet mengen in de fiscale autonomie van een land, want dat kan de doos van Pandora openen. Zo zal grensarbeid voor de Belgische overheid waarschijnlijk vaker een meer- dan een minderopbrengst betekenen. Voor de werknemer en voor Nederland daarentegen wordt het vaker een financieel verlies dan een winst. Ziet u België op verzoek van de OESO die meeropbrengst al spontaan afstaan aan Nederland of zijn onderdanen compenseren? Ik niet. Wat met het vervangingsinkomen dat de werknemer zou ontvangen? Daarover zeggen de administratieve commentaren al lang dat ze worden belast in het land waar het werk normaal zou zijn uitgeoefend. In ons voorbeeld dus Nederland. Maar stel dat die consultant drie dagen in Nederland werkt en twee dagen in België, en technisch werkloos wordt. Dan wordt de werkloosheidsvergoeding die België betaalt voor 60 procent in Nederland belast en voor 40 procent in België. De bedrijfsvoorheffing van 27 procent die maandelijks op 100 procent wordt ingehouden, zal veel meer zijn dat wat in België op jaarbasis moeten worden betaald op de 40 procent. In Nederland is daar slechts een kleine belasting op verschuldigd. Dat zijn maar twee problemen. We hebben het nog niet gehad over de buitenlandse kaderleden, de belastbaarheid van pensioenbijdragen, aandelenopties of ontslagvergoedingen. Er zit de volgende tien jaar een schier eindeloze lijst van boeiende discussies en interessante rechtspraak aan te komen.