In december 2008 werd door vier KBC Ancora-aandeelhouders een minderheidsvordering ingeleid tegen de statutair zaakvoerder van KBC Ancora en tegen Cera.

De eisers betwistten de aankoop van 2,3 miljoen KBC Groep-aandelen door KBC Ancora in maart 2007, die plaats vond in het kader van de splitsing van haar aandelen.

Ze betwistten eveneens de aankoop van 3,9 miljoen KBC Groep-aandelen die KBC Ancora medio 2007 verrichtte om samen met Cera de 30%-drempel in KBC Groep te overschrijden in het kader van de Wet van 1 april 2007 op de openbare overnameaanbiedingen, die op 1 september 2007 in werking trad.

Hun verzoek strekte er in hoofdzaak toe om de aangekochte aandelen tegen aanschaffingsprijs te laten overnemen door de verweerders.

Bij vonnis van 24 oktober 2012 heeft de rechtbank van Eerste Aanleg te Leuven de vorderingen van de eisers integraal afgewezen.

Op 13 maart 2013 tekenden eisers hoger beroep aan tegen deze uitspraak.

In december 2008 werd door vier KBC Ancora-aandeelhouders een minderheidsvordering ingeleid tegen de statutair zaakvoerder van KBC Ancora en tegen Cera. De eisers betwistten de aankoop van 2,3 miljoen KBC Groep-aandelen door KBC Ancora in maart 2007, die plaats vond in het kader van de splitsing van haar aandelen. Ze betwistten eveneens de aankoop van 3,9 miljoen KBC Groep-aandelen die KBC Ancora medio 2007 verrichtte om samen met Cera de 30%-drempel in KBC Groep te overschrijden in het kader van de Wet van 1 april 2007 op de openbare overnameaanbiedingen, die op 1 september 2007 in werking trad. Hun verzoek strekte er in hoofdzaak toe om de aangekochte aandelen tegen aanschaffingsprijs te laten overnemen door de verweerders. Bij vonnis van 24 oktober 2012 heeft de rechtbank van Eerste Aanleg te Leuven de vorderingen van de eisers integraal afgewezen. Op 13 maart 2013 tekenden eisers hoger beroep aan tegen deze uitspraak.