Vaste rente

De rente wordt vastgesteld bij de start van de lening en verandert niet meer, ongeacht de evolutie van de langetermijnrente.

In ruil voor die zekerheid, rekent de bank een renterisicovergoeding aan. Wanneer de instelling grote rentestijgingen verwacht, zal de vergoeding hoog liggen en omgekeerd. Daarom is een formule met een vaste rente duurder dan een lening met een variabele rente. Maar je hebt wel de absolute zekerheid dat de rente niet stijgt als de marktrente dat wel doet.

Variabele rente

In de formule met een variabele rente vergoed je de bank als een kortetermijnbelegger. Doordat de bank haar rente kan aanpassen, zal zij geen extra vergoeding vragen bovenop de beoogde winst.

De instelling kan wel een vergoeding vragen voor een variabele rente die jaarlijks wordt herberekend, omdat de bank hier een risico neemt.

Variabele renteformules zijn gebonden aan een maximumstijging. Bij een kredietformule van bijvoorbeeld 1/1 +2,4/-2,4 ( formule met een vaste rentevoet in het eerste jaar ) is de stijging of daling beperkt tot 2,39 procentpunt. De wet schrijft bovendien voor dat dat in het tweede jaar de maximumstijging 1 procentpunt mag bedragen, en in het tweede jaar 2 procentpunt.

Zo'n formule speelt in je voordeel zodra de rente daalt tot onder haar startniveau. Maar als ze hoger ligt dan bij het begin van de lening, zal je maandelijkse last toenemen.

Hoe weet je welke formule de beste is?

Allereerst moet je voor jezelf uitmaken of je een renterisico wilt nemen. Vraag informatie over de invloed van het risico op de totale prijs van de hypotheek.

Je kunt aan een adviseur vragen om statistische gegevens over de rente in een historisch perspectief te plaatsen. Dan kun je beslissen of het of het aangewezen is een vaste of een variabele rente te nemen. Het verleden is geen garantie voor de toekomst, maar kan wel een leidraad zijn.

Daarnaast kan je berekenen hoeveel de maandelijkse aflossing zal bedragen in het slechtste geval.

De rente wordt vastgesteld bij de start van de lening en verandert niet meer, ongeacht de evolutie van de langetermijnrente. In ruil voor die zekerheid, rekent de bank een renterisicovergoeding aan. Wanneer de instelling grote rentestijgingen verwacht, zal de vergoeding hoog liggen en omgekeerd. Daarom is een formule met een vaste rente duurder dan een lening met een variabele rente. Maar je hebt wel de absolute zekerheid dat de rente niet stijgt als de marktrente dat wel doet. In de formule met een variabele rente vergoed je de bank als een kortetermijnbelegger. Doordat de bank haar rente kan aanpassen, zal zij geen extra vergoeding vragen bovenop de beoogde winst. De instelling kan wel een vergoeding vragen voor een variabele rente die jaarlijks wordt herberekend, omdat de bank hier een risico neemt. Variabele renteformules zijn gebonden aan een maximumstijging. Bij een kredietformule van bijvoorbeeld 1/1 +2,4/-2,4 ( formule met een vaste rentevoet in het eerste jaar ) is de stijging of daling beperkt tot 2,39 procentpunt. De wet schrijft bovendien voor dat dat in het tweede jaar de maximumstijging 1 procentpunt mag bedragen, en in het tweede jaar 2 procentpunt. Zo'n formule speelt in je voordeel zodra de rente daalt tot onder haar startniveau. Maar als ze hoger ligt dan bij het begin van de lening, zal je maandelijkse last toenemen. Hoe weet je welke formule de beste is? Allereerst moet je voor jezelf uitmaken of je een renterisico wilt nemen. Vraag informatie over de invloed van het risico op de totale prijs van de hypotheek. Je kunt aan een adviseur vragen om statistische gegevens over de rente in een historisch perspectief te plaatsen. Dan kun je beslissen of het of het aangewezen is een vaste of een variabele rente te nemen. Het verleden is geen garantie voor de toekomst, maar kan wel een leidraad zijn. Daarnaast kan je berekenen hoeveel de maandelijkse aflossing zal bedragen in het slechtste geval.