Al geruime tijd injecteert de centrale bank de bankensector met liquiditeiten, maar het geld wordt niet doorgesluisd naar bedrijven en consumenten.

Afgemeten aan de ontwikkeling van de brede maatstaf M3 ligt de geldgroei ruim boven de referentiewaarde van 4,5%.

In februari bedroeg de geldgroei 5,9%. De trend is echter sterk dalend. In januari bedroeg de geldgroei 6,0%, in december 7,6% en medio 2007 - toen de kredietcrisis uitbrak - nog ruim 12%.

Een gunstige ontwikkeling lijkt volgens Theodoor Gilissen Bankiers dan de weer aantrekkende groei van M1, de hoeveelheid munten en bankbiljetten en het geld op girale betaalrekeningen.

Deze stijging hangt echter vooral samen met een verschuiving van kortlopende deposito's (dat niet onder M1 maar wel onder M2 valt) naar direct opneembare tegoeden doordat de rente op termijndeposito's is gedaald.

Particulieren reageren op de recessie door meer te sparen en minder te lenen. Ondernemers lenen nog wel, maar de groei zwakt af en de totale omvang van verleend krediet vertoont sinds kort een daling.

De druk op de ECB om nieuwe maatregelen te nemen om de kredietverlening op gang te krijgen neemt volgens Theodoor Gilissen Bankiers dan ook toe.

Voor de hand ligt dat de ECB op 2 april in ieder geval de toonaangevende herfinancieringrente met een half procent verlaagt.

Dat de ECB daarnaast ook zal aangeven de Fed en de Bank of England te volgen met het aankopen van staatsobligaties blijft onwaarschijnlijk .

Daarvoor zijn de politieke complicaties te groot. Achter de schermen wordt echter druk nagedacht over het kopen van bedrijfsleningen.

De stokkende kredietverlening en de verzwakkende economie geven volgens Theodoor Gilissen Bankiers voldoende aanleiding voor de ECB om een nieuwe stap te zetten.

Al geruime tijd injecteert de centrale bank de bankensector met liquiditeiten, maar het geld wordt niet doorgesluisd naar bedrijven en consumenten. Afgemeten aan de ontwikkeling van de brede maatstaf M3 ligt de geldgroei ruim boven de referentiewaarde van 4,5%. In februari bedroeg de geldgroei 5,9%. De trend is echter sterk dalend. In januari bedroeg de geldgroei 6,0%, in december 7,6% en medio 2007 - toen de kredietcrisis uitbrak - nog ruim 12%.Een gunstige ontwikkeling lijkt volgens Theodoor Gilissen Bankiers dan de weer aantrekkende groei van M1, de hoeveelheid munten en bankbiljetten en het geld op girale betaalrekeningen.Deze stijging hangt echter vooral samen met een verschuiving van kortlopende deposito's (dat niet onder M1 maar wel onder M2 valt) naar direct opneembare tegoeden doordat de rente op termijndeposito's is gedaald.Particulieren reageren op de recessie door meer te sparen en minder te lenen. Ondernemers lenen nog wel, maar de groei zwakt af en de totale omvang van verleend krediet vertoont sinds kort een daling. De druk op de ECB om nieuwe maatregelen te nemen om de kredietverlening op gang te krijgen neemt volgens Theodoor Gilissen Bankiers dan ook toe.Voor de hand ligt dat de ECB op 2 april in ieder geval de toonaangevende herfinancieringrente met een half procent verlaagt. Dat de ECB daarnaast ook zal aangeven de Fed en de Bank of England te volgen met het aankopen van staatsobligaties blijft onwaarschijnlijk . Daarvoor zijn de politieke complicaties te groot. Achter de schermen wordt echter druk nagedacht over het kopen van bedrijfsleningen.De stokkende kredietverlening en de verzwakkende economie geven volgens Theodoor Gilissen Bankiers voldoende aanleiding voor de ECB om een nieuwe stap te zetten.