Met de komst van Donald Trump in het Witte Huis ligt de focus weer helemaal op maatregelen om de Amerikaanse economie te stimuleren. En daar zijn alle middelen goed voor, inclusief protectionisme, de eis om fabrieken terug te brengen naar de Verenigde Staten en het opleggen van importheffingen op producten uit lagelonenlanden. De keerzijde is dat de producten die in Verenigde Staten worden geproduceerd, duurder worden, want ze kunnen er niet zo goedkoop worden gemaakt als in Mexico of China. De belaste goederen uit het buitenland worden in de Verenigde Staten uiteraard ook duurder. De kans op kerninflatie neemt dus toe, eerst en vooral in de Verenigde Staten. Dat betekent ook dat de korte- en langetermijnrente verder kunnen stijgen.

Dat brengt weer een andere zorg naar boven: hogere rentelasten op schulden. Door de extreme rentedaling - een gevolg van het ultrasoepele monetaire beleid - was er de voorbije jaren nauwelijks nog aandacht voor, maar de wereldwijde schuldenlast van de overheden, de particulieren en de bedrijven (exclusief de financiële sector) is sinds de bankencrisis van 2008 en 2009 toegenomen tot 225 procent van het wereldwijde bruto binnenlands product. Dat is een historisch record. In 2009 lag die ratio nog op 195 procent. Al is die klim van de jongste jaren in de eerste plaats te wijten aan China, en veel minder aan de Verenigde Staten en Europa.

Het beleid van Donald Trump moet voor extra economische groei zorgen, en dat is goed voor met schulden beladen overheden, maar van de baten moeten wel de gestegen rentelasten worden afgetrokken. Het is zaak de kwaliteit en de verhandelbaarheid van obligaties weer meer in de gaten te houden en minderwaardige debiteuren absoluut links te laten liggen.

Kritische evaluatie

Door de jaarlijkse aanpassing van de Bel-20-index moet het duo Ahold Delhaize en Elia deze keer plaats ruimen voor Aperam en Sofina. We kunnen niet zeggen dat we gecharmeerd zijn door die aanpassing. Vooral de wissel van Ahold Delhaize voor Aperam is ongelukkig, en enkel het gevolg van het procentuele aandeel van België in het geheel van de groep.

Maar Ahold Delhaize is belangrijker voor de Belgische economie, veel groter, liquider en vooral populairder dan Aperam, dat alleen om opportunistische redenen een notering in Brussel heeft genomen om in de bekendste graadmeter van de Brusselse beurs te geraken. Die verschuiving komt de populariteit van de index niet ten goede. Dat mag niet te vaak meer gebeuren, of de interesse voor de Bel-20 ebt helemaal weg.

De regels die de samenstelling bepalen, zijn naar onze mening aan een kritische evaluatie toe, want ze verhinderen ook dat de weinige groeiwaarden die we hebben - zoals Melexis en Kinepolis, om maar die twee te noemen - nog altijd niet in de index zijn geraakt. Dat is erg jammer, als het de bedoeling is de Bel-20 wat meer een groeiprofiel te geven.