In april vertraagde de industriële output in het land tot 9,30%, ten opzichte van 11,90% in april. Op dat moment schreeuwde iedereen moord en brand.

Er werd hardop gesproken over een harde landing van de Chinese economie die onmogelijk nog te vermijden zou zijn. In november is de industriële output opnieuw gestegen tot 10,10% en plots is alles weer koek en ei. Het scenario van een harde landing is met andere woorden van de tafel geveegd.

Volgend jaar zou de Chinese economie weer volop de wind in de zeilen voelen blazen, er wordt nu gerekend op een groei van het BBP met 8% waar dat voordien maar 7,70% was. Maar het tij kan snel keren, zo weten we inmiddels.

Wanneer de export zou tegenvallen, kan een groei van het BBP met 8% sterk overdreven zijn. Het is met andere woorden veel te vroeg om al te stellen dat de Chinese economie er bovenop is.