De prestaties van de Amerikaanse technologiebeurs Nasdaq doen de wenkbrauwen fronsen. De voorbije weken sneuvelde het ene na het andere record, alsof er geen covid-19-pandemie is. Dat groeiaandelen het beter doen dan waarde-aandelen is niet nieuw. Die tendens is al meer dan een decennium aan de gang. Maar sinds april is het verschil extreem.
...

De prestaties van de Amerikaanse technologiebeurs Nasdaq doen de wenkbrauwen fronsen. De voorbije weken sneuvelde het ene na het andere record, alsof er geen covid-19-pandemie is. Dat groeiaandelen het beter doen dan waarde-aandelen is niet nieuw. Die tendens is al meer dan een decennium aan de gang. Maar sinds april is het verschil extreem.Het verschil tussen de prestatie van de Dow Jones-index, waarin vooral klassieke waarde-aandelen zitten en relatief weinig groeiwaarden, en de Nasdaq100-index, waar we een overvloed aan groeiers hebben en de techgiganten heel sterk vertegenwoordigd zijn, is opgelopen tot meer dan 30 procent. Tussen de Standard&Poor's500-index, waarin een mix van waarde en groei zit en ook de techgiganten vertegenwoordigd zijn, en de Nasdaq100-index zit ook zowat 25 procent prestatieverschil dit jaar.Techgiganten hebben hun marktpositie verstevigd, maar we zien vooral een outperformance van groei tegenover waarde als de centrale banken heel sterk ondersteunend werken en de quantitative easing (monetaire versoepeling) op volle toeren draait, zoals nu.Enkele waarnemers trekken dan ook aan de alarmbel en zien gelijkenissen met de periode rond 2000, die de geschiedenis is ingegaan als de technologiezeepbel. Toen is de Nasdaq-index net voorbij 5000 punten uit elkaar gespat. Nu staat hij net boven 10.000 punten.Er zijn zeker parallellen te trekken met toen. Zo is de outperformance van groei tegenover waarde sinds 2000 niet meer zo groot geweest als vandaag en noteert de Nasdaq-index tegen bijna drie keer de standaarddeviatie boven het 200-daagse gemiddelde. Ook dat is niet meer gebeurd sinds 2000. Standaarddeviatie is een term uit de statistiek en wijst op een abnormale afwijking, die normaliter niet lang blijft aanhouden. Een overduidelijk alarmsignaal.Een ander alarmsignaal is dat de klim te wijten is aan slechts een beperkt aantal aandelen. De grootste acht waarden uit de Nasdaq100-index hebben een gezamenlijke beurswaarde van meer dan 8000 miljard dollar en hun beurskoersen zijn gemiddeld al met bijna 50 procent gestegen dit jaar. Hun deel in de marktwaarde van de S&P500-index is opgelopen tot liefst 29 procent en heeft een positieve invloed op de S&P500-pretatie van liefst 9 procent.Toch verwachten we geen crash zoals in 2000, wel een stevige terugval. Wat ons betreft is er de komende maanden maar één richting voor de Nasdaq en dat is naar beneden. De waarderingen zijn te hoog opgelopen. Twintig jaar geleden was er onderliggend weinig omzet, geen winst, een beperkt marktaandeel, geen financiële reserves. Toen was er enkel maar groeiperspectief. Dat laatste is er nog altijd, maar die andere elementen zien er nu helemaal anders uit: miljarden dollars aan omzetten en winsten, hoge winstmarges, een groeiend marktaandeel en een flink gespekte bankrekening. Maar de Nasdaq is vandaag wel fors overdreven gewaardeerd.