De rentebeslissing van de ECB van vorige week mocht volgens Theodoor Gilissen Bankiers eigenlijk geen verrassing zijn, aangezien president Trichet tijdens de laatste twee voorafgaande bijeenkomsten impliciet al had aangegeven het officiële rentetarief met 50 basispunten tot 1,5% te verlagen.

Het depositotarief, de rente die banken krijgen als zij geld bij de ECB uitzetten, komt nu op 0,5% uit. Maar rentedalingen alleen volstaan niet, ook het monetair beleid moet worden aangepast. De politieke belemmeringen voor een alternatief monetair beleid zijn groot, maar niet onoverkoombaar. De prognoses voor 2009 zullen verlaagd worden en uitgaan van een krimp van minstens 2% voor de economie.

Ook de Bank of England nam een rentebesluit en verlaagde zoals verwacht de rente eveneens met 50 basispunten tot 0,5%. De recessie in zowel continentaal Europa als het Verenigd Koninkrijk verdiept zich snel. Beide centrale banken zijn politiek onafhankelijk.

Maar BoE heeft met slechts één schatkistbewaarder te maken, terwijl de ECB rekening moet houden met 16 afzonderlijke fiscale begrotingen en verantwoordelijkheden.

Hierdoor is "quantitative easing" voor de ECB lastiger dan in het VK, zo stelt Theodoor Gilissen Bankiers vast. Quantitative easing (QE) is monetaire verruiming door het opkopen van financiële instrumenten en wijkt af van de meer gebruikelijke beleidsmogelijkheden als renteverlaging en ruimere reservevereisten.

Doel van QE is vooral om de kredietverlening op gang te brengen en de kapitaalmarktrentes te laten dalen. Omdat de ECB een onafhankelijk instituut is, kan het niet direct staatsleningen bij één land kopen.

Probleem is volgens Theodoor Gilissen Bankiers bovendien dat de verschillen tussen de landen zijn toegenomen door onder andere de mate van schuldposities, afhankelijkheid van de financiële sector en belangen in Oost-Europa.

Om bijvoorbeeld Duitsland obligaties te laten uitgeven ter financiering van tekorten in andere landen is niet voor de hand liggend. Duitsland en de EU zouden dan meegetrokken worden door de hoge risico's van andere landen en dit zou volgens het EU-verdrag moeten worden voorkomen.

Logischer zou het volgens Theodoor Gilissen Bankiers zijn om het IMF hiervoor in te schakelen met de gebruikelijke kredietvoorwaarden.

De ECB zou daarentegen wel meer en wat risicovollere bedrijfsleningen direct op kunnen kopen, in plaats van alleen als onderpand te accepteren, zodat de kredietverlening voorlopig onafhankelijker van de bankensector wordt.

Wel is de omvang van deze markt nog beperkt en zijn de grotere concerns oververtegenwoordigd. De beperkte mogelijkheden tot QE samen met de waarde die de EU aan de begrotingsdiscipline hecht, leiden er volgens Theodoor Gilissen Bankiers toe dat Europa achterblijft in de stimulering van groei, de kredietverlening en de voorkoming van deflatie.

De rentebeslissing van de ECB van vorige week mocht volgens Theodoor Gilissen Bankiers eigenlijk geen verrassing zijn, aangezien president Trichet tijdens de laatste twee voorafgaande bijeenkomsten impliciet al had aangegeven het officiële rentetarief met 50 basispunten tot 1,5% te verlagen. Het depositotarief, de rente die banken krijgen als zij geld bij de ECB uitzetten, komt nu op 0,5% uit. Maar rentedalingen alleen volstaan niet, ook het monetair beleid moet worden aangepast. De politieke belemmeringen voor een alternatief monetair beleid zijn groot, maar niet onoverkoombaar. De prognoses voor 2009 zullen verlaagd worden en uitgaan van een krimp van minstens 2% voor de economie.Ook de Bank of England nam een rentebesluit en verlaagde zoals verwacht de rente eveneens met 50 basispunten tot 0,5%. De recessie in zowel continentaal Europa als het Verenigd Koninkrijk verdiept zich snel. Beide centrale banken zijn politiek onafhankelijk. Maar BoE heeft met slechts één schatkistbewaarder te maken, terwijl de ECB rekening moet houden met 16 afzonderlijke fiscale begrotingen en verantwoordelijkheden. Hierdoor is "quantitative easing" voor de ECB lastiger dan in het VK, zo stelt Theodoor Gilissen Bankiers vast. Quantitative easing (QE) is monetaire verruiming door het opkopen van financiële instrumenten en wijkt af van de meer gebruikelijke beleidsmogelijkheden als renteverlaging en ruimere reservevereisten. Doel van QE is vooral om de kredietverlening op gang te brengen en de kapitaalmarktrentes te laten dalen. Omdat de ECB een onafhankelijk instituut is, kan het niet direct staatsleningen bij één land kopen. Probleem is volgens Theodoor Gilissen Bankiers bovendien dat de verschillen tussen de landen zijn toegenomen door onder andere de mate van schuldposities, afhankelijkheid van de financiële sector en belangen in Oost-Europa. Om bijvoorbeeld Duitsland obligaties te laten uitgeven ter financiering van tekorten in andere landen is niet voor de hand liggend. Duitsland en de EU zouden dan meegetrokken worden door de hoge risico's van andere landen en dit zou volgens het EU-verdrag moeten worden voorkomen. Logischer zou het volgens Theodoor Gilissen Bankiers zijn om het IMF hiervoor in te schakelen met de gebruikelijke kredietvoorwaarden. De ECB zou daarentegen wel meer en wat risicovollere bedrijfsleningen direct op kunnen kopen, in plaats van alleen als onderpand te accepteren, zodat de kredietverlening voorlopig onafhankelijker van de bankensector wordt. Wel is de omvang van deze markt nog beperkt en zijn de grotere concerns oververtegenwoordigd. De beperkte mogelijkheden tot QE samen met de waarde die de EU aan de begrotingsdiscipline hecht, leiden er volgens Theodoor Gilissen Bankiers toe dat Europa achterblijft in de stimulering van groei, de kredietverlening en de voorkoming van deflatie.