Een essentiële regel voor beleggers is dat ze hun investeringen spreiden over verschillende activaklassen. Een solide en welvaartvaste activaklasse zijn werken van topkunstenaars, zoals Van Gogh, Monet, Gauguin, Rembrandt, Vermeer en vele anderen. De prijzen daarvan pieken, onder meer door de grote vraag uit de BRIC-landen. Zo werd onlangs een schilderij van de Franse postimpressionist Paul Cézanne verkocht voor een duizelingwekkend bedrag van 250 miljoen dollar. Maar zo'n recordprijzen zijn natuurlijk uitzonderlijk.

Kunst is dus een goede belegging, maar jammer genoeg geen spek voor de bek van de gewone belegger. Om een kunstwerk te kopen, moet hij beslagen op het ijs komen. Is het authentiek? Is het echt een gewild en waardevast topstuk? In de kunstwereld is het bijzonder moeilijk een onderscheid te maken tussen feiten en fictie, of tussen waardevol en waardeloos. Ook transactiekosten en commissies tieren welig. En wie kan een echt topwerk betalen?

Er zijn wel enkele fondsen op de markt die focussen op kunst. Maar die blinken niet altijd uit in transparantie. Een fonds is een goed alternatief, maar oplettendheid en een langetermijnvisie zijn geboden. De fiscaliteit van zo'n fonds verschilt overigens niet van die van een normale bevak.

Beursgenoteerde kunstwerken bestaan helaas niet. Dat zou betekenen dat een kunstwerk - zoals De schreeuw van Edvard Munch - naar de beurs wordt gebracht. Het wordt dan vertaald in een aantal certificaten die worden geplaatst tegen een bepaalde prijs. Daarna is het aan de beurs om de waarde van die certificaten te bepalen volgens de wet van vraag en aanbod.

Dat is nog nergens op een betrouwbare manier gelukt. Maar Luxemburg steekt nu de neus aan het venster met het initiatief SplitArt. De opzet is om een beurs op te richten waar certificaten van kunstwerken op een liquide manier worden verhandeld. Voor de belegger die gelooft in bepaalde kunstenaar kan dat interessant zijn. Het kunstwerk wordt toegankelijk en het is liquide, of het zou dat moeten zijn. Verder is er een uitgebreide controle.

Ook vanuit fiscaal oogpunt bekeken is het initiatief interessant. De meerwaarde op het certificaat zou volledig belastingvrij zijn voor de Belgische belegger. Of die meerwaarde er zal zijn, valt niet te voorspellen. Feit is wel dat steeds meer mensen hun portefeuille willen diversifiëren. Door de drempel voor die activaklasse te verlagen, verhoogt het aantal potentiële kopers en daardoor misschien ook de vraag. Een stijgende vraag heeft doorgaans een positieve impact op de prijs.

Maar geloof nooit een advocaat als het over beleggen gaat. Ook dat is een beurswijsheid.

Anton van Zantbeek, advocaat Rivus

Een essentiële regel voor beleggers is dat ze hun investeringen spreiden over verschillende activaklassen. Een solide en welvaartvaste activaklasse zijn werken van topkunstenaars, zoals Van Gogh, Monet, Gauguin, Rembrandt, Vermeer en vele anderen. De prijzen daarvan pieken, onder meer door de grote vraag uit de BRIC-landen. Zo werd onlangs een schilderij van de Franse postimpressionist Paul Cézanne verkocht voor een duizelingwekkend bedrag van 250 miljoen dollar. Maar zo'n recordprijzen zijn natuurlijk uitzonderlijk.Kunst is dus een goede belegging, maar jammer genoeg geen spek voor de bek van de gewone belegger. Om een kunstwerk te kopen, moet hij beslagen op het ijs komen. Is het authentiek? Is het echt een gewild en waardevast topstuk? In de kunstwereld is het bijzonder moeilijk een onderscheid te maken tussen feiten en fictie, of tussen waardevol en waardeloos. Ook transactiekosten en commissies tieren welig. En wie kan een echt topwerk betalen?Er zijn wel enkele fondsen op de markt die focussen op kunst. Maar die blinken niet altijd uit in transparantie. Een fonds is een goed alternatief, maar oplettendheid en een langetermijnvisie zijn geboden. De fiscaliteit van zo'n fonds verschilt overigens niet van die van een normale bevak.Beursgenoteerde kunstwerken bestaan helaas niet. Dat zou betekenen dat een kunstwerk - zoals De schreeuw van Edvard Munch - naar de beurs wordt gebracht. Het wordt dan vertaald in een aantal certificaten die worden geplaatst tegen een bepaalde prijs. Daarna is het aan de beurs om de waarde van die certificaten te bepalen volgens de wet van vraag en aanbod. Dat is nog nergens op een betrouwbare manier gelukt. Maar Luxemburg steekt nu de neus aan het venster met het initiatief SplitArt. De opzet is om een beurs op te richten waar certificaten van kunstwerken op een liquide manier worden verhandeld. Voor de belegger die gelooft in bepaalde kunstenaar kan dat interessant zijn. Het kunstwerk wordt toegankelijk en het is liquide, of het zou dat moeten zijn. Verder is er een uitgebreide controle.Ook vanuit fiscaal oogpunt bekeken is het initiatief interessant. De meerwaarde op het certificaat zou volledig belastingvrij zijn voor de Belgische belegger. Of die meerwaarde er zal zijn, valt niet te voorspellen. Feit is wel dat steeds meer mensen hun portefeuille willen diversifiëren. Door de drempel voor die activaklasse te verlagen, verhoogt het aantal potentiële kopers en daardoor misschien ook de vraag. Een stijgende vraag heeft doorgaans een positieve impact op de prijs. Maar geloof nooit een advocaat als het over beleggen gaat. Ook dat is een beurswijsheid.Anton van Zantbeek, advocaat Rivus