Het is moeilijk nog een bank of een vermogensbeheerder te vinden die niet claimt duurzaam te beleggen. Alleen is vaak onduidelijk wat onder duurzaamheid precies wordt verstaan. "Dat kan gaan van lichtgroen tot donkergroen, en vele schakeringen daartussenin", zegt Sebastien Mortier, expert bij FairFin, dat zich inzet voor een eerlijk financieel systeem. "Sommige fondsen beleggen alleen niet in clusterbommen en antipersoonsmijnen. Maar die investeringen zijn wettelijk verboden. Dat heeft dus niets met duurzaamheid te maken."
...

Het is moeilijk nog een bank of een vermogensbeheerder te vinden die niet claimt duurzaam te beleggen. Alleen is vaak onduidelijk wat onder duurzaamheid precies wordt verstaan. "Dat kan gaan van lichtgroen tot donkergroen, en vele schakeringen daartussenin", zegt Sebastien Mortier, expert bij FairFin, dat zich inzet voor een eerlijk financieel systeem. "Sommige fondsen beleggen alleen niet in clusterbommen en antipersoonsmijnen. Maar die investeringen zijn wettelijk verboden. Dat heeft dus niets met duurzaamheid te maken."In de wereld van het duurzame beleggen lijkt de wetteloosheid van het Wilde Westen te heersen. Al houdt de financiële toezichthouder een oogje in het zeil door zijn controle op reclame voor financiële producten. "Ons uitgangspunt is dat een advertentie waarheidsgetrouw en eerlijk moet zijn", klinkt het bij de FSMA. "Als publiciteit daar niet aan voldoet, houden wij die tegen. Daarom hechten wij er zo veel belang aan alle advertenties voor fondsen op voorhand goed te keuren. Dat vermijdt dat er achteraf problemen en klachten komen." Om de wildgroei aan definities en methodes tegen te gaan, werkt Europa aan een wettelijk kader, de Sustainable Investment Agenda. Zoals gebruikelijk in Europa is dat een uitgebreid proces dat nog jaren zal duren. Er zijn wel al een reeks transparantieverplichtingen voor bedrijven en fondsen, en voorschriften over hoe ze moeten rapporteren over duurzaamheid. Het belangrijkste werk dat nog op de plank ligt, is een taxonomie van wat groene economische activiteiten precies zijn. Die gegevens zullen bijvoorbeeld dienen om groene obligaties uit te geven, waarmee enkel die activiteiten gefinancierd kunnen worden. In afwachting van de Europese spelregels duiken in de financiële sector steeds meer duurzaamheidslabels op, aanduidingen zoals u die ook terugvindt op uw boiler of koelkast (zie kader Duurzaamheidslabels in de financiële industrie). De FSMA waarschuwt dat die labels privé-initiatieven zijn of door de financiële sector zelf zijn opgezet. De financiële waakhond houdt dus geen toezicht op de voorwaarden en controleert niet of producten met het label aan die voorwaarden voldoen (zie kader Tips van de waakhond onderaan dit artikel).Het belangrijkste initiatief in ons land is Towards Sustainability, een label dat is opgezet door de bankenfederatie Febelfin. "Wij zeggen niet wat het meest duurzame product is, maar we leggen een lat. Daar moet een product over raken om het label te krijgen", verklaart Tom Van den Berghe, duurzaamheidsexpert bij de bankenkoepel. "Het label garandeert een belegger dat een beleggingsproduct duurzaam is en dat het geen niet-duurzame praktijken financiert."Towards Sustainability werd een jaar geleden gelanceerd en eind vorig jaar volgden de eerste toekenningen. Na de tweede ronde dit voorjaar dragen 410 financiële producten het label, goed voor 175 miljard euro beheerd vermogen, waarvan 50 miljard op de Belgische markt. Volgens Van den Berghe waren vooral grote institutionele beleggers zoals pensioenfondsen vragende partij voor het label. "Duurzaamheid wordt op allerlei manieren geïnterpreteerd. Het is marketing, het verkoopt. Dat leidt tot uitwassen, de zogenoemde greenwashing. Dat wilden wij tegengaan. Wij merkten dat er behoefte was aan kwaliteitscontrole en minimale criteria om duurzaamheid te definiëren."De toekenning van het Towards Sustainability-label gebeurt door een onafhankelijk agentschap, de Central Labelling Agency (CLA). De voorzitter is Olivier Marquet, voorheen topman van Triodos België en Unicef België. Hij is ervan overtuigd dat ook de retailbelegger zat te wachten op het label. "Twintig jaar geleden waren duurzame fondsen een uitzondering. Nu claimt iedereen maatschappelijke verantwoord te beleggen en huldigt iedereen ESG-principes (voor milieu, sociaal beleid en goed bestuur, nvdr). Beleggers zien door de bomen het bos niet meer. Ze zien misschien zelfs de bomen niet meer." "Onze filosofie is dat we duurzaamheid in het begin ruim definiëren, zodat we zo veel mogelijk beheerders aantrekken. Daarna maken we de vereisten geleidelijk strenger", legt Marquet uit. "Omgekeerd zijn er labels die vanaf het begin heel strenge criteria hanteren, maar zo slechts een paar fondsen aantrekken. Wij willen alle beheerders van goede wil aansporen om beter te doen." "Er zullen altijd vissen door de mazen van het net glippen, maar ik ben ervan overtuigd dat we een goede methode hebben", gaat Marquet voort. "We focussen niet op de analyse van een beleggingsportefeuille, want zes maanden na een controle kan zo'n portefeuille er helemaal anders uitzien. Daarom leggen wij de klemtoon op de selectiecriteria, methodes en controlemechanismes." 65 vermogensbeheerders hebben een aanvraag ingediend voor een Towards Sustainability-label. "Die hebben er hard voor moeten werken", zegt Tom Van den Berghe van Febelfin. "De oefening is verregaand. Hoe ga je als beheerder om met duurzaamheid en ESG-principes? De filters daarvoor zijn herbekeken, geformaliseerd en structureel ingebed in het beheer. Dat heeft echt een grote invloed in de sector. Het label zelf is maar een tipje van de ijsberg. Het is wat er eronder zit, dat telt." Of het label de keuze van de kleine belegger voor een product bepaalt, durft Van den Berghe nog niet te zeggen. Bij institutionele partijen merkt hij wel de invloed. "Het label is almaar vaker een absolute voorwaarde om te beleggen in een fonds. De druk van de markt is er. Dat blijkt ook uit het grote aantal aanvragen. Anders zouden al die vermogensbeheerders dat proces niet doorlopen." Fairfin hoopt dat Towards Sustainability de ergste gevallen van greenwashing eruit kan halen. Tegelijk klinkt er ook kritiek. "Het is te weinig ambitieus", oordeelt Mortier. FairFin gaf zijn analyse over het label daarom veelzeggend de titel: 'De lange, trage weg naar echt duurzame financiële producten'. Breder klaagt Mortier aan dat banken veel praten over duurzaam beleggen, maar niet met duurzaamheid bezig zijn in hun andere activiteiten, zoals kredietverlening of het gebruik van spaargeld. "Zo zit je in de schizofrene situatie dat een bank duurzaamheid claimt, terwijl dat misschien maar voor 10 procent van haar activiteiten geldt. Dat is ook greenwashing. Ze wil de schijn wekken een groene bank te zijn." Volgens Fairfin kunnen de banken veel meer doen. "Banken zeggen dat ze moeten aanbieden wat de klant vraagt. Wij denken dat banken zelf ambitieus moeten zijn en het initiatief moeten nemen." Het is opvallend dat financiële labels nu pas echt opgang maken, terwijl we die voor pakweg huishoudtoestellen al jaren kennen. "Een financieel product is nu eenmaal geen koelkast. Daar meet je simpel het energieverbruik. Voor een financieel product moet je eigenlijk heel de economie doorlichten en bedrijven beoordelen", verklaart Van den Berghe. CLA-voorzitter Marquet verduidelijkt hoe moeilijk dat laatste is. "Je hebt bedrijven die eigenlijk goed scoren voor duurzaamheid, maar daar nauwelijks over rapporteren. Omgekeerd zijn er bedrijven die heel veel communiceren, maar niet echt duurzaam zijn."De hoop is dat de Europese Sustainable Investment Agenda meer transparantie en meer lijn in de rapportering brengt. "Maar dan zal het nog altijd moeilijk zijn om te beoordelen of bijvoorbeeld een multinational met tienduizenden werknemers verspreid over honderd landen overal de regels volgt", aldus Marquet. Er bestaan gespecialiseerde informatieverstrekkers die analyseren hoe duurzaam een bedrijf is. Sustainalytics bijvoorbeeld ontstond als dochter van de duurzame bank Triodos en geeft bedrijven een score op basis van ESG-principes, net zoals kredietbeoordelaars doen op basis van financiële prestaties. "Zo'n analyse vergt enorm veel inspanningen", weet Marquet. "Fondsenhuizen willen wel een beetje betalen voor een ESG-analyse, maar ook niet gek veel. We zullen dus altijd deels afhankelijk blijven van de informatie die bedrijven zelf verstrekken." Net zo moeten de beleggers zelf hun huiswerk blijven maken. Van den Berghe verduidelijkt dat het Febelfin-label enkel een startpunt is. "We weten dat de meeste beleggers de informatie over hun fonds (de essentiële beleggersinformatie, nvdr) niet lezen. Meer informatie is dus niet altijd beter. Maar als je dit label ziet, kan je gerust zijn dat de minimumvereisten voor duurzaamheid gerespecteerd zijn. Het kan natuurlijk altijd beter. Als je bijvoorbeeld volledig fossielvrij wilt beleggen, moet je zelf nagaan of dat het geval is bij een product."Daarom krijgen financiële producten naast het label ook een Sustainability ID. "Op die fiche kun je de principes en de selectiecriteria zien", legt Marquet uit. "Het is aan de belegger om uit te maken of die volstaan. Sommigen beleggers willen echt impact, andere zijn tevreden met enkel de uitsluiting van bepaalde activiteiten" (zie kader Strategieën voor duurzaam beleggen). Marquet besluit dat het goed is dat een belegger een deel van de verantwoordelijkheid behoudt. "Een label is maar een hulpmiddel. Een belegger moet altijd zijn mening vormen. Hij moet beslissen hoe groen hij wil zijn. Het is zoals met wijn, je moet een eigen smaak ontwikkelen." Voor Sebastien Mortier van FairFin knelt daar het schoentje. "Als het over sparen en beleggen gaat, speelt een vertrouwenspersoon bij een bank vaak nog een grote rol. Veel mensen durven echter niet door te vragen over investeringen. Zo worden ze makkelijk om de tuin geleid met commerciële praatjes."