Het is jaren geleden dat de inflatie zo hoog opliep als de laatste maanden. Dat heeft een financiële impact op het dagelijks leven van mensen. Producten en diensten worden duurder en in de beleggingsportefeuilles blijkt niet elke activaklasse even inflatiebestendig te zijn. Beleggers die daar geen rekening mee houden, zijn kwetsbaar voor verliezen of dreigen rendement mis te lopen.
...

Het is jaren geleden dat de inflatie zo hoog opliep als de laatste maanden. Dat heeft een financiële impact op het dagelijks leven van mensen. Producten en diensten worden duurder en in de beleggingsportefeuilles blijkt niet elke activaklasse even inflatiebestendig te zijn. Beleggers die daar geen rekening mee houden, zijn kwetsbaar voor verliezen of dreigen rendement mis te lopen. De strategen van de vermogensbeheerder MAN Group hebben op een rijtje gezet hoe de beleggingsactiva zich gedragen in tijden van oplopende inflatie. Ze hebben voor de afgelopen honderd jaar in de Verenigde Staten de periodes bekeken waarin de inflatie hoger dan 5 procent was. Dat waren er acht. Dan hebben ze gekeken naar de prestaties van de activaklassen tijdens die periodes. Op basis daarvan berekenden ze gemiddelde jaarrendementen voor aandelen, obligaties en andere beleggingen, om te weten welk type belegging de beste bescherming biedt tegen hogere prijzen. Grondstoffen blijken daarvoor de activaklasse bij uitstek. Gemiddeld stegen de grondstoffen tijdens inflatieperiodes met 14 procent per jaar. Er zijn belangrijke verschillen, afhankelijk van het type grondstof. Olie, gas en andere energiegerelateerde grondstoffen tekenden jaarwinsten van 41 procent op. Door de energietransitie zal dat rendement de komende decennia waarschijnlijk wel dalen. De prijzen voor landbouwproducten daarentegen gingen gemiddeld met 7 procent per jaar omhoog. Goud en zilver wonnen jaarlijks 13 en 12 procent. Een belangrijke kanttekening bij edelmetalen is dat ze heel volatiel zijn. Daarmee bieden ze enkel bescherming op een heel lange termijn van enkele decennia en over verschillende inflatieperiodes heen. Voor een korte prijsopstoot is goud geen goede indekking tegen inflatie.Dat geldt eveneens voor de bitcoin, menen de MAN-strategen. De cryptomunt kent extreme prijsschommelingen en bestaat nog maar enkele jaren. Daarom kun je nog niets met zekerheid zeggen over hoe de virtuele munt zich gedraagt in tijden van stijgende prijzen, ondanks het feit dat crypto-adepten die naar voren schuiven als de ultieme inflatiebescherming. Andere niet-financiële activa doen het ook heel goed in tijden van oplopende prijzen. Zo is de wijnkelder van mijn broer tijdens de afgelopen prijspieken met 5 procent per jaar in waarde gestegen. Zijn postzegelcollectie had hij beter niet van de hand gedaan, want die zou jaarlijks 9 procent meer waard zijn geworden. Kunst houdt met 7 procent het midden tussen die twee. Vastgoed blijkt dan weer niet zo inflatiebestendig. Residentieel vastgoed kreeg in het verleden een deuk van 2 procent wanneer de inflatie oploopt. Aandelen en obligaties doen het niet goed als er inflatie is. Aandelen verloren gemiddeld 7 procent per jaar en overheidsobligaties 5 procent. Een portefeuille met 60 procent aandelen en 40 procent obligaties, de goudstandaard onder de beleggingsportefeuilles, verloor gemiddeld 6 procent. Obligaties zijn van oudsher heel gevoelig voor inflatie. Als inflatie de kop opsteekt, dalen de obligatiekoersen en stijgt hun rente. Algemeen geldt: hoe langer de looptijd, hoe slechter de rendementen in tijden van inflatie, van -8 procent voor staatspapier op dertig jaar tot -3 procent voor overheidsobligaties op twee jaar. Bedrijfsobligaties verliezen ook 7 procent. Alleen geïndexeerde obligaties leveren tijdens inflatieperiodes 2 procent op, met de kanttekening dat die de laatste jaren zo duur zijn dat ze in periodes zonder inflatie doorgaans heel verlieslatend zijn.Voor aandelen is de link met inflatie ingewikkelder. Een hogere inflatie veroorzaakt economische onzekerheid, wat het voor bedrijven moeilijk maakt om te plannen, te investeren en te groeien. Vaak volgt ook een recessie op een inflatieperiode. Een stijgend prijspeil is dus een voorbode van economische malaise, en aangezien de beurs voorloopt op de economie, zal zich dat in de koersen vertalen. Daarnaast geldt voor aandelen hetzelfde als voor obligaties: hoe verder de winsten in de toekomst liggen, hoe zwaarder de impact van inflatie. Een aandelenportefeuille van jonge groeibedrijven die pas na jaren hun winsten en kasstromen zullen waarmaken, zal tijdens inflatieperiodes een hardere tik krijgen dan een portefeuille met gevestigde waarden die al kasstromen genereren. Zeker als ze prijszettingsmacht hebben en hogere prijzen kunnen doorrekenen aan hun klanten. Er zijn ook belangrijke verschillen tussen aandelensectoren. Alleen energieaandelen tekenen een positief rendement op van 1 procent per jaar. Daarnaast zijn de gezondheidszorg, de chemie en de telecom het minst kwetsbaar, met verliezen van 1 tot 7 procent. De retail, de technologie en de sector van de duurzame consumptiegoederen presteren het slechtst, met verliezen van 8 tot 15 procent per jaar. Ook de beleggingsstrategie speelt een rol in de mate waarin een aandelenportefeuille bestand is tegen inflatie. Momentumbeleggen of aandelen kopen waarvan de koersen al stijgen, scoort het beste met een jaarrendement van 8 procent. Kwaliteitsbeleggers die azen op bedrijven met duurzame winstmarges doen het ook goed, met 3 procent return per jaar. Aandelen van kleine bedrijven, zogenoemde smallcaps, scoren het minst goed met een jaarverlies van 3 procent. De MAN-strategen plaatsen wel kanttekeningen bij hun onderzoek. Ten eerste gaat het om historische gemiddelden. Er zijn heel grote verschillen in de prestaties van de diverse beleggingsactiva in de onderzochte inflatieperiodes. Goud steeg tussen 1977 en 1980 bijvoorbeeld met 154 procent, maar kelderde met 18 procent tussen 1987 en 1990. Ten tweede is de economie danig veranderd, waardoor inflatie niet meer dezelfde drijfveren heeft. Vroeger was ze sterk afhankelijk van fysieke productieprocessen en goederen, waardoor de grondstoffenprijzen de inflatie nog sterker dreven dan nu. Nu zitten we in een diensteneconomie die leunt op immateriële zaken, zoals intellectuele eigendom, merken en technologie. De bollebozen van MAN wijzen er ook op dat alles afhangt van hoe hardnekkig en langdurig de inflatie-opstoot is. Als die gedreven wordt door structurele, duurzame trends die samenhangen met de demografie, de economische groei en de arbeidsmarkt, zal dat effecten hebben op de prestaties van beleggingen.Net daar ligt de moeilijkheid van de huidige inflatieperiode. Volgens sommigen is die vooral te wijten aan tijdelijke factoren, zoals problemen in de aanvoerketens en een tekort aan basismaterialen en grondstoffen. Anderen zien voldoende structurele factoren die de huidige inflatie hoger zullen stuwen en langer laten duren, zoals de aangroei van de geldhoeveelheid, de energietransitie, de bijbehorende overheidsinvesteringen en de krapte op de arbeidsmarkt. De huidige inflatiedynamiek en inflatieverwachtingen verschillen ook sterk tussen regio's. In Europa en Japan is de inflatieopstoot milder dan in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. Gezien de dominantie van de Amerikaanse en de Britse beurzen, zijn de inflatieontwikkelingen daar wel relevanter voor investeerders wereldwijd. De MAN-strategen drukken beleggers daarom op het hart internationaal te diversifiëren. Het verleden bewijst het nut daarvan. Wanneer de inflatie in de Verenigde Staten opliep, waren Amerikaanse aandelen met een verlies van 7 procent geen goede indekking, maar ze waren dat wel voor Britten in tijden van hogere inflatie in het Verenigd Koninkrijk.