Onlangs verscheen in de pers het bericht dat zeven op de tien Belgen geen enkel risico willen nemen met hun beleggingen. Dat bleek uit een enquête van de Nationale Bank van België die midden 2010 werd afgenomen. Aangezien er sindsdien heel wat is gebeurd op de financiële markten, zal dat aantal wellicht nog zijn gestegen. Hoe je vandaag geen enkel risico kunt lopen met je spaargeld, is me een raadsel, maar de vaststelling staat als een huis. Spaarders mijden aandelen en aandelenfondsen ten voordele van allerhande rekeningen. Er wordt ook gretig vastgoed gekocht. De risicoaversie is volgens het onderzoek gerelateerd aan het opleidingsniveau, en of iemand getrouwd is, een huis bezit en beroepsactief is. Laaggeschoolden, huurders, alleenstaanden, jongeren en gepensioneerden keren de beurs nog meer de rug toe dan anderen.

Uit dat soort informatie zijn ook fiscale lessen te trekken, aangezien eruit blijkt wie als een goed huisvader belegt. Dat begrip is fiscaal bijzonder interessant. De beleggingsopbrengsten van een spaarder die zich als een goed huisvader gedraagt, worden niet beschouwd als belastbare baten. Intresten blijven intresten, dividenden blijven dividenden en de belastingvrije meerwaarde op aandelen blijft belastingvrij. Belegt men speculatief, dan verandert het fiscale kostenplaatje spectaculair. Het tarief bedraagt dan 33 procent (divers inkomen, plus de gemeentebelasting). Maakt de belegger het nog bonter, dan kan het tarief oplopen tot 50 procent (beroepsinkomen, plus de gemeentebelasting).

Voorlopig staat niemand daarbij stil. Dat is logisch, want tot voor enkele maanden wist de fiscus niets over de Belgen en hun privévermogen. Het gevolg is dat een bepaalde groep beleggers vlot is gaan shorten, daytraden of beleggen met geleend geld. Dat gebeurde buiten het zicht van de fiscus, die ervan uitging dat die beleggers handelden binnen de grenzen van wat een goed huisvader mag doen. Hun meerwaarde bleef onbelast, en van de ontvangen interesten en dividenden werd de bevrijdende roerende voorheffing afgehouden.

Maar de roerende voorheffing is niet langer bevrijdend. Bovendien worden de roerende inkomsten van de Belgen gemeld bij het centrale meldpunt van de fiscus. Die krijgt daardoor de mogelijkheid om de speculanten uit de groep beleggers te vissen. Belegt een belastingplichtige in de ogen van zijn controleur iets te enthousiast, dan bedraagt het fiscale tarief 33 procent.

Aangezien het begrip 'goed huisvader' subjectief is, heeft de fiscus vrij spel. Zo ontstaat een nieuwe bron van onzekerheid voor de beleggers. Naast de strengere antimisbruikbepaling heeft de fiscus er weer een vrijbrief bij om spaarders willekeurig in het vizier te nemen en te verontrusten. Het is tijd dat iemand opstaat om de belegger de juridisch-fiscale gemoedsrust te geven waar hij behoefte aan heeft. Wie het schoentje past, trekke het aan. Volg de discussie mee op Twitter @Anton_Rivus.

Anton van Zantbeek

Advocaat Rivus

Onlangs verscheen in de pers het bericht dat zeven op de tien Belgen geen enkel risico willen nemen met hun beleggingen. Dat bleek uit een enquête van de Nationale Bank van België die midden 2010 werd afgenomen. Aangezien er sindsdien heel wat is gebeurd op de financiële markten, zal dat aantal wellicht nog zijn gestegen. Hoe je vandaag geen enkel risico kunt lopen met je spaargeld, is me een raadsel, maar de vaststelling staat als een huis. Spaarders mijden aandelen en aandelenfondsen ten voordele van allerhande rekeningen. Er wordt ook gretig vastgoed gekocht. De risicoaversie is volgens het onderzoek gerelateerd aan het opleidingsniveau, en of iemand getrouwd is, een huis bezit en beroepsactief is. Laaggeschoolden, huurders, alleenstaanden, jongeren en gepensioneerden keren de beurs nog meer de rug toe dan anderen.Uit dat soort informatie zijn ook fiscale lessen te trekken, aangezien eruit blijkt wie als een goed huisvader belegt. Dat begrip is fiscaal bijzonder interessant. De beleggingsopbrengsten van een spaarder die zich als een goed huisvader gedraagt, worden niet beschouwd als belastbare baten. Intresten blijven intresten, dividenden blijven dividenden en de belastingvrije meerwaarde op aandelen blijft belastingvrij. Belegt men speculatief, dan verandert het fiscale kostenplaatje spectaculair. Het tarief bedraagt dan 33 procent (divers inkomen, plus de gemeentebelasting). Maakt de belegger het nog bonter, dan kan het tarief oplopen tot 50 procent (beroepsinkomen, plus de gemeentebelasting). Voorlopig staat niemand daarbij stil. Dat is logisch, want tot voor enkele maanden wist de fiscus niets over de Belgen en hun privévermogen. Het gevolg is dat een bepaalde groep beleggers vlot is gaan shorten, daytraden of beleggen met geleend geld. Dat gebeurde buiten het zicht van de fiscus, die ervan uitging dat die beleggers handelden binnen de grenzen van wat een goed huisvader mag doen. Hun meerwaarde bleef onbelast, en van de ontvangen interesten en dividenden werd de bevrijdende roerende voorheffing afgehouden.Maar de roerende voorheffing is niet langer bevrijdend. Bovendien worden de roerende inkomsten van de Belgen gemeld bij het centrale meldpunt van de fiscus. Die krijgt daardoor de mogelijkheid om de speculanten uit de groep beleggers te vissen. Belegt een belastingplichtige in de ogen van zijn controleur iets te enthousiast, dan bedraagt het fiscale tarief 33 procent.Aangezien het begrip 'goed huisvader' subjectief is, heeft de fiscus vrij spel. Zo ontstaat een nieuwe bron van onzekerheid voor de beleggers. Naast de strengere antimisbruikbepaling heeft de fiscus er weer een vrijbrief bij om spaarders willekeurig in het vizier te nemen en te verontrusten. Het is tijd dat iemand opstaat om de belegger de juridisch-fiscale gemoedsrust te geven waar hij behoefte aan heeft. Wie het schoentje past, trekke het aan. Volg de discussie mee op Twitter @Anton_Rivus.Anton van ZantbeekAdvocaat Rivus